Arbeidsrecht

gedogen indiensttreding bij concurrent

Rechtbank Amsterdam, 28 april 2026

Zaakgegevens

Op 28 april 2026 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over arbeidsrecht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
28 april 2026
Datum publicatie
6 mei 2026
Zaaknummer
C/13/784685 / KG ZA 26-174
Rechtsgebied
Civiel recht Arbeidsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Advocaat
mr. H.J ter Meulen, mr. J. Staal
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2026:4375
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

gedogen indiensttreding bij concurrent

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht, voorzieningenrechter civiel

Zaaknummer: C/13/784685 / KG ZA 26-174 MK/EB

Vonnis in kort geding van 28 april 2026

in de zaak van

[eiser] ,

te [woonplaats],

eisende partij bij dagvaarding van 31 maart 2026,

hierna te noemen: [eiser],

advocaat: mr. H.J. ter Meulen,

tegen

1 VALCON TOPHOLDING B.V.,

te Houten,
2. VANTAGE ACQUISITION HOLDING B.V.,

te Houten,
3. STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR VANTAGE I,

te Houten,

gedaagde partijen,

hierna samen te noemen: Valcon,

advocaat: mr. J. Staal.

1 De procedure

Op de zitting van 14 april 2026 heeft [eiser] de vorderingen zoals omschreven in de dagvaarding toegelicht. Valcon heeft verweer gevoerd, mede aan de hand van een tevoren ingediende conclusie van antwoord. Beide partijen hebben producties ingediend en gebruik gemaakt van pleitaantekeningen, die aan het procesdossier zijn toegevoegd. Op de zitting was [eiser] aanwezig met mr. Ter Meulen en mr. F.Q.M. de Rotte. Aan de kant van Valcon waren aanwezig [naam 1] ([functie 1]), [naam 2] ([functie 2]), mr. [naam 3] ([functie 3]) mr. Staal en mr. D.M.H. de Leeuw.

Vonnis is bepaald op vandaag.

2 De feiten

2.1.

[eiser] werkt in de consultancybranche, met bijna twintig jaar sectorervaring op het gebied van (digitale) transformatie en innovatie. In oktober 2020 is hij als “[functie 4]” in dienst getreden bij de Valcon-groep, waartoe gedaagden behoren.

2.2.

Conform afspraken in zijn arbeidsovereenkomst is [eiser] de mogelijkheid geboden om certificaten van aandelen in gedaagde sub 1, Valcon Topholding B.V. (hierna: Valcon Topholding), te verkrijgen. In twee tranches (de eerste in 2022, de tweede in 2024) verkreeg [eiser] certificaten van aandelen voor het volledige investeringsbedrag van € 750.000. De certificaten werden verstrekt door Stichting Administratiekantoor Management Analytics Topholding (hierna: de oude Stak). Bij het verkrijgen van de certificaten is tussen de oude Stak en [eiser] beide keren een certificaathoudersovereenkomst gesloten met daarin een concurrentiebeding met een duur van twee jaar na einde dienstverband, een wereldwijde geografische reikwijdte en een boetebeding van € 100.000 ineens, te vermeerderen met
€ 1.000 per dag dat de overtreding voortduurt.

2.3.

Op 25 februari 2022, voorafgaand aan zijn besluit om te participeren in de Valcon-groep, had [eiser] de volgende e-mail aan [naam 1] (Valcon) gestuurd. In hoofdletters staat de reactie van [naam 1] vermeld:

“Graag wil ik je bij deze laten weten dat ik het besluit heb genomen en de intentie heb om me in te kopen! Ik heb wel nog even twee open punten waar ik hoop dat we elkaar snel in kunnen vinden.

(…)

Concurrentiebeding – ik snap deze vanuit het bedrijf volledig. Maar ik heb hier wel moeite mee en hoop dat we deze iets verder kunnen specificeren/in te kaderen zonder dat het een compromis is vanuit jullie kant om het bedrijf te beschermen. Ondanks ik naar verwachting wel wat aan value creation zal doen tot exit van WL zal dit niet het bedrag zijn dat mij in staat zou kunnen stellen om 2 jaar niets te doen, mocht de nieuwe koper en ik geen match in elkaar zien. Aangezien mijn volledige achtergrond Financial Services en Consulting is, wil ik 2 opties voorstellen, waarbij optie 1 de makkelijkste is denk ik.

o Concurrentiebeding verkorten naar 1 jaar, waarbij het non-poaching beding en het direct

beconcurreren van bestaande Valcon klanten waar ik actief ben geweest prima op 2 jaar kan blijven staan (want die snap ik volledig)

o Specifieke uitsluitingen – dat ik bijvoorbeeld wel direct bij een klant aan de slag mag gaan, of een set van klanten afspreken in de vorm van een specifiekere relatie-clausule.

? BEGRIJP IK. WAT MIJ BETREFT DE GENTLEMANS AGREEMENT DAT ALS DIT ZICH VOORDOET WE HIER OP EEN REELE MANIER MEE OMGAAN, DAT HEEFT HET VERLEDEN BIJ EEN AANTAL MENSEN OOK LATEN ZIEN. AANPASSEN VAN DE FORMELE CLAUSULE IS ECHTER NIET MOGELIJK AANGEZIEN DEZE VOOR IEDEREEN HETZELFDE IS”

2.4.

Grootaandeelhouder in de Valcon-groep was Waterland, een private equity investeerder. Op 28 februari 2025 heeft Rivean, een andere private equity investeerder, (indirect) een deel van het belang van Waterland in de Valcon-groep overgenomen en is een herstructurering doorgevoerd. Gedaagde sub 2, Vantage Acquisition Holding B.V. (hierna: VAH) is sindsdien enig aandeelhouder van Valcon Topholding. De achterliggende aandeelhouders van VAH zijn Rivean (met een meerderheidsbelang) en Waterland (met een minderheidsbelang). Er is een nieuwe stichting administratiekantoor opgericht, te weten gedaagde sub 3 (hierna: de nieuwe Stak).

2.5.

[eiser] heeft op 28 februari 2025 zijn certificaten in de oude Stak verkocht en tegelijkertijd nieuwe certificaten verkregen in de nieuwe Stak. Daarbij zijn administratievoorwaarden vastgelegd bij notariële akte waarin rechten en plichten van de certificaathouders zijn opgenomen (hierna: de Administratievoorwaarden). [eiser] is met de uitgifteovereenkomst akkoord gegaan met de Administratievoorwaarden. In die voorwaarden staat een concurrentiebeding met een ruime materiële en geografische reikwijdte (verboden is iedere activiteit die “substantially similar” is “to any activities of any Group Company or that competes with any activities of any Group Company in any country in which the Group is active at the relevant time or has plans to become active”). Er is geen boete gesteld op overtreding van dit verbod. Voor executive en senior managers geldt het verbod voor de duur van 24 maanden na einde arbeidsovereenkomst en voor alle overige managers voor de duur van twaalf maanden na einde arbeidsovereenkomst.

2.6.

Op 6 november 2025 heeft [eiser] binnen de Valcon-groep zijn wens kenbaar gemaakt om over te stappen naar Eraneos Netherlands B.V. (hierna: Eraneos), een adviesbureau dat organisaties ondersteunt bij aangelegenheden op het gebied van strategie, transformatie en technologie. Eraneos heeft hem de functie van Managing Partner naast de CEO aangeboden.

2.7.

Valcon heeft [eiser] laten weten geen goedkeuring te geven voor deze overstap.

2.8.

Op 28 november 2025 heeft [eiser] zijn arbeidsovereenkomst schriftelijk opgezegd tegen 1 januari 2026. Daarbij heeft hij laten weten dat hij per 1 maart of 1 april 2026 aan de slag wil bij Eraneos en de hoop uitgesproken dat Valcon hierover nog met hem in overleg zou treden.

2.9.

Nog diezelfde dag heeft Valcon hem per e-mail bericht dat zij zich beroept op de concurrentiebedingen uit zowel de Administratievoorwaarden als uit de certificaathoudersovereenkomsten.

3 Het geschil

3.1.

[eiser] vordert, kort gezegd, Valcon te veroordelen om te gehengen en gedogen dat [eiser] in dienst treedt bij Eraneos, primair per 1 mei 2026, subsidiair per 1 juli 2026, meer subsidiair op een andere datum vóór 1 januari 2027, althans uiterst subsidiair per 1 januari 2027, met hoofdelijke veroordeling van Valcon in de proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente.

3.2.

Valcon voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna ingegaan, voor zover van belang.

4 De beoordeling

4.1.

De vordering is in kort geding toewijsbaar als voorshands aannemelijk is dat de bodemrechter het standpunt van [eiser] zal volgen en als van hem niet kan worden gevergd dat hij de uitkomst van een bodemprocedure afwacht.

4.2.

[eiser] heeft een spoedeisend belang bij zijn vordering omdat hij moet weten of hij het aanbod van Eraneos kan accepteren of niet. Omdat hij zijn arbeidsovereenkomst heeft opgezegd tegen 1 januari 2026 heeft hij sindsdien geen periodieke inkomsten meer.

