Personen- en familierecht
Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in zijn wrakingsverzoek. Het verzoek is niet tijdig gedaan, namelijk…
Rechtbank Amsterdam, 21 april 2026
ECLI:NL:RBAMS:2026:4154 · Rechtbank Amsterdam · 21 april 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/civiel-recht/personen-en-familierecht/eerste-en-enige-aanleg/ecli-nl-rbams-2026-4154
Zaakgegevens
Op 21 april 2026 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 21 april 2026
- Datum publicatie
- 24 april 2026
- Zaaknummer
- C/13/786557 / HA RK 26-134
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste en enige aanlegEerste en enige aanlegEr is maar één rechter die over de zaak beslist; hoger beroep is niet mogelijk.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2026:4154
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in zijn wrakingsverzoek. Het verzoek is niet tijdig gedaan, namelijk na de uitspraak.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Beslissing op het op 27 maart 2026 bij de rechtbank ingediende verzoek tot wraking en onder zaaknummer C/13/786557 / HA RK 26-134 ingeschreven van:
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
verzoeker,
welk verzoek strekt tot wraking van mr. K.M. van Hassel, kinderrechter, hierna: de rechter.
Verloop van de procedure
De Wrakingskamer heeft kennisgenomen van de navolgende processtukken:
-
het wrakingsverzoek, ingediend bij de Centrale Balie van de rechtbank op 27 maart 2026 en op 14 april 2026 bij de Wrakingskamer ingekomen;
-
de schriftelijke reactie van de rechter van 17 april 2026.
1. De ontvankelijkheid van het verzoek
De rechter heeft op 25 maart 2026 mondeling uitspraak gedaan in de zaak met zaaknummer C/13/784813 / JE RK 26-209, waar het wrakingsverzoek betrekking op heeft. Verzoeker is de vader van de betrokken minderjarige.
Nu de zaak niet meer bij de rechter in behandeling is, heeft verzoeker geen belang meer bij zijn verzoek tot wraking van de rechter en zal hij niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn verzoek. Als verzoeker het niet eens is met de uitspraak van de rechter zal hij daartegen in hoger dienen te gaan. Een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek kan achterwege blijven.
Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.
BESLISSING
De rechtbank:
- verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het wrakingsverzoek.
Aldus gegeven door mrs. P.B. Martens, voorzitter, en N.C.H. Blankevoort en I.M. Bilderbeek, leden, en uitgesproken op 21 april 2026.
Tegen deze beslissing staat op grond van het bepaalde in artikel 39 lid 5 Rv geen voorziening open.