Civiel recht overig
Artikelen 4 en 7 lid 1 van de EEX-Verordening (EEX-Vo, nr 1215/2012, ook wel genoemd herschikte…
Rechtbank Amsterdam, 18 februari 2016
ECLI:NL:RBAMS:2016:3072 · Rechtbank Amsterdam · 18 februari 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/civiel-recht/civiel-recht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbams-2016-3072
Zaakgegevens
Op 18 februari 2016 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 18 februari 2016
- Datum publicatie
- 24 mei 2016
- Zaaknummer
- CV EXPL 15-34550
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2016:3072
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Artikelen 4 en 7 lid 1 van de EEX-Verordening (EEX-Vo, nr 1215/2012, ook wel genoemd herschikte EEX-Verordening), bevoegdheid Nederlandse rechter, brengschuld, tegenwoordig gebruikelijke betaalwijze, consument
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]vonnis
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht
zaaknummer: 4662844 CV EXPL 15-34550
vonnis van: 18 februari 2016
fno.: 609
vonnis van de kantonrechter
I n z a k e
International Card Services B.V.
gevestigd te Amsterdam
eiseres
nader te noemen: ICS
gemachtigde: mr. J.M. Wisseborn
t e g e n
1 [gedaagde sub 1]
zonder vaste woon- of verblijfplaats binnen Nederland, daarbuiten wonende te [woonplaats] ( [land] )
gedaagde sub 1
nader te noemen: [gedaagde sub 1]
niet verschenen
2 [gedaagde sub 2]
zonder vaste woon- of verblijfplaats binnen Nederland, daarbuiten wonende te [woonplaats] ( [land] )
gedaagde sub 2
nader te noemen: [gedaagde sub 2]
niet verschenen
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
Bij exploten van dagvaarding van 5 oktober 2015 heeft ICS gevorderd om [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hoofdelijk te veroordelen tot (i) betaling van € 4.064,57, te vermeerderen met rente, en (ii) afgifte van een creditcard, één en ander zoals in de dagvaarding nader omschreven.
[gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hebben geen uitstel verzocht en evenmin uiterlijk op de in de dagvaarding vermelde terechtzitting geantwoord.
GRONDEN VAN DE BESLISSING
Betekening
In de dagvaardingen van 5 oktober 2015 staat dat ICS conform EG Verordening 1393/2007 (hierna: de Verordening) de ontvangende instantie te Hassalt heeft verzocht de dagvaardingen aan [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] te betekenen.
Ingevolge artikel 10 van de Verordening dient een certificaat betreffende de voltooiing van de handelingen tot betekening of kennisgeving van het stuk te worden opgesteld, welke wordt toegezonden aan de verzendende instantie. ICS heeft deze certificaten niet overgelegd.
ICS zal daartoe alsnog in de gelegenheid worden gesteld.
De zaak wordt verwezen naar de rol van donderdag 17 maart 2016 te 10.00 uur voor overlegging door ICS van de certificaten als bedoeld in artikel 10 van de EG Verordening 1393/2007.
Bevoegdheid
ICS heeft in de dagvaardingen niet vermeld op grond waarvan zij meent dat de Nederlandse rechter, in het bijzonder de kantonrechter te Amsterdam, bevoegd is van de vordering kennis te nemen.
ICS zal daartoe in de gelegenheid worden gesteld.
De zaak zal daartoe worden verwezen naar de rolzitting van donderdag 17 maart 2016 te 10.00 uur.
Overige
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
BESLISSING
De kantonrechter:
verwijst de zaak naar de rolzitting van donderdag 17 maart 2016 te 10.00 uur voor
a. het indienen door ICS van de certificaten als bedoeld in artikel 10 van de Verordening en
b. het nemen van een akte door ICS als hiervoor onder het kopje Bevoegdheid is overwogen;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Aldus gewezen door mr. A.W.J. Ros, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 februari 2016 in tegenwoordigheid van de griffier.