4.3.

De eerste vraag die [eiser] ter beantwoording voorlegt is aan welk(e) concurrentiebeding(en) hij nu precies gebonden is. [eiser] stelt dat hij – toen Rivean meerderheidsaandeelhouder werd – is ‘doorgerold’ in de nieuwe structuur en dat daardoor alleen het nieuwe concurrentiebeding uit de Administratievoorwaarden van toepassing is. Valcon stelt dat óók het concurrentiebeding uit de certificaathoudersovereenkomsten nog geldt. Daarover het volgende.

4.4.

Vaststaat dat [eiser] zijn “Waterland-certificaten” heeft verkocht op 28 februari 2025. Op die datum zijn de certificaathoudersovereenkomsten tot een einde gekomen, omdat [eiser] niet langer certificaathouder was. Dit volgt uit artikel 15.3 aanhef en onder b:

“This Agreement terminates in respect of the rights and obligations of the Depositary Receipt Holder, on the date on which that Depositary Receipt Holder ceases to hold any Depositary Receipts or underlying Shares for those Depositary Receipts.”

4.5.

Voor deze situatie schrijft artikel 15.4 aanhef en onder a voor dat:

“all rights and obligations of the Depositary Receipt Holder under this Agreement [in dit geval is dat [eiser], vzr.] end, except for the Surviving Provisions which will remain in full force and effect.”

Uit de definities blijkt dat het concurrentiebeding, dat is neergelegd in artikel 9, behoort tot de Surviving Provisions.

4.6.

Afgaand op deze bewoordingen is [eiser] nog tot 28 februari 2027 gebonden aan het concurrentiebeding uit de certificaathoudersovereenkomsten.

4.7.

Dat [eiser] gebonden is aan het concurrentiebeding uit de Administratievoorwaarden staat tussen partijen niet ter discussie.

4.8.

De conclusie is dus dat zowel het concurrentiebeding uit de certificaathouders-overeenkomsten als het concurrentiebeding uit de Administratievoorwaarden van toepassing zijn.

4.9.

De tweede vraag die [eiser] beantwoord wil zien, is of er gronden zijn om de concurrentiebedingen te matigen op grond van de redelijkheid en billijkheid.

4.10.

Anders dan [eiser] stelt, heeft hij niet slechts getekend bij het kruisje. Voordat hij de eerste certificaathoudersovereenkomst sloot heeft hij immers zijn bezwaren tegen het daarin opgenomen concurrentiebeding aangekaart bij Valcon. Daarop heeft Valcon ([naam 1]) aangegeven dat wat hem betreft een ‘gentlemans agreement’ geldt om daar op een reele manier mee om te gaan als het zich voordoet en dat het beding niet wordt aangepast. Daarna heeft [eiser] de certificaathoudersovereenkomst met het oorspronkelijke beding getekend. Aldus is hij welbewust akkoord gegaan met de beperking van zijn vrije arbeidskeuze voor langere periode. Voor het argument van [eiser] dat er verder niets te onderhandelen viel met Valcon geldt het zelfde: dat kan zo zijn, maar laat onverlet dat [eiser] gekozen heeft om onder die voorwaarden te participeren. Dat komt voor zijn risico.

4.11.

Dit alles neemt niet weg dat het onverkort vasthouden aan de naleving van concurrentiebedingen door Valcon naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar kan zijn. Daartoe geldt het volgende.

4.12.

De concurrentiebedingen zijn opgenomen in certificaathouders-overeenkomsten/Administratievoorwaarden en niet in de arbeidsovereenkomst van [eiser]. De positie van werknemer is ook niet één op één vergelijkbaar met die van certificaathouder. Dat neemt niet weg dat het steeds gaat om een afweging van het belang van de onderneming bij bescherming van haar bedrijfsdebiet en het recht op vrije arbeidskeuze van de persoon die betrokken is geweest bij de onderneming. Voorshands is aannemelijk dat artikel 7:653 Burgerlijk Wetboek in dit geval analoog kan worden toegepast. Dat betekent dat de concurrentiebedingen geheel of gedeeltelijk kunnen worden vernietigd als die [eiser] onbillijk benadelen, althans dat daarop vooruitgelopen kan worden in een kort geding bij wijze van voorlopige voorziening.

4.13.

