Civiel recht overig
Een oud-werknemer van een Amsterdams bedrijf dat handelt in energie en milieu-gerelateerde producten, die…
Rechtbank Amsterdam, 21 oktober 2026
ECLI:NL:RBAMS:2026:10402 · Rechtbank Amsterdam · 21 oktober 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/civiel-recht/civiel-recht-overig/kort-geding/ecli-nl-rbams-2026-10402
Zaakgegevens
Op 21 oktober 2026 heeft de Rechtbank Amsterdam in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 21 oktober 2026
- Datum publicatie
- 22 oktober 2026
- Zaaknummer
- C/13/793968 / KG ZA 26-825
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Kort gedingKort gedingEen snelle procedure bij de voorzieningenrechter voor spoedeisende zaken, met een voorlopig oordeel.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. C.J. Gerritsen
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2026:10402
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Een oud-werknemer van een Amsterdams bedrijf dat handelt in energie en milieu-gerelateerde producten, die bijna een jaar geleden ontslag nam en in mei 2026 overstapte naar een werkgever met overlappende activiteiten, hoeft geen ontslag te nemen.
Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
Civiel recht, voorzieningenrechter
Zaaknummer: C/13/793968 / KG ZA 26-825 NB/EB
Vonnis in kort geding van 21 oktober 2026
in de zaak van
OTC FLOW B.V.,
te Amsterdam,
eisende partij in conventie bij dagvaarding van 21 september 2026,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: OTC Flow,
advocaat: mr. C.J. Gerritsen,
tegen
[gedaagde] ,
zonder bekende woon- of verblijfplaats binnen of buiten Nederland,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
advocaat mr. M.H.A. Gobes.
1 De procedure
Op de zitting van 7 oktober 2026 heeft OTC Flow de vorderingen zoals omschreven in de dagvaarding toegelicht. [gedaagde] heeft verweer gevoerd en een tegenvordering (eis in reconventie) ingediend, overeenkomstig een vooraf ingediende akte. OTC Flow heeft de tegenvordering bestreden. Beide partijen hebben producties in het geding gebracht en gebruik gemaakt van pleitaantekeningen die aan het procesdossier zijn toegevoegd.
Bij de mondelinge behandeling waren aan de zijde van OTC Flow aanwezig [naam 1] (Managing Director), [naam 2] (Head of legal), J. Barnett (tolk Engels), mr. P. de Jong Schouwenburg en mr. Gerritsen. [gedaagde] was aanwezig met mr. Gobes.
Vonnis is bepaald op vandaag.
2 De feiten
OTC Flow drijft een brokerage- en handelsonderneming die actief is op de
internationale markten voor energie- en milieugerelateerde grondstoffen. De kern van haar
activiteiten bestaat uit het faciliteren van transacties in een breed scala aan energie- en milieu gerelateerde producten, waaronder koolstofcompensatiemechanismen, CO2-emissierechten, hernieuwbare energieproducten en hernieuwbare energiecertificaten.
Op 10 juni 2024 is [gedaagde] bij OTC Flow in dienst getreden in de functie van Sales Trader, op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Per 1 december 2024 is de arbeidsovereenkomst omgezet in een overeenkomst voor onbepaalde tijd. In de arbeidsovereenkomst staan onder meer de volgende bedingen:
“14. NON-COMPETITION AND NON-SOLICITATION CLAUSE
Without the prior written consent of the Employer, the Employee may not, during his employment with the Employer and during a period of 12 months after termination of the employment, directly or indirectly, paid or unpaid, in employment, on his own behalf or for others, in whatever manner, be involved with trading (including sale and purchase, koop en verkoop), brokerage (bemiddeling), or any other activity, similar to and competitive with, the current lines of business of the Employer, or lines of business of the Employer developed during the term of this Employment Agreement.
