Personen- en familierecht
Rechtbank Amsterdam · Eerste en enige aanleg · Personen- en familierecht
Rechtbank Amsterdam, 8 april 2026
ECLI:NL:RBAMS:2026:3501 · Rechtbank Amsterdam · 8 april 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/civiel-recht/personen-en-familierecht/eerste-en-enige-aanleg/ecli-nl-rbams-2026-3501
Zaakgegevens
Op 8 april 2026 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 8 april 2026
- Datum publicatie
- 8 april 2026
- Zaaknummer
- 12143932 EM 26-298
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste en enige aanlegEerste en enige aanlegEr is maar één rechter die over de zaak beslist; hoger beroep is niet mogelijk.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2026:3501
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
handlichting
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht
Sectie Kanton – locatie Amsterdam
Zaaknummer: 12143932 EM 26/298 VB145159
Beschikking van 8 april 2026
Beschikking van de kantonrechter te Amsterdam op een op 23 december 2025 ingekomen verzoekschrift van:
Virginia Vera ter Voert,
geboren op [geboortedag] 2009 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] ,
hierna te noemen verzoekster.
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
Het verzoek strekt tot het verlenen van handlichting aan verzoekster als bedoeld in artikel 1:235 van het Burgerlijk Wetboek (BW).
Het verzoekschrift is vervolgens behandeld ter zitting van 3 april 2026, alwaar verzoekster in gezelschap van haar ouders, mevrouw [naam 1] en de heer [naam 2] is verschenen.
GRONDEN VAN DE BESLISSING
Nu niet is gebleken van omstandigheden die inwilliging van het verzoek verhinderen en aan de wettelijke vereisten is voldaan, is het verzoek voor toewijzing vatbaar.
Met betrekking tot de publicatieplicht van de te verlenen handlichting oordeelt de kantonrechter als volgt. Artikel 1:237 BW bepaalt dat de beschikking waarin de handlichting is verleend, bekend moet worden gemaakt in de Staatscourant. De bedoeling van de wetgever is daarbij geweest dat op die manier zo veel mogelijk personen kennis kunnen nemen van de handlichting. Tegenwoordig is echter toegang tot internet voor iedereen beschikbaar en publicatie van de handlichting op internet heeft naar het oordeel van de kantonrechter eenzelfde, zo niet een ruimer bereik dan de nog bij wet voorgeschreven publicatie in de Staatscourant, die bovendien ook nog eens kostbaar is. De kantonrechter zal dan ook bepalen dat publicatie in de Staatscourant achterwege kan blijven en bepalen dat de (door de griffier te initiëren) publicatie van deze beschikking op www.rechtspraak.nl daarvoor in de plaats komt.
BESLISSING
De kantonrechter:
- verleent Virginia Vera ter Voert, voornoemd, handlichting om op te treden als bestuurder van KBW III B.V. en waarbij haar het recht wordt toegekend om ten behoeve van KBW III B.V. een zakelijke bankrekening te openen en te beheren;
- bepaalt dat onderhavige beschikking (door tussenkomst van de griffier) zal worden gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.
Aldus gegeven te Amsterdam en uitgesproken ter openbare terechtzitting op bovengenoemde datum door mr. A.J. Wesdorp, in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter