Civiel recht overig
Wet Bopz- Klacht tegen diagnosestelling en behandeling in een psychiatrisch ziekenhuis. De rechtbank is van…
Rechtbank Amsterdam, 2 maart 2015
ECLI:NL:RBAMS:2015:4076 · Rechtbank Amsterdam · 2 maart 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/civiel-recht/civiel-recht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbams-2015-4076
Zaakgegevens
Op 2 maart 2015 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 2 maart 2015
- Datum publicatie
- 30 juni 2015
- Zaaknummer
- FA RK 15.1484
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2015:4076
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Wet Bopz- Klacht tegen diagnosestelling en behandeling in een psychiatrisch ziekenhuis.
De rechtbank is van oordeel dat onvoldoende is onderbouwd dat de klacht van verzoeker valt onder één van de onderwerpen waarover geklaagd kan worden.
De rechtbank verklaart de verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek om de klacht tegen de diagnosestelling en behandeling door GGZ InGeest tijdens zijn opname gegrond te verklaren.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
AFDELING PRIVAATRECHT
BESCHIKKING
Klacht ex artikel 41a Wet BOPZ
Beschikking naar aanleiding van het op 2 maart 2015 ingediende verzoekschrift ex artikel 41a van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet BOPZ) van:
[naam 1],
geboren op [datum],
wonende te [plaats], [straat].
Het verzoekschrift strekt tot het verkrijgen van een beslissing van de rechtbank over een door verzoeker bij de klachtencommissie GGZ InGeest, Arkin, AMC Psychiatrie, Sinaï Centrum klacht, naar de rechtbank begrijpt op grond van artikel 41a van de Wet BOPZ.
De rechtbank overweegt als volgt:
Verzoeker heeft bij klaagschrift van 26 september 2014 bij de Klachtencommissie GGZ InGeest, Arkin, AMC Psychiatrie, Sinaï Centrum een klacht ingediend tegen de diagnosestelling en behandeling door GGZ InGeest tijdens zijn opname. Bij beslissing van 4 december 2014 heeft
de Klachtencommissie de klacht van verzoeker ongegrond verklaard omdat de instelling voldoende heeft gemotiveerd dat ze niet onzorgvuldig heeft gehandeld bij de diagnostisering en
behandeling van verzoeker.
De rechtbank overweegt dat lid 1 van artikel 41 van de Wet BOPZ een opsomming geeft van degenen die kunnen klagen en de gedragingen waarover kan worden geklaagd. Er kan geklaagd worden over de volgende onderwerpen:
over de beslissing om de patiënt wilsonbekwaam te oordelen, zoals mogelijk is gemaakt in artikel 38, lid 2, tweede volzin;
over het besluit dwangmedicatie toe te passen, artikel 38, lid 5 derde volzin;
over de toepassing van middelen en maatregelen in geval van overbrugging van een tijdelijke noodsituatie, artikel 39;
over een toegepaste beperking van een van de in artikel 40 genoemde vrijheden; en
over niet-toepassing van het overeengekomen behandelingsplan.
De raadsvrouwe van verzoekster, mr. N. Bevelander, is op 2 maart 2015 telefonisch verzocht om schriftelijk toe lichten onder welke van de hiervoor genoemde onderwerpen de klacht van verzoeker gecategoriseerd dient te worden. Hierop is geen reactie gekomen.
De rechtbank is van oordeel dat onvoldoende is onderbouwd dat de klacht van verzoeker valt onder één van de onderwerpen waarover geklaagd kan worden. De rechtbank ziet daarom aanleiding het onderhavige klachtverzoek niet-ontvankelijk te verklaren.
BESLISSING:
De rechtbank:
verklaart de klacht van verzoeker niet-ontvankelijk.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.H.G. Odink, rechter, in tegenwoordigheid van
H.J. Binken, griffier, op 23 maart 2015.