Personen- en familierecht

Rechtbank onbevoegd om kennis van het verzoek tot zorgmachtiging te nemen. Betrokkene heeft geen vaste woon…

Rechtbank Amsterdam, 24 april 2026

Zaakgegevens

Op 24 april 2026 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
24 april 2026
Datum publicatie
22 april 2026
Zaaknummer
785983 / FA RK 26/2781
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Advocaat
mr. B.J. de Groot te Haarlem.
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2026:3977
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Rechtbank onbevoegd om kennis van het verzoek tot zorgmachtiging te nemen. Betrokkene heeft geen vaste woon- en/of verblijfplaats.

Uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd

zaaknummer / rekestnummer: C/13/785983 – FA RK 26/2781

kenmerk: ZM/IND/193152

Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg

Beschikking van 24 april 2026 van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedag] 1993 te [geboorteplaats] ,

zonder vaste woon- en/of verblijfplaats,

zorgaanbieder: Arkin,

hierna te noemen: betrokkene,

advocaat: mr. B.J. de Groot te Haarlem.

1 Procesverloop

1.1.

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 7 april 2026.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 17 april 2026 in het gebouw van de rechtbank. Tijdens de mondelinge behandeling waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:

- bovengenoemde advocaat;

- mw. [persoon 1] , verpleegkundig specialist;

- dhr. [persoon 2] , spv’er.

Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig acht, is hij niet bij de mondelinge behandeling verschenen.

De rechtbank heeft vastgesteld dat betrokkene niet bereid was zich te doen horen.

2 Beoordeling

2.1.

De advocaat heeft tijdens de mondelinge behandeling medegedeeld dat betrokkene op dit moment niet over een vaste woon- en/verblijfplaats beschikt. Het is niet bekend waar hij woont of verblijft. Gezien dit feit heeft de advocaat -naar de rechtbank begrijpt, primair- aangevoerd dat de rechtbank Amsterdam niet bevoegd is om deze zaak te behandelen. Deze rechtbank kan immers niet vaststellen of hij bevoegd is van het verzoek kennis te nemen.

2.2.

Artikel 1:6 Wvggz bepaalt dat uitsluitend de rechter van de woonplaats van betrokkene, of de plaats waar hij hoofdzakelijk verblijft, bevoegd is. Betrokkene staat nergens ingeschreven, noch is bekend waar hij woont of verblijft, waardoor onduidelijk welke rechtbank -meer in het bijzonder deze rechtbank- bevoegd is.

2.3.

Gelet op het voorgaande zal de rechtbank zich onbevoegd verklaren om kennis te nemen van het verzoek en de zaak niet doorverwijzen naar een andere rechtbank.

3 Beslissing

De rechtbank:

verklaart zich onbevoegd om van het verzoek kennis te nemen.

Deze beschikking is op 24 april 2026 gegeven en in het openbaar uitgesproken en ondertekend door mr. J. Kloosterhuis, rechter, bijgestaan door mr. L.F. Datema als griffier, die de beschikking mede heeft ondertekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.