Civiel recht overig
geldleningsovereenkomst, verstekvonnis
Rechtbank Amsterdam, 29 juli 2020
ECLI:NL:RBAMS:2020:7579 · Rechtbank Amsterdam · 29 juli 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/civiel-recht/civiel-recht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbams-2020-7579
Zaakgegevens
Op 29 juli 2020 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 29 juli 2020
- Datum publicatie
- 4 augustus 2022
- Zaaknummer
- C/13/684387 / HA ZA 20-532
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2020:7579
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
geldleningsovereenkomst, verstekvonnis
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]vonnis
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht
zaaknummer / rolnummer: C/13/684387 / HA ZA 20-532
Vonnis van 29 juli 2020
in de zaak van
1. de vennootschap naar buitenlands recht
GEBRÜDER SCHOELLER BETEILIGUNGSVERWALTUNGS GMBH,
gevestigd te Pullach (Duitsland),
2. de vennootschap naar buitenlands recht
SCHOELLER HOLDING SE & CO. KGAA,
gevestigd te Pullach (Duitsland),
eiseressen,
advocaat mr. J.L.A. Nicolai te 's-Gravenhage,
tegen
[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats] (gemeente [gemeente] ),
gedaagde,
niet verschenen.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-
de dagvaarding,
-
de akte overlegging producties,
-
het tegen gedaagde verleende verstek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De beoordeling
Het gevorderde komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als volgt worden toegewezen.
Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van eiseressen worden begroot op:
- dagvaarding € 102,96
- griffierecht 4.131,00
- salaris advocaat 3.099,00 (1,0 punt × tarief € 3.099,00)
Totaal € 7.332,96
3. De beslissing
De rechtbank
veroordeelt gedaagde om aan eiseressen te betalen een bedrag van € 639.403,74 (zeshonderdnegenendertig duizendvierhonderddrie euro en vierenzeventig eurocent), vermeerderd met de contractuele rente van 3% per jaar, vermeerderd met het Europese inflatiecijfer CPI, over dit bedrag met ingang van 1 mei 2020 tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt gedaagde in de proceskosten, aan de zijde van eiseressen tot op heden begroot op € 7.332,96,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. P. Vrugt en in het openbaar uitgesproken op 29 juli 2020.