Ondernemingsrecht
Art. 6:74 en art. 6:228 BW, art. 6:162 BW en art. 2:11 BW. Geschil over schending garanties en…
Rechtbank Amsterdam, 14 oktober 2026
ECLI:NL:RBAMS:2026:10246 · Rechtbank Amsterdam · 14 oktober 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/civiel-recht/ondernemingsrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbams-2026-10246
Zaakgegevens
Op 14 oktober 2026 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over ondernemingsrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 14 oktober 2026
- Datum publicatie
- 19 oktober 2026
- Zaaknummer
- C/13/774003 HA ZA 25-1382
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Ondernemingsrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. M.V.A. Heuten, mr. T.R.B. de Greve, mr. T.R.B. de Greve, mr. T.R.B. de Greve
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2026:10246
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 6:74 en art. 6:228 BW, art. 6:162 BW en art. 2:11 BW. Geschil over schending garanties en earnout-regeling in SPA. Vordering tot schadevergoeding tegen niet-verschenen gedaagde (contractspartij) toegewezen. Vordering op grond van bestuurdersaansprakelijkheid afgewezen. Eiser heeft onvoldoende feiten gesteld waaruit blijkt dat de bestuurder wist of redelijkerwijs had behoren te begrijpen dat de de vennootschap geen verhaal zou bieden voor de schade . Reconventionele vorderingen afgewezen wegens gebrek aan belang.
Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
Civiel recht
Zaaknummer: C/13/774003 / HA ZA 25-1382
Vonnis van 14 oktober 2026
in de zaak van
TOFANE GLOBAL IOT NETHERLANDS B.V.,
gevestigd te Den Haag,
eisende partij,
hierna te noemen: Tofane,
advocaat: mr. M.V.A. Heuten,
tegen
1 [gedaagde 1] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats 1] ,
niet verschenen,
2. [gedaagde 2] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats 2] ,
advocaat: mr. T.R.B. de Greve,
3. [gedaagde 3] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats 3] ,
advocaat: mr. T.R.B. de Greve,
4. [gedaagde 4],
wonende te [woonplaats] ,
advocaat: mr. T.R.B. de Greve,
gedaagde partijen,
Alle gedaagde partijen gezamenlijk worden hierna [alle gedaagden] genoemd. Gedaagde partij onder 1 wordt hierna [gedaagde 1] genoemd. Gedaagde partijen onder 2 tot en met 4 worden hierna afzonderlijk [gedaagde 2] , [gedaagde 3] en [gedaagde 4] genoemd en gezamenlijk [gedaagden 2 t/m 4]
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 31 juli 2026 met producties 1-40,
- het tegen [gedaagde 1] verleende verstek,
- de conclusie van antwoord tevens inhoudende eis in reconventie van [gedaagden 2 t/m 4] met producties 1-41,
- de conclusie van antwoord in reconventie met producties 41-42,
- het tussenvonnis van 8 april 2026,
- de akte van Tofane met producties 43-48,
- de akten van [gedaagden 2 t/m 4] met productie 42 en productie 43,
- het verkort proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 31 augustus 2026 en de overgelegde spreekaantekeningen.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
iBasis IoT Europe B.V. (hierna iBasis) is een aanbieder van technologische oplossingen voor het internet of things: apparaten die via het internet verbonden zijn. De communicatie maakt gebruik van een ingebouwde (e-)simkaart die verbinding maakt met een mobiel netwerk. iBasis IOT heeft een eigen connectivity management platform (CMP) om (e-)simkaarten in apparaten op afstand te beheren, monitoren en besturen.
Titronik heeft in 2020 een overeenkomst met iBasis gesloten waarbij zij is aangesteld als de wederverkoper in Zuidoost-Azië van diensten van iBasis. Telkomsel, een groot Indonesisch telecommunicatiebedrijf, heeft in 2020 met Titronik een overeenkomst gesloten voor de voorgenomen aanschaf van een voor Telkomsel ontwikkeld CMP (het Telkomsel project). Telkomsel heeft de overeenkomst met Titronik in december 2021 beëindigd.