[eiser] heeft aangevoerd dat de functie bij Eraneos een aanzienlijke positieverbetering betekent ten opzichte van zijn oude functie bij Valcon en hem de mogelijkheid biedt om de leidinggevende en strategische rol te gaan vervullen waar hij al sinds augustus 2025 naar op zoek is. Omdat zijn rol bij Eraneos een strategische is, waarbij hij de grote lijnen moet uitzetten, acht [eiser] het risico dat hij inhoudelijk gaat meedraaien in projecten of proposities die mogelijkerwijs concurreren met Valcon aanzienlijk kleiner dan wanneer hij (buiten Valcon) weer een uitvoerende rol vervult. Het concurrentieverbod is daarnaast zo ruim geformuleerd dat dit neerkomt op een beroepsverbod. Verboden zijn activiteiten die substantieel vergelijkbaar zijn met (“substantially similar to”) de activiteiten van alle Valcon groepsvennootschappen binnen Nederland en andere landen waar Valcon actief is of actief wil worden. De activiteiten van Valcon omvatten het volledige spectrum van management- en IT consultancy: strategisch advies, operationele optimalisatie, IT-advies, data & AI, organisatie en verandertrajecten en technologie-implementatie. Daarmee raakt het beding iedere serieuze speler in de consultancymarkt. En dat is nou juist het terrein waarin [eiser] zijn expertise heeft opgebouwd die hij verder wil kunnen ontwikkelen.

4.14.

Valcon heeft daartegenover gesteld dat de pijn erin zit dat [eiser] managing partner wordt bij een directe concurrent met de bedoeling die te laten groeien. Hij treedt niet in dienst als partner op een terrein waarop hij nog onervaren is. Bewust of onbewust zal [eiser] de ervaring die hij heeft opgedaan bij Valcon inzetten bij een concurrent. [eiser] beschikt over concurrentiegevoelige informatie. Hij zat in het wereldwijde managementteam en was als één van de tien personen betrokken bij de ontwikkeling van de Valcon-groep. Bij de ‘gentlemans agreement’ dacht Valcon aan beperking van het verbod tot een jaar, of een akkoord op indiensttreding bij een van haar klanten. Maar [eiser] heeft niet eens geprobeerd om ergens anders aan de slag te gaan, hij is direct naar een concurrent gestapt. De vergelijking die [eiser] trekt tussen hem en een andere werknemer van de Valcon-groep die recentelijk bij een andere concurrent is gaan werken, gaat volgens Valcon niet op.

4.15.

De indruk die op de zitting is ontstaan is dat de rol van [eiser] bij Valcon meer strategisch was dan hij wil doen voorkomen, maar ook weer niet zo groot als Valcon stelt.

[eiser] erkent namelijk dat hij bij Valcon lid was van managementteams die zich met algehele strategie bezighielden. Daar tegenover staat dat Valcon in de Administratievoorwaarden een onderscheid heeft gemaakt in de duur van het concurrentiebeding naar gelang het gewicht van de manager. Voor Senior en Executive managers geldt een verbod dat twee keer zo lang duurt als het verbod voor overige managers. [eiser] behoort tot dit lagere echelon. Een zo belangrijke rol als Valcon hem nu toebedeelt, past daar niet bij.

4.16.

Alle belangen afwegend, leidt onverkorte toepassing van de concurrentiebedingen tot een onbillijke benadeling van [eiser]. Die moet voor zijn eigen ontwikkeling weer aan de slag kunnen, ook als dat concurreert met Valcon. Voorshands is aannemelijk dat de concurrentiebedingen in een bodemprocedure zullen worden gematigd en die zin dat zij zullen gelden tot 1 oktober 2026. Dan heeft [eiser] negen maanden na einde dienstverband niet elders kunnen werken in strijd met de concurrentiebedingen. De primaire en subsidiaire vorderingen zullen worden afgewezen omdat de daarin genoemde termijnen te kort zijn, maar de meer subsidiaire vordering zal worden toegewezen in die zijn dat Valcon zal moeten gehengen en gedogen dat [eiser] per 1 oktober 2026 overstapt naar Eraneos, mocht het aanbod dan nog staan.

4.17.

Valcon is in het ongelijk gesteld en moeten daarom (hoofdelijk) de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

€

151,94

- griffierecht

€

341,00

- salaris advocaat

€

1.177,00

- nakosten

€

189,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

1.858,94

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

veroordeelt Valcon om te gehengen en gedogen dat [eiser] per 1 oktober 2026 in dienst treedt bij Eraneos,

5.2.

veroordeelt Valcon hoofdelijk in de proceskosten van € 1.858,94, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98 plus de kosten van betekening als Valcon niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

5.3.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.L.S. Kalff, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. E. van Bennekom, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 28 april 2026.

Coll: KH