Civiel recht overig
mondeling vonnis, verweer dat dochter en vader verzoek tot woningruil hebben gedaan slaagt niet, valselijk…
Rechtbank Amsterdam, 10 mei 2023
ECLI:NL:RBAMS:2023:3214 · Rechtbank Amsterdam · 10 mei 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/civiel-recht/civiel-recht-overig/kort-geding/ecli-nl-rbams-2023-3214
Zaakgegevens
Op 10 mei 2023 heeft de Rechtbank Amsterdam in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 10 mei 2023
- Datum publicatie
- 22 mei 2023
- Zaaknummer
- 10416703
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Kort gedingKort gedingEen snelle procedure bij de voorzieningenrechter voor spoedeisende zaken, met een voorlopig oordeel.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2023:3214
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
mondeling vonnis, verweer dat dochter en vader verzoek tot woningruil hebben gedaan slaagt niet, valselijk opgemaakte stukken, vader al overleden ttv verzoek, gevolgtrekking 21 Rv, dochter verblijft zonder recht of titel in woning, ontruiming toegewezen
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]proces-verbaal
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht
zaaknummer: 10416703 KK EXPL 23-186
proces-verbaal van: 10 mei 2023
func.: 811
proces-verbaal van de mondelinge behandeling tevens houdende mondeling vonnis
in de zaak in kort geding van
de stichting
STICHTING YMERE,
gevestigd te Amsterdam,
eiseres,
nader te noemen: Ymere,
gemachtigde: mr. H.M.G. Brunklaus,
t e g e n
[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde,
nader te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. R.M. van Ommeren.
Op 10 mei 2023 zijn voor mr. L. van Berkum, kantonrechter, bijgestaan door
mr. T.C. van Andel, griffier, ter zitting verschenen:
-
[naam 1] en [naam 2] namens Ymere, bijgestaan door de gemachtigde;
-
[gedaagde] , bijgestaan door haar gemachtigde, met haar partner en zus.
1 De mondelinge behandeling:
Ter zitting heeft de gemachtigde van Ymere een aanvullende productie overgelegd. Partijen hebben vervolgens hun standpunten toegelicht en vragen van de kantonrechter beantwoord.
De kantonrechter heeft de behandeling van de zaak gesloten en partijen meegedeeld dat zij mondeling uitspraak zal doen.
De kantonrechter heeft vervolgens de volgende uitspraak gedaan.
2 De gronden van de beslissing
Ymere is eigenaar van de woning aan de [adres] . Zij verhuurde deze woning aan de ouders van [gedaagde] . De moeder van [gedaagde] is echter op
[overlijdensdatum 1] 2022 overleden en de vader op [overlijdensdatum 2] 2022, op grond waarvan Ymere zich op het standpunt stelt dat de huurovereenkomst met de ouders van [gedaagde] is beëindigd. Zij stelt dat [gedaagde] thans zonder recht en titel in de woning verblijft en vordert ontruiming.
[gedaagde] heeft ter zitting erkend dat zij in de woning verblijft. Zij voert aan dat zij en haar vader al op 26 september 2022 een woningruilverzoek hebben ingediend bij Ymere met als doel de door haar van De Alliantie gehuurde woning te ruilen tegen deze woning. Ter staving daarvan heeft [gedaagde] een schriftelijk verzoek daartoe overgelegd, gedateerd op
26 september 2022, een ontvangstbevestiging van Ymere, getekend door baliemedewerkster [naam 3] , ook gedateerd op 26 september 2022 en een verklaring van [naam 4] , werkzaam bij Dynamo (maatschappelijk werk), waarin hij verklaart dat hij op die dag het woningruilverzoek persoonlijk bij Ymere heeft afgegeven en dat het is gestempeld door [naam 3] . Bovendien voert [gedaagde] aan dat mondeling akkoord is gegeven op de woningruil.
Ymere ontkent dat het schriftelijk verzoek op 26 september 2022 is afgegeven aan de balie bij Ymere. Zij heeft daarover ter zitting een e-mailbericht van [naam 3] overgelegd. Ymere stelt dat het woningruilverzoek pas op 6 december 2022 bij de balie is afgegeven en dat [naam 3] alleen daarvoor een ontvangstbevestiging heeft getekend en later op 9 december 2022 nog één voor het afgeven van een kopie van het paspoort van de vader van [gedaagde] . Ymere heeft ter zitting gesteld dat de ontvangstbevestiging van 26 september 2022 valselijk is opgemaakt. Mondeling of anderszins is volgens Ymere nooit akkoord gegaan met woningruil.
[gedaagde] heeft drie door haar volgens [naam 3] uitgeschreven ontvangstbewijzen overgelegd, te weten van 26 september, 6 december en 9 december 2022. Bij vergelijking van deze ontvangstbewijzen kan niet anders worden opgemaakt dan dat door plak- en knipwerk de handgeschreven data en tekst in de ontvangstbevestiging van 26 september 2022 zijn gemanipuleerd. Zo zijn de geschreven cijfers 9 in de ontvangstbevestiging van
9 december en die van 26 september 2022 (09) exact gelijk, hetzelfde geldt ten aanzien van de cijfers 6 in de ontvangstbevestiging van 26 september en die van 6 december 2022. Daarnaast is de handgeschreven tekst “Documenten woningruil [adres] ” en de handtekening op de ontvangstbevestigingen van 26 september en 6 december 2022 exact gelijk. Dit is onmogelijk en dat dat zo is blijkt ook uit de omstandigheid dat de handtekening van [naam 3] op de ontvangstbevestiging van 9 december 2022 wel vergelijkbaar is, maar niet gelijk aan die van 6 december 2022.
Daarbij geldt dat in het woningruilverzoek zelf, gedateerd op 26 september 2022 en voorzien van een handtekening van de vader van [gedaagde] , is vermeld dat [gedaagde] op
“30 september jl.” als mantelzorger haar vader heeft meegenomen naar zijn vaderland ter ondersteuning van zijn rouwproces en dat [gedaagde] “eind oktober jl.” haar vader heeft geholpen om zijn huis te renoveren na mondeling akkoord betreffende de woningruil. Hieruit kan niet anders worden afgeleid dan dat ook het woningruilverzoek zelf valselijk is opgemaakt. Jongstleden lijkt immers niet te verwijzen naar het jaar 2021, want toen was de moeder van [gedaagde] nog niet overleden en was nog geen sprake van een verzoek tot woningruil, maar naar het jaar 2022, welke data op het moment van de gestelde indiening van het woningruil nog in de toekomst lagen.
Ter zitting heeft [gedaagde] desgevraagd geen origineel van de ontvangstbevestiging van 26 september 2022 kunnen overleggen omdat zij alleen een kopie zou hebben ontvangen van [naam 4] van Dynamo. Ook als dat zo is, wordt tot de conclusie gekomen dat [gedaagde] in deze procedure overduidelijk valselijk opgemaakte stukken heeft overgelegd, te weten het door haar overgelegde ontvangstbewijs van 26 september 2022 en het woningruilverzoek. Dit is in strijd met artikel 21 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering dat voorschrijft dat de rechter volledig en naar waarheid dient te worden voorgelicht. Als dat niet gebeurt, kan de rechter daarmee doen wat zij geraden acht. In dit geval wordt het verweer van [gedaagde] dat zij tijdens het leven van haar vader een verzoek tot woningruil bij Ymere heeft ingediend verworpen. Gevolg is dat zij dit verzoek pas heeft gedaan na het overlijden van haar ouders, te weten op 6 december 2022. Dit is te laat, nog daargelaten de vraag of Ymere (en De Alliantie) een tijdig verzoek zou(den) hebben geaccepteerd. Daarbij is in aanmerking genomen dat Ymere ter zitting heeft gesteld dat zij dit verzoek, indien tijdig ingediend, nooit zou hebben geaccepteerd, aangezien [gedaagde] gelet op de grootte van de woning van haar ouders geen huisvestingsvergunning zou hebben kunnen verkrijgen voor de woning.
Slotsom is daarom dat voorshands wordt geoordeeld dat [gedaagde] zonder recht of titel in de woning verblijft. De vordering van Ymere tot ontruiming wordt daarom toegewezen. Nu [gedaagde] huurder is van een woning bij De Alliantie en Ymere zich niet verzet tegen een ruimere ontruimingstermijn dan gevorderd, zal de ontruiming op een termijn van een maand na heden worden bepaald.
3 De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt [gedaagde] om de woning aan de [adres] uiterlijk op 10 juni 2023 te ontruimen en ter beschikking van Ymere te stellen, welke ontruiming zo nodig door de deurwaarder bewerkstelligd kan worden met behulp van de sterke arm conform het in artikel 555 e.v. jo. 444 Rv bepaalde;
veroordeelt [gedaagde] in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van Ymere begroot op:
exploot € 129,85
salaris € 529,00
griffierecht € 128,00
totaal € 786,85
voor zover van toepassing, inclusief btw;
veroordeelt [gedaagde] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 66,00 aan salaris gemachtigde, voor zover van toepassing inclusief btw;
verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders gevorderde.
Waarvan proces-verbaal,