Tofane is actief in de telecommunicatiesector. Tofane heeft op 21 februari 2022 een aandelenkoopovereenkomst (hierna: de SPA) gesloten met [gedaagde 1] , [naam 1] en [naam 2] (hierna: verkopers). Op grond van de SPA zijn aan Tofane de aandelen in iBasis overgedragen.
De aandelen in [gedaagde 1] werden op dat moment gehouden door [naam 3] (via zijn persoonlijke houdstermaatschappij), [naam 4] (via zijn persoonlijke houdstermaatschappij), [gedaagde 4] en [bedrijf] B.V. [gedaagde 4] is via [gedaagde 3] en [gedaagde 2] aandeelhouder en bestuurder van [bedrijf] . De bestuurders van [gedaagde 1] waren [gedaagde 4] (via [gedaagde 3] en [gedaagde 2] ), [naam 3] en [naam 4] (beiden via hun persoonlijke houdstermaatschappijen).
De koopprijs voor de aandelen bestond uit een basiskoopprijs en een earn-out vergoeding (earn-out consideration). De basiskoopprijs bestond uit:
- een bedrag van € 1.500.000 in de vorm van certificaten van aandelen in Tofane, uitgegeven aan [naam 3] , [naam 4] en [naam 2] ,
- een contant bedrag van € 2.758.377, betaald bij de aandelenoverdracht.
De earn-out vergoeding is uitgewerkt in bijlage 4 bij de SPA en onder meer afhankelijk van het moment van acceptatie van de oplevering van het Telkomsel project door Telkomsel.
Verkopers hebben verschillende garanties aan Tofane verstrekt, die zijn opgenomen in bijlage 9 bij de SPA.
Onder andere [gedaagde 1] en [gedaagde 3] hebben op 21 februari 2022 een capital maintenance statement (vermogensinstandhoudingsverklaring) afgegeven. Op grond daarvan staan de aandeelhouders van [gedaagde 1] ervoor in dat [gedaagde 1] een bedrag van € 662.011 aan liquide middelen aanhoudt voor een periode van achttien maanden na sluiting van de SPA.
Tofane heeft verkopers op 14 april 2022 en 4 mei 2022 schriftelijk bericht dat verkopers garanties onder de SPA hebben geschonden. Verkopers hebben aansprakelijkheid afgewezen.
Op 2 november 2022 heeft Tofane met [naam 3] , [naam 4] en [naam 2] een schikking (memorandum of understanding) getroffen op grond waarvan zij naar rato van hun gezamenlijke aansprakelijkheid een schadevergoeding van € 1.778.390 hebben betaald aan Tofane.
In februari 2023 heeft Tofane aan [gedaagde 4] , [bedrijf] en [naam 1] een schikking aangeboden tegen dezelfde voorwaarden als de schikking met de herinvesteerders. Partijen hebben geen overeenstemming bereikt. Na diverse correspondentie met [gedaagden 2 t/m 4] heeft Tofane deze procedure aanhangig gemaakt.
3 Het geschil
in conventie
Tofane vordert - samengevat – dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad [alle gedaagden] hoofdelijk veroordeelt tot betaling van een bedrag aan schadevergoeding van in totaal € 2.669.164,-, vermeerderd met wettelijke rente en de proceskosten.
Tofane baseert haar vordering op [gedaagde 1] op wanprestatie en op dwaling. Tofane stelt – samengevat – dat de verkopers van iBasis voor de closing geen of onjuiste informatie hebben verstrekt ten aanzien van (de beëindiging van) het Telkomsel project en het opzeggen door andere klanten van hun overeenkomsten met iBasis vanwege de ondermaatse kwaliteit van het CMP in het algemeen. Dit vormt een schending van de door verkopers aan Tofane afgegeven information warranty en de material agreements warranty.
Tofane baseert haar vordering op [gedaagden 2 t/m 4] op bestuurdersaansprakelijkheid. [gedaagden 2 t/m 4] zijn als (indirect) bestuurder(s) van [gedaagde 1] persoonlijk aansprakelijk voor de schending van de garanties door [gedaagde 1] . De gevorderde schade is het contante bedrag dat deze verkopers van Tofane voor de transactie hebben ontvangen.
