Civiel recht overig

Dwangsommen verbeurd. Vordering desondanks afgewezen. Onvoldoende duidelijk wat het werkelijke (spoedeisende)…

Rechtbank Amsterdam, 10 september 2021

Zaakgegevens

Op 10 september 2021 heeft de Rechtbank Amsterdam in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
10 september 2021
Datum publicatie
3 november 2021
Zaaknummer
C/13/705544 / KG ZA 21-672
Procedure
Kort geding
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2021:6248
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Dwangsommen verbeurd. Vordering desondanks afgewezen. Onvoldoende duidelijk wat het werkelijke (spoedeisende) belang is bij de gevraagde voorzieningen.

Uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel

zaaknummer / rolnummer: C/13/705544 / KG ZA 21-672 AB/MvG

Vonnis in kort geding van 10 september 2021

in de zaak van

de vennootschap naar het recht van Isle of Man

S4 LIMITED,

gevestigd te Douglas (Isle of Man),

eiseres bij dagvaarding van 3 augustus 2021,

advocaten mr. J.Y. van Gameren en mr. A.B.B. Wilmink te Amsterdam,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TENNOR HOLDING B.V.,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CIVITAS PROPERTIES INVESTMENT B.V.,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PEIL INVESTMENT B.V.,

alle statutair gevestigd te Amsterdam en kantoorhoudend te Schiphol,

gedaagden,

advocaten mr. I.J. van Vloten en mr. R.M. Leeuwenburgh te Rotterdam.

Eiseres zal hierna S4 Limited worden genoemd. Gedaagden zullen gezamenlijk Tennor c.s. worden genoemd en afzonderlijk Tennor Holding, Civitas Properties Investment en Peil Investment.

1 De procedure

1.1.

Tijdens de mondelinge behandeling van dit kort geding op 11 augustus 2021 heeft S4 Limited haar vorderingen toegelicht. Tennor c.s. heeft verweer gevoerd mede aan de hand van een op voorhand ingediend schriftelijk stuk. S4 Limited en Tennor c.s. hebben producties en een pleitnota in het geding gebracht.

1.2.

Bij de mondelinge behandeling waren alleen de advocaten van partijen aanwezig.

1.3.

Na de mondelinge behandeling hebben partijen verzocht de zaak pro forma aan te houden om hen in de gelegenheid te stellen hun geschil alsnog onderling te regelen. Bij e-mail van 6 september 2021 heeft mr. A.A.H.J. Huizing, kantoorgenoot van mrs. Van Vloten en Leeuwenburgh, meegedeeld dat partijen geen schikking hebben bereikt en verzocht om vonnis, dat vervolgens is bepaald op vandaag.

2 De feiten

2.1.

S4 Limited verstrekt (korte termijn) leningen en overbruggingskredieten aan private partijen. Tennor Holding is een investeerder in publieke en private ondernemingen in binnen- en buitenland.

2.2.

Bij Loan Agreement van 21 juli 2020 heeft S4 aan Tennor Holding een lening van € 25 miljoen verstrekt, die binnen 30 dagen na uitbetaling, op de Termination Date, moest worden terugbetaald (artikel 5.1). Artikel 4.1 van de Loan Agreement bepaalt dat Tennor Holding op de Termination Date een rente van € 2 miljoen is verschuldigd. In artikel 4.2 staat dat Tennor Holding default interest verschuldigd is van € 65.000,- per dag dat zij in verzuim is en/of blijft met terugbetaling van enig onder de overeenkomst verschuldigd bedrag.

2.3.

Tot zekerheid van (terug)betaling van de leensom hebben Tennor Holding en Elevation Holding S.à.r.l. aan S4 Limited een pandrecht verstrekt op alle aandelen die zij houden in het kapitaal van Civitas Properties Investment. Daarnaast heeft Tennor Holding een pandrecht verleend op alle aandelen in het kapitaal van Peil Investment. Een en ander is vastgelegd in pandaktes. Verder heeft [naam bestuursvoorzitter] , bestuursvoorzitter van Tennor Holding, een persoonlijke garantie afgegeven en zich verplicht om op eerste verzoek van S4 Limited alles te betalen wat Tennor Holding onder de overeenkomst is verschuldigd.

2.4.

Tennor Holding heeft de leensom en rente niet vóór 21 augustus 2020 terugbetaald. Op 11september 2020 heeft zij een bedrag van € 10 miljoen aan S4 Limited betaald.

2.5.

S4 Limited heeft Tennor Holding en [naam bestuursvoorzitter] in rechte betrokken.

Op 21 oktober 2020 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank Tennor Holding bij mondeling vonnis veroordeeld het restant van de leensom, de rente en default interest te voldoen. Het proces-verbaal van mondeling vonnis is op 22 oktober 2020 aan Tennor Holding betekend en er is executoriaal beslag gelegd op de aandelen van Tennor Holding in Civitas Properties Investment en Peil Investment.

2.6.

Tennor Holding heeft op of omstreeks 16december 2020 een bedrag van € 3 miljoen aan S4 Limited betaald.

2.7.

Bij vonnis van 18 februari 2021 is [naam bestuursvoorzitter] door de voorzieningenrechter van deze rechtbank veroordeeld het restant van de leensom, de overeengekomen rente en de default interest die Tennor Holding op grond van de overeenkomst aan S4 Limited is verschuldigd, in totaal een bedrag van € 14 miljoen, te betalen.

2.8.

Bij vonnis van 1 april 2021 van de voorzieningenrechter van deze rechtbank is mr. [naam notaris] , notaris te Amsterdam, veroordeeld, kort samengevat, om zijn ministerie te verlenen en een openbare executieveiling te organiseren en te leiden waarmee de aandelen van Tennor Holding in Civitas Properties Investment en Peil Investment worden verkocht en geleverd aan de hoogste bieder. Verder zijn in dat vonnis Tennor Holding, Civitas Properties Investment en Peil Investment alle bij verstek veroordeeld om binnen tien dagen na betekening aan S4 Limited afschrift te verstrekken van alle bescheiden van zowel Civitas Properties Investment als Peil Investment die voldoen aan de volgende beschrijving:

  1. Aandeelhoudersregister;

  2. Jaarrekeningen van de afgelopen drie jaar;

  3. De meest recent opgestelde (concept)jaarrekening;

  4. Maandrapportages van de afgelopen drie jaar;

  5. De meest recente beschikbare maand- en kwartaalcijfers;

  6. VPB en BTW aangiften van de afgelopen drie jaar;

  7. Budget voor het huidig jaar en prognose voor de komende drie jaar, inclusief de onderliggende details en assumpties;

  8. Een overzicht van eventuele claims en/of aansprakelijkheden;

  9. Een overzicht van de overige informatie die voor een koper van belang is bij het bepalen van de financiële positie van de vennootschap en de waarde van de aandelen,

op straffe van een dwangsom van € 10.000,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat ieder van hen niet aan die veroordeling voldoet, tot een maximum van € 500.000,00 is bereikt.

2.9.

Dat vonnis is op 9 april 2021 betekend aan Tennor Holding, Civitas Properties Investment en Peil Investment.

2.10.

Bij beschikking van 22 april 2021 heeft deze rechtbank S4 Limited toestemming verleend om de aandelen van Tennor Holding in Civitas Properties Investment en Peil Investment te verkopen.

2.11.

Tennor Holding heeft op of omstreeks 12 mei 2021 een bedrag van € 18 miljoen aan S4 Limited betaald.

2.12.

Bij brief van 18 juni 2021 van haar advocaat heeft S4 Limited Tennor Holding, Civitas Properties Investment en Peil Investment gesommeerd afschrift te verstrekken van de hierboven genoemde bescheiden, bij gebreke waarvan in rechte betaling van € 500.000,00 aan verbeurde dwangsommen zou worden gevorderd.

