Insolventierecht

Rechtbank Amsterdam · Eerste aanleg - enkelvoudig · Insolventierecht

Rechtbank Amsterdam, 5 juli 2023

Zaakgegevens

Op 5 juli 2023 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
5 juli 2023
Datum publicatie
7 november 2023
Zaaknummer
C/13/719326 / HA ZA 22-494
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Advocaat
mr. D.H. Loozeman te Utrecht
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2023:7068
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Herstelvonnis

Uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rolnummer: C/13/719326 / HA ZA 22-494

Herstelvonnis van 5 juli 2023

in de zaak van

[curator] QQ.,

in hoedanigheid van curator in het faillissement van [eiser] B.V.,

te [vestigingsplaats] ,

eisende partij,

advocaat: mr. D.H. Loozeman te Utrecht,

tegen

1 [gedaagde 1] ,

te [woonplaats] ,
2. [gedaagde 2],

te [woonplaats] ,

gedaagde partijen,

zonder advocaat (na onttrekking van mr. S.R. Voorhorst).

De eisende partij wordt hierna de curator genoemd. De gedaagde partijen worden hierna gezamenlijk [gedaagden] genoemd, en apart [gedaagde 1] en [gedaagde 2] .

1 Het verzoek tot verbetering

1.1.

Bij e-mail van 16 juni 2023 is namens de curator aan de rechtbank verzocht om verbetering van het op 14 juni 2023 in deze zaak gewezen vonnis. In r.o. 5.2 van het op 14 juni 2023 gewezen vonnis staat dat [gedaagde 2] wordt veroordeeld tot betaling van een geldbedrag aan [gedaagden] Dit lijkt een kennelijke verschrijving: [gedaagde 2] moet, gelet op de vordering van de curator, worden veroordeeld tot betaling van een geldbedrag aan de curator.

1.2.

De rechtbank heeft [gedaagden] in de gelegenheid gesteld zich over dit verzoek uit te laten.

Bij brief van 23 juni 2023 heeft [gedaagde 1] namens [gedaagde 2] aan de rechtbank bericht bezwaar te hebben tegen inwilliging van het verzoek. [gedaagde 2] heeft niks te doen gehad met het bedrijf. Het gewezen vonnis moet daarom in stand worden gelaten. Zo blijft [gedaagde 2] buitenspel.

2 De beoordeling

2.1.

De rechtbank is van oordeel dat in het vonnis van 14 juni 2023 sprake is van een kennelijke fout, die zich voor eenvoudig herstel leent. De rechtbank zal het verzoek dan ook toewijzen als volgt.

3 De beslissing

De rechtbank

3.1.

bepaalt dat nr. 5.2 van het op 14 juni 2023 tussen de curator en [gedaagden] gewezen vonnis, waar staat

“veroordeelt [gedaagde 2] om aan [gedaagden] te betalen een bedrag van:

- € 11.620,- aan hoofdsom, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW vanaf 2 maart 2022 tot aan de dag van volledige betaling; en

- € 891,20 aan buitengerechtelijke incassokosten;

- € 3.275,61 aan Nederlandse beslagkosten; en

- € 3.058,86 aan Duitse beslagkosten,”

wordt gewijzigd in

“veroordeelt [gedaagde 2] om aan de curator te betalen een bedrag van:

- € 11.620,- aan hoofdsom, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW vanaf 2 maart 2022 tot aan de dag van volledige betaling; en

- € 891,20 aan buitengerechtelijke incassokosten;

- € 3.275,61 aan Nederlandse beslagkosten; en

- € 3.058,86 aan Duitse beslagkosten,”,

3.2.

bepaalt dat deze verbetering onder de vermelding van de datum 5 juli 2023 wordt vermeld op de minuut van het vonnis van 14 juni 2023,

3.3.

gelast elk van partijen, voor zover zij dit niet reeds hebben gedaan, de ontvangen grosse dan wel het ontvangen afschrift van het vonnis van 14 juni 2023 na ontvangst van dit herstelvonnis aan de griffie van de rechtbank te retourneren.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.C. Jongeneel en in het openbaar uitgesproken op 5 juli 2023.

type: coll: