Civiel recht overig
Het verzoek tot wraking is gedaan nadat vonnis is gewezen. Het verzoek wordt niet-ontvankelijk verklaard.
Rechtbank Amsterdam, 3 maart 2016
ECLI:NL:RBAMS:2016:1660 · Rechtbank Amsterdam · 3 maart 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/civiel-recht/civiel-recht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbams-2016-1660
Zaakgegevens
Op 3 maart 2016 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 3 maart 2016
- Datum publicatie
- 25 maart 2016
- Zaaknummer
- HA RK 87.2016
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2016:1660
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Het verzoek tot wraking is gedaan nadat vonnis is gewezen. Het verzoek wordt niet-ontvankelijk verklaard.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Wrakingskamer
Beslissing op het op 1 maart 2016 schriftelijk gedane, op 3 maart 2016 ingekomen, en onder rekestnummer C/15/603717/ HA RK 87.2016 ingeschreven verzoek van:
[verzoekster] ,
wonende te [woonplaats] ,
verzoekster,
gemachtigde [gemachtigde] ,
welk verzoek strekt tot wraking van mr. A.W.J. Ros, kantonrechter te Amsterdam, hierna: de rechter.
1 Verloop van de procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de navolgende stukken:
? het schriftelijke wrakingsverzoek met bijlagen van 1 maart 2016 waaronder het vonnis van de rechter van 18 februari 2016 in de procedure met zaaknummer 4333550 CV 15-20013.
2 De ontvankelijkheid van het verzoek
Verzoekster heeft als eisende partij bij dagvaarding van 24 juli 2015 bij deze rechtbank een aantal vorderingen ingesteld. De procedure staat bij de rechtbank geregistreerd onder zaaknummer 4333550 CV 15-20013. Bij vonnis van 18 februari 2016 zijn de vorderingen van verzoekster afgewezen.
Ingevolge artikel 36 van het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering kan een rechter worden gewraakt, op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
Uit voornoemd artikel 36 Rv volgt ook dat een wrakingsverzoek slechts de rechter kan betreffen die een zaak van de betrokken partij in behandeling heeft. Dit brengt mee dat geen wrakingsverzoek meer kan worden gedaan nadat in de zaak bij eindvonnis is beslist. De rechter heeft dan immers geen zaak van de betrokken partij meer in behandeling.
Het verzoek tot wraking is gedaan bij brief van 1 maart 2016 nadat op 18 februari 2016 vonnis was gewezen. Verzoekster kan daarom niet in het door haar ingediende verzoek worden ontvangen. Voor een mondelinge behandeling als bedoeld in artikel 39 Rv bestaat geen aanleiding. Het in deze bepaling als vanzelfsprekend opgenomen recht op hoor en wederhoor is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek. Aan dat onderzoek komt de rechtbank niet toe omdat het verzoek niet-ontvankelijk wordt verklaard.
Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.
BESLISSING
De rechtbank:
? verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek tot wraking.
Aldus gegeven door mrs. N.C.H. Blankevoort, voorzitter, A.J. Dondorp en M.G. Tarlavski-Reurslag, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 maart 2016 in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beslissing staat op grond van het bepaalde in artikel 39 lid 5 Rv, geen voorziening open.