3 Het geschil

3.1.

S4 Limited vordert, samengevat, Tennor Holding, Civitas Properties Investment en Peil Investment:

I. elk te veroordelen tot betaling van € 500.000,00 aan verbeurde dwangsommen;

II. elk te veroordelen tot betaling van een dwangsom van € 100.000,00, althans een in goede justitie te bepalen bedrag, per dag dat zij niet voldoen aan de uitgesproken veroordeling in het onder 2.8 genoemde vonnis;

III. hoofdelijk te veroordelen in de proces- en nakosten, beide vermeerderd met rente.

3.2.

S4 Limited stelt daartoe dat Tennor Holding, als zij tekortschiet in de betaling van enig bedrag onder de overeenkomst, een default interest van € 65.000,00 moet betalen voor elke dag dat zij tekortschiet. Tennor Holding heeft nog altijd niet voldaan aan al haar betalingsverplichtingen onder de geldleningsovereenkomst. De vordering van S4 Limited op Tennor Holding is door deze default interest opgelopen tot circa € 18 miljoen. S4 Limited heeft belang bij inzage in de gevraagde gegevens van Civitas Properties Investment en Peil Investment. Het uitgangspunt van een openbare executieverkoop is een zo hoog mogelijke opbrengst. Daarvoor is het noodzakelijk dat voldoende informatie over de waarde van de te executeren aandelen in Civitas Properties Investment en Peil Investment aan potentiële kopers kan worden verstrekt. Tennor Holding, Civitas Properties Investment en Peil Investment hebben niet voldaan aan de veroordeling in het vonnis van 1 april 2021. Daarmee is de maximale dwangsom van € 500.000,00 per gedaagde verbeurd. Verhoging van de opgelegde dwangsom is noodzakelijk, omdat zij niet vrijwillig aan de veroordeling hebben voldaan, terwijl het verstrekken van de gevraagde gegevens in hun macht ligt.

3.3.

Tennor Holding heeft aangevoerd dat zij in totaal € 31.000.000,00 aan S4 Limited heeft betaald. Daarmee is de hoofdsom van € 25 miljoen betaald plus € 2 miljoen aan contractuele rente en € 4 miljoen aan default interest. Tennor Holding dacht dat na haar betaling van € 18 miljoen op 12 mei 2021 het geschil met S4 Limited was afgedaan. In haar brief van 18 juni 2021 vermeldde S4 Limited niet de ontvangst van € 18 miljoen en stelde zij zich ook niet op het standpunt dat er nog een bedrag (aan default interest) onder de geldleningsovereenkomst uitstond. Door hierover te zwijgen heeft zij Tennor Holding op het verkeerde been gezet. Zij dacht daardoor aan haar verplichtingen onder de geldleningsovereenkomst te hebben voldaan. S4 Limited heeft bewust de dwangsommen laten oplopen tot het in het vonnis bepaalde maximum en in stilte de default interest laten doorlopen. Onder deze omstandigheden maakt S4 Limited misbruik van haar positie.

Tennor Holding, Civitas Properties Investment en Peil Investment kunnen niet volledig aan het vonnis van 1 april 2021 voldoen, omdat een deel van de toegewezen gegevens niet bestaat. Budgetten en prognoses van Civitas Properties Investment en Peil Investment zijn er niet. Van Peil Investment is alleen de jaarrekening over 2019 beschikbaar en van Civitas Properties Investment de jaarrekening over 2018 en 2019. Deze jaarrekeningen had S4 Limited bovendien zelf bij het Handelsregister van de Kamer van Koophandel kunnen opvragen. Voor de executieverkoop van de aandelen van Civitas Properties Investment en Peil Investment heeft S4 Limited hun aandeelhoudersregister niet nodig. Het gevorderde ‘overzicht van de overige informatie die voor een koper van belang is bij het bepalen van de financiële positie van de vennootschap en de waarde van de aandelen’ is zo ruim geformuleerd dat het niet verstrekken daarvan niet tot het verbeuren van dwangsommen kan leiden. In zoverre is het vonnis van 1 april 2021 onuitvoerbaar.