[gedaagden 2 t/m 4] hebben hun aansprakelijkheid en de schade gemotiveerd betwist. Zij voeren samengevat het volgende aan. Tofane kan schade onder de SPA alleen op de verkopers en niet op derden verhalen, omdat in de SPA een exclusief aansprakelijkheidsregime is overeengekomen. [gedaagde 1] is voorts niet aansprakelijk op grond van wanprestatie of dwaling, omdat de garanties zijn ingeperkt tot wat Tofane door eigen onderzoek wist of had behoren te weten. [gedaagde 1] heeft de garanties ook niet geschonden. Omdat [gedaagde 1] niet aansprakelijk is tegenover Tofane, zijn [gedaagden 2 t/m 4] niet aansprakelijk op grond van bestuurdersaansprakelijkheid. Mocht [gedaagde 1] wel aansprakelijk zijn op grond van wanprestatie of dwaling dan wordt de hoge drempel voor bestuurdersaansprakelijkheid niet gehaald. [gedaagden 2 t/m 4] betwisten – meer subsidiair – de schade.
in reconventie
[gedaagden 2 t/m 4] vorderen dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad voor recht verklaart:
-
dat Tofane in strijd met Schedule 4, part B, artikel 5.4 heeft gehandeld, waardoor de verkopers via Schedule 4, part B, artikel 5.5 recht hebben op een door een onafhankelijke expert vast te stellen aanpassing van de brutowinst (gross profit) die is gebruikt voor het bepalen van de earn-out consideration, dan wel schade op te maken bij staat;
-
dat, als (i) toewijzing van enige conventionele vordering van Tofane leidt tot een betalingsverplichting van gedaagden aan Tofane én (ii) verkopers recht hebben op een door een onafhankelijke expert vast te stellen aanpassing van de gross profit die is gebruikt voor het bepalen van de earn-out consideration, dan wel schade op te maken bij staat, de betalingsverplichting aan Tofane pas opeisbaar wordt zodra die aanpassing is vastgesteld of de schadestaatprocedure is afgerond.
[gedaagden 2 t/m 4] leggen aan hun eerste vordering – samengevat – ten grondslag dat Tofane niet heeft voldaan aan haar inspanningsverplichtingen op grond van de SPA om het maximale uit de gekochte vennootschap te halen. Tofane heeft nooit te goeder trouw de drempel voor de earn-out consideration nagestreefd, zoals onder meer volgt uit een intern buy-side business plan en het memorandum of understanding. Dit alles heeft een negatieve impact op de earn-out consideration gehad. Daarom moet de gross profit worden aangepast volgens de procedure die partijen in de SPA hebben afgesproken (de expert procedure).
Aan hun tweede vordering leggen [gedaagden 2 t/m 4] – samengevat – ten grondslag dat [gedaagde 4] als bestuurder en aandeelhouder van [gedaagde 1] onmiddellijk betrokkene is bij de rechtsverhouding waarover een verklaring voor recht wordt gevraagd. De uitkomst van procedures die de rechten en verplichtingen van [gedaagde 1] raken, raakt ook het economisch en juridisch belang van [gedaagde 4] in privé. Daarnaast heeft Tofane hoofdelijke veroordeling van [gedaagde 1] en [gedaagden 2 t/m 4] gevorderd. Als [gedaagde 1] recht heeft op toegang tot de expertprocedure en op opschorting van betalingsverplichtingen dan geldt hetzelfde voor de hoofdelijke aansprakelijkheid van [gedaagden 2 t/m 4]
Tofane voert verweer en voert – samengevat – aan dat [gedaagden 2 t/m 4] geen beroep kunnen doen op bepalingen in de SPA, omdat zij geen partij bij de SPA zijn. Verkopers zijn verder tegen beter weten in de earn-out regeling aangegaan. Tofane heeft aan haar inspanningsverplichtingen in de SPA voldaan. Als de rechten en verplichtingen op grond van de SPA relevant zijn voor de reconventionele vorderingen, dan geldt dat de gevraagde verklaring voor recht neerkomt op een beroep op opschorting. Opschorting en verrekening zijn uitgesloten in de SPA. Tot slot ontbreekt het [gedaagden 2 t/m 4] aan belang, omdat er geen schade is. De gross profit was namelijk negatief in de jaren die relevant waren voor de earn-out.
4 De beoordeling
in conventie
De vordering tegen [gedaagde 1] wordt toegewezen
[gedaagde 1] is niet verschenen in de procedure. [gedaagden 2 t/m 4] hebben aangevoerd dat de rechtbank bij de beoordeling van de vordering tegen [gedaagde 1] het verweer van [gedaagden 2 t/m 4] moet betrekken. Dit verweer slaagt niet.
Als in een procedure meerdere gedaagden zijn betrokken strekt een door een verschenen gedaagde gevoerd verweer niet ten gunste van een niet-verschenen gedaagde. Dat is alleen anders als sprake is van een ondeelbare rechtsverhouding. Daarvan is in dit geval geen sprake. Het gaat hier om afzonderlijke vorderingen tot schadevergoeding. Tofane vordert van [gedaagde 1] schadevergoeding op grond van een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van een overeenkomst. Van [gedaagden 2 t/m 4] wordt schadevergoeding op grond van onrechtmatige daad gevorderd. Dat hoofdelijke veroordeling tot betaling van hetzelfde bedrag wordt gevorderd maakt dit niet anders.
De vordering van Tofane komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal daarom worden toegewezen.
[gedaagde 1] moet de proceskosten van Tofane betalen
[gedaagde 1] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Tofane worden begroot op:
|
- kosten van de dagvaarding |
€ |
119,40 |
|
|
- griffierecht |
€ |
6.861,00 |
|
|
- salaris advocaat |
€ |
4.631,00 |
(1 punt × € 4.631,00) |
|
- nakosten |
€ |
189,00 |
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) |
|
Totaal |
€ |
11.800,40 |
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
De vordering tegen [gedaagden 2 t/m 4] wordt afgewezen
Tofane baseert haar vorderingen op [gedaagden 2 t/m 4] op bestuurdersaansprakelijkheid. Ter zitting heeft Tofane ook nog gesteld dat [gedaagde 3] als contractspartij van Tofane haar verbintenis op grond van de capital maintenance statement niet is nagekomen. Tofane heeft deze grondslag alleen summier onderbouwd. Bovendien is het partijdebat in de gehele procedure tot en met de zitting gegaan over de vraag of [gedaagden 2 t/m 4] als (indirect) bestuurders aansprakelijk zijn voor de gestelde schendingen van de SPA door [gedaagde 1] . Bij die stand van zaken zal de rechtbank de vordering op [gedaagden 2 t/m 4] alleen beoordelen op grond van bestuurdersaansprakelijkheid. De rechtbank oordeelt dat [gedaagden 2 t/m 4] niet op die grond aansprakelijk zijn tegenover Tofane en licht dat toe.
Uitgangspunt is dat een vennootschap zelf aansprakelijk is voor het tekortschieten in de nakoming van een verbintenis of het plegen van een onrechtmatige daad. Onder bijzondere omstandigheden kan daarnaast ruimte zijn voor aansprakelijkheid van een bestuurder. Daarvoor is nodig dat die bestuurder ter zake van de benadeling persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Deze hoge drempel wordt gerechtvaardigd door de omstandigheid dat ten opzichte van de wederpartij primair sprake is van handelingen van de vennootschap en door het maatschappelijk belang dat wordt voorkomen dat bestuurders hun handelen in onwenselijke mate door defensieve overwegingen laten bepalen.
Van een ernstig persoonlijk verwijt kan sprake zijn als de bestuurder namens de rechtspersoon verplichtingen is aangegaan en wist of redelijkerwijze behoorde te begrijpen dat de rechtspersoon daaraan niet zou kunnen voldoen en geen verhaal zou bieden voor de als gevolg daarvan optredende schade (de Beklamelnorm). Van een ernstig persoonlijk verwijt kan ook sprake zijn als de bestuurder heeft bewerkstelligd of toegelaten dat de rechtspersoon haar wettelijke of contractuele verplichtingen niet nakomt. De bestuurder is dan aansprakelijk als hij wist of redelijkerwijze had behoren te begrijpen dat de rechtspersoon ook geen verhaal zou bieden voor de als gevolg daarvan optredende schade.
Tofane stelt en [gedaagden 2 t/m 4] betwisten dat [gedaagden 2 t/m 4] als bestuurders persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt van de schending van de garanties in de SPA door [gedaagde 1] . Tofane legt aan haar stellingen ten grondslag dat [gedaagde 4] – via zijn persoonlijke holdings [gedaagde 2] [gedaagde 3] - als bestuurder van [gedaagde 1] namens [gedaagde 1] een verbintenis is aangegaan tot het afgeven van verschillende garanties, terwijl hij wist of behoorde te weten dat [gedaagde 1] haar verplichtingen onder deze garanties niet kon nakomen en Tofane als gevolg daarvan schade zou lijden. Tofane stelt daarmee dus dat sprake is van het eerste gevalstype.
De rechtbank oordeelt dat [gedaagden 2 t/m 4] volgens de maatstaf in 4.8 geen persoonlijk ernstig verwijt kan worden gemaakt. Tofane heeft onvoldoende feiten gesteld waaruit blijkt dat [gedaagde 4] ten tijde van het sluiten van de SPA met Tofane in 2021 wist of redelijkerwijze had behoren te begrijpen dat [gedaagde 1] geen verhaal zouden bieden voor de door Tofane geleden schade. Dit is een zelfstandig vereiste voor bestuurdersaansprakelijkheid.
Het feit dat uit de jaarrekening van 2024 blijkt dat [gedaagde 1] inmiddels leeg is, betekent nog niet dat het voor [gedaagden 2 t/m 4] in 2022, toen de SPA met de garanties werd gesloten, voorzienbaar was dat [gedaagde 1] in geval van schending van die garanties geen verhaal zou bieden voor schade die Tofane daardoor zou lijden. De koopprijs van € 2.758.377 is in 2022 betaald en [gedaagde 1] en [gedaagden 2 t/m 4] hebben aangevoerd dat uit de jaarrekening van 2022 van [gedaagde 1] een fors eigen vermogen blijkt. Tofane had tegen die achtergrond met concrete feiten moeten onderbouwen dat het voor [gedaagden 2 t/m 4] voorzienbaar was dat [gedaagde 1] geen verhaal zou bieden bij schending van de garanties. Tofane heeft dit niet gedaan. Het feit dat [gedaagde 1] ten tijde van de overname zekerheid heeft gesteld in de vorm van de capital maintenance statement rechtvaardigt nog niet de conclusie dat op dat moment voorzienbaar was dat [gedaagde 1] geen verhaal zou bieden voor schade van Tofane.
Ter zitting heeft Tofane nog gesteld dat [gedaagden 2 t/m 4] als indirect bestuurder ook aansprakelijk zijn voor het bedrag van € 662.011 in de capital maintenance statement, omdat zij hebben bewerkstelligd dat [gedaagde 1] haar verplichtingen op grond van de capital mainenance statement niet nakomt. Tofane beroept zich in dit verband dus op het tweede gevalstype.
Tofane heeft onvoldoende aangedragen om te oordelen dat [gedaagden 2 t/m 4] op deze grondslag aansprakelijk zijn. Tofane onderbouwt niet welk handelen van [gedaagden 2 t/m 4] concreet tot het niet nakomen van de verplichtingen van [gedaagde 1] hebben geleid. Bovendien heeft Tofane ook hier onvoldoende feiten gesteld waaruit blijkt dat [gedaagden 2 t/m 4] wisten of redelijkerwijze hadden behoren te begrijpen dat de door hen bewerkstelligde of toegelaten handelwijze van USC tot gevolg zou hebben dat [gedaagde 1] haar verplichtingen niet zou nakomen en ook geen verhaal zou bieden voor de voor de door Tofane geleden schade. [gedaagden 2 t/m 4] hebben bovendien aangevoerd dat Tofane door de schikking met twee van de drie verkopers het dubbele heeft ontvangen van het bedrag dat [gedaagde 1] moest aanhouden op grond van de capital maintenance statement.
