Civiel recht overig
Verstekvonnis. Vordering vanwege de ongegrondheid afgewezen.
Rechtbank Amsterdam, 31 januari 2013
ECLI:NL:RBAMS:2013:BZ1089 · Rechtbank Amsterdam · 31 januari 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/civiel-recht/civiel-recht-overig/kort-geding/ecli-nl-rbams-2013-bz1089
Zaakgegevens
Op 31 januari 2013 heeft de Rechtbank Amsterdam in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 31 januari 2013
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- C/13/533890 / KG ZA 13-35 HJ/TF
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Kort gedingKort gedingEen snelle procedure bij de voorzieningenrechter voor spoedeisende zaken, met een voorlopig oordeel.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2013:BZ1089
Samenvatting
Verstekvonnis. Vordering vanwege de ongegrondheid afgewezen.
Uitspraak
vonnis
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel
zaaknummer / rolnummer: C/13/533890 / KG ZA 13-35 HJ/TF
Vonnis in kort geding van 31 januari 2013
in de zaak van
1. [eiser 1],
2. [eiser 2],
beiden wonende te [plaats],
eisers bij dagvaarding van 16 januari 2013,
advocaat mr. M.A.P. Kolsteren-van Heijst te Hulten (gemeente Gilze en Rijen),
tegen
de naamloze vennootschap
ING BANK N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde,
niet verschenen.
1. De procedure
Ter terechtzitting van 10 januari 2013 hebben eisers gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. Vervolgens hebben eisers verzocht vonnis te wijzen. Tegen de niet verschenen gedaagde is verstek verleend.
2. De beoordeling
2.1. Omdat in dit geval sprake is van een procedure waarin een voorlopige voorziening wordt gevorderd, zal de voorzieningenrechter artikel 127a lid 1 en lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering - waarin is bepaald dat aan het niet tijdig betalen van het griffierecht consequenties worden verbonden - buiten beschouwing laten. Toepassing van deze bepaling zou immers, gelet op het belang van eisers bij de toegang tot de rechter, leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
2.2. In onderhavige zaak staat vast dat eisers een schuld hebben aan gedaagde en dat zij in verband hiermee geregistreerd staan bij het Bureau Krediet Registratie. Aangenomen kan worden dat eisers, zoals zij stellen, in hun dagelijks leven worden beperkt door deze registratie, in het bijzonder bij de aankoop van een woning. Gedaagde stelt zich al geruime tijd op het standpunt dat eisers moeten instemmen met een betalingsregeling van € 500,00 per maand. Eisers geven echter de voorkeur aan een betaling van een bedrag tegen finale kwijting. Tegelijkertijd willen zij dat gedaagde de A-codering in de BKR registratie dan verwijdert. Vooralsnog kan echter niet worden aangenomen dat op gedaagde een verplichting rust akkoord te gaan met het voorstel van eisers tot betaling van een eenmalig bedrag tegen finale kwijting onder voornoemde voorwaarde. Er bestaat dan ook geen grond waarop gedaagde gehouden zou zijn de bedoelde BKR registratie te verwijderen c.q te laten verwijderen. De vordering komt derhalve niet gegrond voor en zal worden afgewezen.
2.3. Eisers zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van gedaagde worden begroot op nihil.
3. De beslissing
De voorzieningenrechter
3.1. weigert de gevraagde voorziening,
3.2. veroordeelt eisers in de proceskosten, aan de zijde van gedaagde tot op heden begroot op nihil,
Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.C. Jongeneel, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. G.H. Felix, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 31 januari 2013.?