Personen- en familierecht
ZM afgewezen. Betrokkene is voldoende opgeknapt en blijft vrijwillig.
Rechtbank Amsterdam, 25 september 2026
ECLI:NL:RBAMS:2026:9971 · Rechtbank Amsterdam · 25 september 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/civiel-recht/personen-en-familierecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbams-2026-9971
Zaakgegevens
Op 25 september 2026 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 25 september 2026
- Datum publicatie
- 8 oktober 2026
- Zaaknummer
- C/13/793415 / FA RK 26/6885
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. N. Bevelander te Amsterdam
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2026:9971
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
ZM afgewezen. Betrokkene is voldoende opgeknapt en blijft vrijwillig.
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd
zaaknummer / rekestnummer: C/13/793415 / FA RK 26/6885
kenmerk: ZM/IND/213534
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Beschikking van 25 september 2026 van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1958 te [geboorteplaats],
wonende te [adres 1],
verblijvende te [adres 2],
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. N. Bevelander te Amsterdam,
zorgaanbieder: GGZ inGeest, locatie [locatie].
1 Procesverloop
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 4 september 2026.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 25 september 2026 in het gebouw van de zorgaanbieder.
Ter zitting waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- betrokkene;
- de raadsvrouw;
- mw. [naam], arts.
Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig acht, is hij niet bij de mondelinge behandeling verschenen.
2 Beoordeling
De rechtbank kan op verzoek van de officier van justitie een zorgmachtiging verlenen ten aanzien van betrokkene wanneer wordt voldaan aan de criteria en doelen van verplichte zorg als bedoeld in artikel 3:3 en 3:4 van de Wvggz. Indien het gedrag van betrokkene als gevolg van een psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel, kan als uiterste middel verplichte zorg worden verleend, indien geen mogelijkheden voor zorg op basis van vrijwilligheid zijn, voor betrokkene geen minder bezwarende alternatieven met het beoogde effect zijn, het verlenen van verplichte zorg gelet op het beoogde doel evenredig is en redelijkerwijs te verwachten is dat het verlenen van verplichte zorg effectief is. Verplichte zorg kan worden verleend om ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of dusdanig te herstellen dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint, of de fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen in het geval diens gedrag als gevolg van zijn psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel daarvoor.
In de overgelegde stukken staat dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van een depressieve stoornis met psychotische kenmerken.
Op de zitting is door de arts aangegeven dat de zorgmachtiging is aangevraagd toen het niet goed ging met betrokkene. Inmiddels is betrokkene tegen de verwachtingen in heel goed opgeknapt en kan de behandeling op vrijwillige basis plaatsvinden.
De raadsvrouw heeft verzocht om de zorgmachtiging af te wijzen en sluit zich aan bij de toelichting van de arts ter zitting.
Naar het oordeel van de rechtbank is op dit moment is geen sprake van verzet tegen de zorg. Hiermee vervalt de grond voor het opleggen van verplichte zorg. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het verzoek afwijzen.
3 Beslissing
De rechtbank:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is op 25 september 2026 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door mr. P.B. Martens, rechter, bijgestaan door D.L. Overduin als griffier en op 8 oktober 2026 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.