Civiel recht overig
10-jarige leerling moet weer tot school worden toegelaten.
Rechtbank Amsterdam, 13 februari 2024
ECLI:NL:RBAMS:2024:769 · Rechtbank Amsterdam · 13 februari 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/civiel-recht/civiel-recht-overig/kort-geding/ecli-nl-rbams-2024-769
Zaakgegevens
Op 13 februari 2024 heeft de Rechtbank Amsterdam in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 13 februari 2024
- Datum publicatie
- 14 februari 2024
- Zaaknummer
- C/13/746081 / KG ZA 24-88 EAM/MA
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Kort gedingKort gedingEen snelle procedure bij de voorzieningenrechter voor spoedeisende zaken, met een voorlopig oordeel.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2024:769
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
10-jarige leerling moet weer tot school worden toegelaten.
Procesgang
Rechtbank Amsterdam · 13 februari 2024deze uitspraak
ECLI:NL:RBAMS:2024:769
Rechtbank Amsterdam · 22 februari 2024
ECLI:NL:RBAMS:2024:961
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]vonnis
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel
zaaknummer / rolnummer: C/13/746081 / KG ZA 24-88 EAM/MA
Vonnis in kort geding van 13 februari 2024
in de zaak van
[eiseres] ,
wonende te [woonplaats] ,
eiseres bij dagvaarding op verkorte termijn van 6 februari 2024,
advocaat mr. A. Yandere te Barendrecht,
tegen
de stichting
[gedaagde] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
gedaagde,
advocaat mr. M.G. Hofman te Heemstede.
Partijen zullen hierna [eiseres] en de stichting genoemd worden.
1 De procedure
Ter zitting van 12 februari 2024 heeft [eiseres] de vordering zoals omschreven in de akte wijziging eis toegelicht. De stichting heeft verweer gevoerd.
Beide partijen hebben schriftelijke stukken en de stichting tevens een pleitnota ingediend. In verband met de spoedeisendheid van de zaak is heden de beslissing gegeven, in de vorm van dit ‘kopstaartvonnis’.
De uitwerking daarvan zal volgen op 27 februari 2024.
Ter zitting waren aanwezig:
[eiseres] met mr. Yandere en verder als toehoorders: de vader van [naam kind] , de huidige partner, de zus, de moeder en de schoonvader van [eiseres] , alsmede mw. [naam 1] van Pleegzorg,
aan de kant van de stichting: mr. Hofman met mw. [naam 2] , waarnemend directeur, dhr. [naam 3] , interim directeur, en dhr. [naam 4] , bestuurder.
2 De feiten
Volgen in de uitwerking.
3 Het geschil
[eiseres] vordert na eiswijziging de stichting te gebieden om [naam kind] op de eerstvolgende schooldag met het oog op het volgen van onderwijs, zoals vóór 24 november 2023 en zonder beperkingen en voorwaarden, toe te laten tot de [naam school] , zulks op straffe van een dwangsom van
€ 2.000,-- per dag, een dagdeel daaronder begrepen, dat dit gebod niet wordt nageleefd, met veroordeling van de stichting in de daadwerkelijk gemaakte proceskosten.
De stichting voert gemotiveerd verweer.
Op de stellingen van partijen wordt in de latere uitwerking ingegaan.
4 De beoordeling
De formele weren slagen niet. Dit wordt in de schriftelijke uitwerking nader toegelicht.
De verdere inhoudelijke beoordeling volgt in de schriftelijke uitwerking. Om toch alvast iets van de motivering mee te geven: een essentiële overweging die leidt tot de na te melden beslissing is dat de stichting geen (gedegen) onderzoek heeft uitgevoerd naar het incident, zodat niet valt vast te stellen wat er precies is gebeurd en wat de rol van [naam kind] daarbij is geweest.
De gevorderde dwangsom zal worden beperkt als nader vermeld onder 5.2. en gemaximeerd tot € 20.000,00.
De stichting zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Er wordt geen aanleiding gezien af te wijken van het uitgangspunt dat bij een kostenveroordeling wordt uitgegaan van forfaitaire bedragen. De kosten aan de zijde van [eiseres] worden begroot op:
- griffierecht 87,00
- salaris advocaat 1.107,00
Totaal € 1.194,00
5 De beslissing
De voorzieningenrechter
gebiedt de stichting [naam kind] per maandag 26 februari 2024 met het oog op het volgen van onderwijs, zoals vóór 24 november 2023 en zonder beperkingen en voorwaarden, toe te laten tot de [naam school] ,
veroordeelt de stichting om aan [eiseres] een dwangsom te betalen van € 200,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat de stichting niet aan de in 5.1. uitgesproken veroordeling voldoet, met een maximum van € 20.000,00,
veroordeelt de stichting in de proceskosten, aan de zijde van [eiseres] tot op heden begroot op € 1.194,00,
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.A. Messer, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. M.H. Abbas, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 13 februari 2024.