Tofane moet de proceskosten van [gedaagden 2 t/m 4] betalen
Tofane is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagden 2 t/m 4] worden begroot op:
|
- griffierecht |
€ |
6.861,00 |
|
|
- salaris advocaat |
€ |
11.577,50 |
(2,5 punten × € 4.631,00) |
|
- nakosten |
€ |
189,00 |
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) |
|
Totaal |
€ |
18.627,50 |
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
in reconventie
Verklaring voor recht dat Tofane in strijd met de SPA heeft gehandeld wordt afgewezen
Voor de ontvankelijkheid van een vordering van een verklaring voor recht is vereist dat de eiser een concreet belang bij die vordering heeft als bedoeld in artikel 3:303 BW. Voor toewijzing van een verklaring voor recht is daarnaast vereist dat voldaan is aan artikel 3:302 BW. Hierin is bepaald dat verklaring voor recht alleen wordt gegeven op vordering van een bij de rechtsverhouding onmiddellijk betrokken persoon.
[gedaagden 2 t/m 4] vorderen een verklaring voor recht over de SPA. [gedaagden 2 t/m 4] zijn geen partij bij de SPA. [gedaagden 2 t/m 4] zijn daarom geen onmiddellijk bij die rechtsverhouding betrokken personen. [gedaagden 2 t/m 4] kunnen hun vordering ook niet op een afgeleid belang van de vennootschap baseren. De rechtbank zal de eerste reconventionele vordering daarom afwijzen.
Verklaring voor recht over de opeisbaarheid van de betalingsverplichting wordt afgewezen
De tweede reconventionele vordering is onder voorwaarden ingesteld. In conventie zal de vordering tegen [gedaagde 1] worden toegewezen en de vordering tegen [gedaagden 2 t/m 4] zal worden afgewezen. Daarmee is alleen voor wat betreft [gedaagde 1] voldaan aan de eerste voorwaarde voor de reconventionele eis, namelijk dat sprake moet zijn van een betalingsverplichting aan Tofane. Omdat [gedaagden 2 t/m 4] niet zelf een betalingsverplichting hebben, is de rechtbank van oordeel dat zij geen concreet eigen belang hebben bij de reconventionele vordering. De gevraagde verklaring voor recht zal daarom worden afgewezen.
[gedaagden 2 t/m 4] moeten de proceskosten van Tofane betalen
[gedaagden 2 t/m 4] zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Tofane worden begroot op:
|
- salaris advocaat |
€ |
5.788,75 |
(2,5 punten × factor 0,5 × € 4.631,00) |
|
- nakosten |
€ |
189,00 |
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) |
|
Totaal |
€ |
5.977,75 |
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
De veroordeling wordt hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Wat de één betaalt, hoeft de ander dat niet meer te betalen aan de wederpartij.
5 De beslissing
De rechtbank
in conventie
veroordeelt [gedaagde 1] tot betaling aan Tofane van een bedrag aan schadevergoeding van € 2.669.164,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 februari 2022 tot de datum van volledige betaling,
veroordeelt [gedaagde 1] in de proceskosten van Tofane van € 11.800,40, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde 1] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
veroordeelt [gedaagde 1] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten genoemd in 5.2 als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
wijst de vorderingen tegen [gedaagden 2 t/m 4] af,
veroordeelt Tofane in de proceskosten van [gedaagden 2 t/m 4] van € 18.627,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Tofane niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
veroordeelt Tofane tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten genoemd in 5.5 als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het gevorderde af,
veroordeelt [gedaagden 2 t/m 4] hoofdelijk in de proceskosten van € 5.977,75, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Tofane niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
veroordeelt [gedaagden 2 t/m 4] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
|
Dit vonnis is gewezen door mr. F.L. Bolkestein, rechter, bijgestaan door mr. S.C. Zum Vörde Sive Vörding, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 14 oktober 2026. |
||