Without the prior written consent of the Employer, the Employee may not, during his
employment with the Employer and during a period of 12 months after termination of the
employment, within:
a. any Member State of the European Union, as these are important markets on which the Employer is active;
b. the United Kingdom of Great Britain and Northern Ireland, as these are important markets on which the Employer is active;
c. the Netherlands, as this is the primary business location of the Employer, where the Employee carries out (or carried out) its activities; and
d. France, which is or will be the second business location of the Employer, and as France is an important market on which the Employer is active;
directly or indirectly, paid or unpaid, in employment, on his own behalf or for others, in whatever manner, work for or be involved with any company that carries out activities in a field equal, similar, or related to or otherwise in competition with the company of the Employer, and furthermore he may not, directly or indirectly, act as intermediary in any manner whatsoever. (…)
Without the prior written consent of the Employer, the Employee may not, during a period of
12 months after the end of the employment, in whatever manner, whether or not via social media, enter into or maintain business relationships with the Employer’s business contacts or companies affiliated with the Employer, nor conclude agreements and/or to perform work for these persons, other than for the execution of this Employment Agreement. Parties agree that all relations established and to be established by the Employee during the fulfilment of his duties for the Employer, will be considered as business relations of the Employer both during the term of the Employment Agreement and after its termination. (…)
(…)
17. PENALTY CLAUSE
If the Employee violates the clauses laid down in articles clauses (…) 14 (…) of this Employment Agreement, the Employee will (…) be liable to immediately pay the Employer a penalty amounting to the greater of (i) three (3) times its last enjoyed gross salary, or (ii) EUR 10,000 for each violation, and in addition a penalty of EUR 500 for each day that the violation continues without any prior notification or default notice being required and without it being necessary that a shortcoming within the meaning of Article 6:92(3) DCC can be attributed to the Employee. (…).”
Op 30 september 2025 heeft [gedaagde] ontslag genomen. Zijn laatste werkdag bij OTC Flow was 7 oktober 2025. Per 31 oktober 2025 is de arbeidsovereenkomst tot een eind gekomen.
In januari en februari 2026 heeft OTC Flow [gedaagde] herhaaldelijk herinnerd aan zijn postcontractuele verplichtingen, omdat zij informatie uit de markt had ontvangen dat [gedaagde] zou werken voor OTX dan wel Evolution Markets (beide deel van de Xpansiv Group). [gedaagde] heeft op deze berichten niet gereageerd.
Op 1 mei 2026 is OTC Flow benaderd door Evolution Markets in het kader van “employment checks” voor [gedaagde] . [gedaagde] is vervolgens ook daadwerkelijk in dienst getreden van Evolution Markets Ltd., als “Broker Biofuels”. Evolution Markets is van oorsprong een Amerikaans bedrijf. Het hoofdkantoor is gevestigd in New York (Verenigde Staten). [gedaagde] is werkzaam op de locatie van Evolution Markets in Dubai, Verenigde Arabische Emiraten. Evolution Markets fungeert als tussenpersoon voor institutionele partijen bij transacties op de mondiale energie- en milieumarkten. Het bedrijf is gespecialiseerd in de handelsbemiddeling (brokerage) van zowel duurzame producten als traditionele grondstoffen, waaronder elektriciteit, aardgas, steenkool en uranium.
[gedaagde] is de vierde werknemer van OTC Flow die is overgestapt naar Evolution Markets. Drie van zijn collega’s deden dat al in januari 2026.
Op 25 juni 2026 heeft een medewerker van Allego, aan welke onderneming OTC Flow diensten heeft verleend, een bericht over een offerprijs aan [gedaagde] gestuurd. Per abuis is dat (ook) verstuurd naar diens OTC Flow-account.
Bij brief van 14 juli 2026 heeft OTC Flow [gedaagde] gesommeerd om te bevestigen dat hij zijn werkzaamheden voor Evolution Markets zal staken, en om € 60.654,- aan verbeurde boetes aan OTC Flow te betalen. In deze brief stelt OTC Flow dat Evolution Markets een directe concurrent van haar is en dat zij bewijs heeft dat [gedaagde] ook het relatiebeding heeft geschonden.
3 Het geschil
in conventie
OTC Flow vordert, kort gezegd, [gedaagde] te veroordelen:
-
i) zijn dienstverband bij Evolution Markets te beëindigen en beëindigd te houden gedurende de looptijd van het concurrentiebeding, en zich te onthouden van elk contact dat in strijd is met het relatiebeding, op straffe van een dwangsom;
-
ii) tot betaling van € 91.577,- bij wijze van voorschot op de boete die hij verschuldigd is wegens overtreding van het concurrentiebeding;
-
iii) tot betaling van € 64.077,- bij wijze van voorschot op de boete die hij verschuldigd is wegens overtreding van het relatiebeding; en
-
iv) in de proceskosten.
