Europees civiel recht
Verstek. Ambtshalve toetsing consumentenrecht. Nadere toelichting en onderbouwing over doel overeenkomst…
Rechtbank Amsterdam, 11 december 2025
ECLI:NL:RBAMS:2025:10062 · Rechtbank Amsterdam · 11 december 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/civiel-recht/europees-civiel-recht/bodemzaak/ecli-nl-rbams-2025-10062
Zaakgegevens
Op 11 december 2025 heeft de Rechtbank Amsterdam in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over europees civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 11 december 2025
- Datum publicatie
- 16 december 2025
- Zaaknummer
- 11824532 \ CV EXPL 25-10537
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Europees civiel recht
- Procedure
- BodemzaakBodemzaakDe gewone procedure waarin de rechter definitief over het geschil beslist, in tegenstelling tot een kort geding of voorlopige voorziening.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2025:10062
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verstek. Ambtshalve toetsing consumentenrecht. Nadere toelichting en onderbouwing over doel overeenkomst, gelet op aard van het goed en activiteiten van de onderneming, niet verstrekt. Daardoor kan niet worden vastgesteld dat sprake is van een bedrijfsmatige aankoop. Consumentenbescherming. Onvoldoende gesteld dat is voldaan aan de informatieplichten en geen algemene voorwaarden in het geding gebracht, waardoor niet kan worden getoetst. Afwijzing vordering.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11824532 \ CV EXPL 25-10537
Vonnis van 11 december 2025
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BILLINK FINANCE B.V.,
gevestigd te Gouda,
eisende partij,
gemachtigde: Van Lith Gerechtsdeurwaarders en Incasso,
tegen
[gedaagde] , handelend onder de naam [handelsnaam],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
niet verschenen.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 11 september 2025,
- de akte van eisende partij.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De verdere beoordeling
Eisende partij is bij voornoemd tussenvonnis in de gelegenheid gesteld nader toe te lichten en te onderbouwen met welk doel de overeenkomst is aangegaan, gelet op de aard van het gekochte goed in combinatie met de activiteiten van de onderneming.
Eisende partij heeft bij akte aangevoerd, kort gezegd, dat gedaagde partij er zelf voor heeft gekozen om de bestelling als ondernemer te plaatsen. De rechtsverhouding tussen partijen dient niet te worden afgeleid uit de aard van de goederen. Ambtshalve toetsing is daarom niet aan de orde, aldus steeds eisende partij.
De nadere toelichting en onderbouwing waar in het tussenvonnis om is gevraagd heeft eisende partij niet gegeven. Het standpunt van eisende partij als verwoord in haar akte is niet houdbaar, gelet op het in het tussenvonnis aangehaalde (Costea) arrest. Daarnaast wordt verwezen naar ECLI:NL:HR:2018:1800. In dat arrest heeft de Hoge Raad bevestigd dat het begrip consument een objectief begrip is. Om te kunnen vaststellen of al dan niet is gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf, is van belang het doel waarmee de overeenkomst is aangegaan, wat met name moet worden afgeleid uit de aard van het goed of de dienst waarop de betrokken overeenkomst betrekking heeft. De omstandigheid dat de betrokkene een onderneming drijft, is daarbij niet van belang.
In het tussenvonnis is al overwogen dat gedaagde partij een onderneming drijft die zich bezighoudt met detailhandel via internet in voedingsmiddelen en drogisterijwaren, zodat zonder nadere toelichting, die ontbreekt, de aangeschafte Nintendo Switch niet worden aangemerkt als bedrijfsmatige aankoop. Dat past immers op geen enkele wijze bij de bedrijfsvoering. Het moet er daarom voor worden gehouden dat gedaagde partij dit goed als consument heeft aangeschaft, zodat ambtshalve moet worden getoetst aan het consumentenrecht.
Nu eisende partij heeft nagelaten gemotiveerd te stellen dat zij heeft voldaan aan de informatieplichten en evenmin de algemene voorwaarden in het geding heeft gebracht, wat wel op haar weg had gelegen, gelet op het tussenvonnis en het niet geven van de gevraagde nadere toelichting, heeft eisende partij het de kantonrechter onmogelijk gemaakt om ambtshalve te toetsen. Daarmee is niet voldaan aan de stelplicht. Dat leidt tot afwijzing van de vordering.
Eisende partij wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten, die aan de zijde van gedaagde partij worden begroot op nihil.