Bovendien werd nakoming van dat vonnis door Tennor Holding, Civitas Properties Investment en Peil Investment bemoeilijkt door recente governance-wijzigingen en de herstructurering en herfinanciering van het Tennor-concern. Verder speelt mee dat de CFO van Tennor Holding sinds eind april 2021 arbeidsongeschikt is. Zij speelde een centrale rol in de administratieve organisatie van het Tennor-concern. Daardoor was het voor Tennor Holding, Civitas Properties Investment en Peil Investment ondanks hun bereidheid daartoe niet op korte termijn mogelijk aan het vonnis te voldoen.

Het gedrag van S4 Limited en haar gebrek aan belang bij de gegevens geven aanleiding om de reeds verbeurde dwangsommen op grond van de redelijkheid en billijkheid op nihil te stellen, althans om te bepalen dat Tennor Holding op grond van artikel 611a lid 4 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering een eventueel verbeurde dwangsom (of nadere dwangsom) pas na verloop van een termijn van twee maanden vanaf de betekening van dit vonnis zal verbeuren.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Voor zover Tennor Holding, Civitas Properties Investment en Peil Investment in de onmogelijkheid verkeerden om bepaalde stukken, tot afgifte waarvan zij waren veroordeeld, te overhandigen, bijvoorbeeld omdat die niet bestaan, hadden zij dat tijdig aan S4 Limited kunnen meedelen. Ondertussen hadden zij de stukken waarover zij wèl beschikken overeenkomstig het vonnis van 1 april 2021 kunnen afgeven, eventueel na gemotiveerd enig uitstel te hebben gevraagd.
Zij hebben echter niets gedaan en zijn pas op de zitting met hun verweer gekomen. Daarbij hebben zij matiging tot nihil dan wel opschorting van de dwangsommen bepleit, zonder het nodig te vinden een daartoe strekkende vordering in reconventie in te stellen. De conclusie is dan ook dat zij de dwangsommen tot het in het vonnis bepaalde, eenmalige maximum van € 500.000,00 (en niet drie maal
€ 500.000,00) hebben verbeurd.

4.2.

Normaal gesproken zou dit leiden tot toewijzing van een bedrag van
€ 500.000,00 en verhoging van de eerder opgelegde dwangsom.
Hier lijkt echter iets niet te kloppen. Een eisende partij die het geleende geld plus overeengekomen rente plus € 4 miljoen aan boeterente binnen heeft, maar desondanks door gaat met het invorderen van de verdere, alsmaar doorlopende, exorbitante boete en daar nu gigantische dwangsommen van € 100.000,00 per dag aan toegevoegd wil zien. Gedaagde partijen, wie er alles aan gelegen zou moeten zijn om invordering en executie te voorkomen, maar die zich wonderlijk genoeg hebben beperkt tot een halfslachtig verweer. Daar komt bij dat men geen haast had met een vonnis, omdat de beleidsbepalers aan beide kanten in gesprek zouden zijn, en van beide kanten met klem werd verzocht dit vonnis niet te publiceren.

4.3.

Al met al is onvoldoende duidelijk wat nu het werkelijke (spoedeisende) belang is bij de gevraagde voorzieningen. Die zullen dan ook worden geweigerd.

4.4

Deze uitkomst is reden de proceskosten tussen partijen te verrekenen zoals hierna is vermeld.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

weigert de gevraagde voorzieningen;

5.2.

verrekent de proceskosten aldus tussen partijen dat elke partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J. Beukenhorst, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. M.F. van Grootheest, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 10 september 2021.

type: MvG coll: EB