[gedaagde] voert verweer.
Op de stellingen van partijen wordt bij de beoordeling ingegaan, voor zover van belang.
in reconventie
[gedaagde] vordert op zijn beurt, samengevat:
primair
het concurrentiebeding en relatiebeding te schorsen;
subsidiair
OTC Flow te veroordelen om hem € 8.045,96 netto per maand (zijn salaris bij Evolution Markets) te betalen voor de duur dat de bedingen nog gelden;
in alle gevallen
de boetebedragen te matigen tot nihil; en
OTC Flow te veroordelen in de volledige proceskosten.
Op de stellingen van partijen wordt bij de beoordeling ingegaan, voor zover van belang.
4 De beoordeling
Voor alle weren heeft [gedaagde] zich beroepen op nietigheid van de dagvaarding, op de grond dat een uittreksel van het exploot van dagvaarding niet is gepubliceerd in de Staatscourant. Dit verweer gaat niet op. [gedaagde] is in de procedure verschenen en het ontbreken van een publicatie in de Staatscourant heeft hem niet onredelijk in zijn belangen geschaad (artikel 122 Rv).
Er is evenmin grond om de zaak door te verwijzen naar de kantonrechter, zoals [gedaagde] heeft verzocht. De bevoegdheid van de kantonrechter in zaken over de naleving van postcontractuele bedingen is niet exclusief. Het stond OTC Flow vrij te kiezen voor de voorzieningenrechter van de rechtbank. Desnoods kan in geval van een toewijzend vonnis bij de kostenveroordeling rekening worden gehouden met de hogere kosten die deze keuze veroorzaakt voor [gedaagde] .
in conventie en reconventie
De vorderingen van partijen vormen elkaars spiegelbeeld en lenen zich daarvoor voor gezamenlijke behandeling. Zij zijn in kort geding toewijsbaar als voorshands aannemelijk is dat de eisende partij in een bodemprocedure in het gelijk zal worden gesteld, en als van de eisende partij niet kan worden verwacht dat deze de uitkomst van een bodemprocedure afwacht. Of de gevraagde voorziening wordt verleend, hangt ook af van de afweging van de belangen van partijen.
OTC Flow eist dat [gedaagde] zijn dienstverband bij Evolution Markets beëindigt en beëindigd houdt gedurende de looptijd van het concurrentiebeding. De arbeidsovereenkomst tussen partijen is per 31 oktober 2025 tot een einde gekomen en het concurrentiebeding geldt dus tot 31 oktober 2026. Toewijzing van de vordering zou betekenen dat [gedaagde] zijn dienstverband moet beëindigen voor een periode van tien dagen, gezien de datum van dit vonnis. Bij die voorziening heeft OTC Flow hooguit een zeer gering belang. Dat zij dat zelf ook onderkent, kan worden afgeleid uit de verklaring ter zitting dat het voor OTC Flow ook voldoende is als [gedaagde] vakantie opneemt voor de resterende dagen tot 31 oktober 2026.
Bovendien is voorshands niet aannemelijk dat [gedaagde] het concurrentiebeding heeft geschonden. Evolution Markets is wereldwijd actief, met name buiten Europa, terwijl OTC Flow haar activiteiten nu juist voornamelijk in Europa uitoefent. En voor zover sprake is van een geografische overlap, is voorshands aannemelijk dat het beding [gedaagde] onbillijk benadeelt, in verhouding tot het te beschermen belang van OTC Flow. Dat wordt hierna toegelicht.
[gedaagde] heeft 16 maanden gewerkt voor OTC Flow. Dat hij in die relatief korte periode als sales trader kennis heeft opgedaan waarmee hij afbreuk kan doen aan het bedrijfsdebiet van OTC Flow is voorshands niet aannemelijk. Afgezien van de korte duur van het dienstverband heeft [gedaagde] hierover onder meer aangevoerd, samengevat, dat OTC Flow nooit heeft geïnvesteerd in zijn deskundigheid en dat de kennis die hij bij OTC Flow heeft opgedaan, is achterhaald doordat de Nederlandse systematiek voor hernieuwbare energie in vervoer sinds 1 januari 2026 ingrijpend is gewijzigd. In verband met het relatiebeding heeft [gedaagde] aangevoerd dat alle potentiële klanten van OTC Flow staan opgesomd in een openbaar register en dat OTC Flow met geen van haar klanten exclusieve relaties heeft. Het is volgens hem in deze markt gebruikelijk dat marktpartijen meerdere brokers tegelijk benaderen voor dezelfde transactie, omdat die brokers andere geïnteresseerden kunnen bereiken, wat tot een beter transactieresultaat kan leiden. OTC Flow is er onvoldoende in geslaagd deze verweren te ontzenuwen. Bovendien voert [gedaagde] als verweer dat zijn focus bij Evolution Markets zal komen te liggen op de derivatenhandel, waarmee OTC Flow zich niet bezighoudt, en dat Evolution Markets een veel grotere speler is dan OTC Flow. OTC Flow haalt eerder informatie op bij Evolution Markets dan andersom, aldus [gedaagde] . Dat Evolution Markets een veel grotere speler is, heeft OTC Flow niet betwist. Dat zwaarwegende bedrijfsbelangen naleving van het concurrentie- en relatiebeding nodig maken, is dus maar zeer de vraag.
Daartegenover staat dat de overstap van [gedaagde] naar Evolution Markets hem een aanmerkelijke verbetering van zijn arbeidsrechtgelijke positie heeft opgeleverd. Hij verdient bij Evolution Markets ruim twee keer zoveel als bij OTC Flow en heeft daar meer doorgroeimogelijkheden. Daarnaast investeert Evolution Markets in zijn scholing op het gebied van derivaten, het werkveld waarin hij zich verder wil bekwamen. Bij de gedingstukken zit een certificaat dat bewijst dat [gedaagde] op 11 juli 2026 een cursus over de handel in derivaten heeft gevolgd.
Al met al valt niet te verwachten dat een bodemrechter tot het oordeel zal komen dat [gedaagde] het concurrentiebeding of het relatiebeding heeft geschonden. Dat betekent dat de vorderingen van OTC Flow in kort geding geen van alle toewijsbaar zijn. De primaire vordering van [gedaagde] om het concurrentiebeding te schorsen is wel toewijsbaar. De vordering tot matiging van de boetes zal worden afgewezen. Het is niet aan de voorzieningenrechter, maar aan de bodemrechter om een boete al dan niet te matigen. De voorzieningenrechter kan wel – zoals hij nu ook doet – een vordering tot betaling van een voorschot op de boete afwijzen als voorshands niet aannemelijk is dat die boete zal worden toegewezen, of als te verwachten valt dat de boete zal worden gematigd.
OTC Flow is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Voor veroordeling in de volledige proceskosten ontbreekt de rechtsgrond. De proceskosten van [gedaagde] worden in conventie conform het liquidatietarief begroot op:
|
- griffierecht |
€ |
2.803,- |
|
|
- salaris advocaat |
€ |
1.766,- |
|
|
- nakosten |
€ |
189,- |
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) |
|
Totaal |
€ |
4.758,- |
Wegens samenhang met de conventie worden de kosten in reconventie begroot op nihil.
5 De beslissing
De voorzieningenrechter
in conventie
weigert de gevraagde voorzieningen,
veroordeelt OTC Flow in de proceskosten van € 4.758,-, te vermeerderen met € 98,- plus de kosten van betekening als het vonnis wordt betekend,
schorst het tussen partijen overeengekomen concurrentiebeding en relatiebeding
zodat het [gedaagde] is toegestaan zijn werkzaamheden voor Evolution Markets in Dubai voort te zetten,
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
veroordeelt OTC Flow in de proceskosten, begroot op nihil,
wijst het meer of anders gevorderde af.
|
Dit vonnis is gewezen door mr. N.C.H. Blankevoort, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. E. van Bennekom, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 21 oktober 2026. |
||