Verbintenissenrecht
Heeft ABN AMRO de bancaire relatie met Nedsom onrechtmatig opgezegd? Moest ABN AMRO de bankrelatie met Nedsom…
Rechtbank Amsterdam, 8 februari 2023
ECLI:NL:RBAMS:2023:2610 · Rechtbank Amsterdam · 8 februari 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/civiel-recht/verbintenissenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbams-2023-2610
Zaakgegevens
Op 8 februari 2023 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 8 februari 2023
- Datum publicatie
- 25 april 2023
- Zaaknummer
- 712645
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. M.P Vink te Amsterdam, mr. E. Jagt te Amsterdam
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2023:2610
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Heeft ABN AMRO de bancaire relatie met Nedsom onrechtmatig opgezegd? Moest ABN AMRO de bankrelatie met Nedsom opzeggen op grond van artikel 5:3 Wwft, althans kon opzeggen op grond van artikel 35 ABV?
Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
Civiel recht
Zaaknummer: C/13/712645 / HA ZA 22-59
Vonnis van 8 februari 2023
in de zaak van
STICHTING NEDSOM FINANCIAL SERVICES,
te Amersfoort,
eisende partij,
hierna te noemen: Nedsom,
advocaat: mr. M.P. Vink te Amsterdam,
tegen
ABN AMRO BANK N.V.,
te Amsterdam,
gedaagde partij,
hierna te noemen: ABN AMRO,
advocaat: mr. E. Jagt te Amsterdam.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 15 juni 2022, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald, en de daarin genoemde stukken,
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 25 oktober 2022 en de daarin genoemde stukken.
Ten slotte is vonnis bepaald op vandaag.
2 De feiten
Nedsom is een ‘money service business’ die in 2001 is opgericht als non-profit organisatie. Haar doel is het faciliteren van klanten bij het overmaken van geld naar begunstigden in het buitenland, die vaak geen bankrekening hebben. Nedsom leidt gelden die zij giraal of chartaal van haar klanten ontvangt door naar begunstigden via aangesloten ‘money transfer operators’ (hierna ook: leveranciers of correspondenten of agenten) in het buitenland.
Aanvankelijk richtte Nedsom zich met haar diensten op Somalië in het kader van de Somalische diaspora, in het bijzonder vanwege het ontbreken van een actief bancair systeem in Somalië. Inmiddels maakt Nedsom het mogelijk om geld over te maken naar
28 landen.
Nedsom bankiert bij ABN AMRO. Op de bankrelatie tussen partijen zijn, voor zover van belang, de Algemene Bankvoorwaarden 2017 (ABV) van ABN AMRO van toepassing. Nedsom maakt gebruik van de volgende diensten van ABN AMRO:
- vier BestuurRekeningen met betaalpas en chartaal contract;
- een zakelijke Vreemde Valuta Rekening;
- een creditcard (ICS AA Business Card);
- toegang tot internet bankieren en mobiel bankieren;
- iDeal faciliteit via PSP;
- PIN-transactiefaciliteit (het contract PIN IN ONE ATOS VAST);
- een bankgarantie ten gunste van De Nederlandse Bank (DNB); en
- een Zakelijk Flexibel Sparen rekening.
Op 21 april 2017 heeft een gesprek tussen partijen plaatsgevonden. Daarin is, zoals vastgelegd in een gespreksverslag, (voor zover van belang) het volgende besproken:
U heeft ABN AMRO op de hoogte gebracht van de plannen met betrekking tot het online verrichten van money transfers met name gericht op het buitenland. (…)
(…)
Wij hebben aangegeven dat de uitkomst van het comité positief is ten aanzien van de relatie met Stichting Nedsom. Wel zijn er enkel voorwaarden geformuleerd waar u als relatie van ABN AMRO aan dient te voldoen. Dit betreft:
- Het incorporeren van een VIS-toets in de scanner voor legitimatiebewijzen, (…) ook bij uw agent(en);
- Het hanteren van een maximum bedrag van EUR 3000,- (per maand/ voor family support). Dit dient ook in uw policies tot uiting te komen;
- en het bevorderen van girale transacties waarbij het streven is dat voor einde jaar 2017 60% van de transacties giraal geschied[t] door middel van cards cq. inbetaling op de rekening.
Op 26 mei 2017 heeft Nedsom op het gespreksverslag als volgt gereageerd:
(…) Wij zijn druk bezig met het implementeren van de punten die wij hebben besproken.
We hebben al een partij gevonden die voor ons de benodigde ID scanners kan leveren. Wij zitten in de laatste fase van de onderhandelingen.
Verder zijn we gestart met het aanmoedigen van pin betaling. We hebben al stickers en posters binnen die we in ons kantoor kunnen ophangen. Klanten worden tevens aangesproken om via pin te betalen, Op de bon van Nedsom komt tevens een banner te staan met het verzoek om met pin te betalen. Tevens bieden we klanten die pinnen een korting aan.
Wat betreft het wijzigen van onze policies omtrent het maximum bedrag, daarmee zitten wij ook in de laatste fase (…)
Per e-mail van 4 januari 2018 heeft Nedsom (voor zover van belang) het volgende geschreven aan ABN AMRO:
Als reactie op uw vragen stuur ik u dit bericht. (…)
(…)
Bad press Iftin Express:
De artikelen hebben betrekking op de periode na de aanslagen in Kenia. In die periode heeft de Keniaanse overheid alle Moneytransfer organisaties, werkzaam in Somalië aangewezen als verdachten. Iftin Express viel hier destijds ook onder. