Civiel recht overig
Mondelinge uitspraak. Verzoek niet niet-ontvankelijk verklaard. Verzoek niet tijdig gedaan.
Rechtbank Amsterdam, 25 oktober 2019
ECLI:NL:RBAMS:2019:9713 · Rechtbank Amsterdam · 25 oktober 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/civiel-recht/civiel-recht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbams-2019-9713
Zaakgegevens
Op 25 oktober 2019 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 25 oktober 2019
- Datum publicatie
- 20 december 2019
- Zaaknummer
- C/13/672201 / HA RK 19-317
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2019:9713
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Mondelinge uitspraak. Verzoek niet niet-ontvankelijk verklaard. Verzoek niet tijdig gedaan.
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]proces-verbaal
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht
zaaknummer / rolnummer: C/13/672201 / HA RK 19-317
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak ter zitting op 25 oktober 2019,
in de zaak van
[verzoeker] , handelend onder de naam [handelsnaam] ,
wonende op het adres [ ], [ ],
hierna: verzoeker,
strekkende tot wraking van:
mr. M.E.B. Terwee,
kantonrechter in de rechtbank Amsterdam,
hierna: de rechter.
Belanghebbende in deze procedure is [ ].
De zitting wordt gehouden in het gebouw van deze rechtbank.
Tegenwoordig zijn mrs. N.C.H. Blankevoort, voorzitter, J. Thomas en R.A. Dudok van Heel, rechters, en mr. J.B.P. Terwindt, griffier.
Na uitroeping van de zaak verschijnen, voor zover hier van belang, verzoeker, de rechter en de belanghebbende met haar raadsvrouw mr. L.D. van Zuijlen.
De behandeling van de zaak is gesloten en vervolgens is mondeling uitspraak gedaan. Daarvan is ingevolge artikel 30p lid 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) dit proces-verbaal opgemaakt.
De wrakingskamer heeft de volgende uitspraak gedaan:
De gronden van de beslissing
Volgens het bepaalde in artikel 37 lid 1 Rv dient het verzoek tot wraking te worden gedaan zodra de feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 36 Rv aan de verzoeker bekend zijn geworden.
Het wrakingsverzoek is op 12 september 2019 ontvangen. Dat is meer dan één maand nadat de zitting plaatsvond waarop de aan het verzoek ten grondslag gelegde feiten en omstandigheden zich hebben voorgedaan (te weten op 9 augustus 2019). De Wrakingskamer is daarom van oordeel dat het verzoek tot wraking niet tijdig is ingediend.
Gelet op het voorgaande is de verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking.
De beslissing
De Wrakingskamer:
- verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.
Griffier Voorzitter