Insolventierecht

Recente uitkeringsfraude, niet te goeder trouw.

Rechtbank Amsterdam, 1 februari 1999

Zaakgegevens

Op 1 februari 1999 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
1 februari 1999
Datum publicatie
4 april 2013
Zaaknummer
99.14
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:1999:AF0008
E-mail

Samenvatting

Recente uitkeringsfraude, niet te goeder trouw.

Uitspraak

Arrondissementsrechtbank te Amsterdam

Tweede enkelvoudige kamer

X., geboren op ... te ...

wonende te...

verzoeker,

heeft op 12 januari 1999 een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.

Bij vonnis van deze kamer van 1 februari 1999 is op het verzoek voorlopig beslist.

De rechtbank overweegt als volgt:

Betrokkene heeft ter terechtzitting stukken overgelegd, waaruit blijkt dat hij een aantal malen (laatstelijk in 1997) inkomsten uit onderneming niet heeft opgegeven aan de Sociale Dienst van de Gemeente Weesp, terwijl hij een uitkering genoot. Alle omstandigheden meegewogen is de rechtbank van mening dat de weigeringsgrond van artikel 288 lid 2 onder b van toepassing is.

Het verzoek tot definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling dient derhalve te worden afgewezen.

BESLISSING

De rechtbank

- wijst het verzoek af.

Gewezen door mr A.L. Smit, lid van genoemde kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 februari 1999 in tegenwoordigheid van de griffier.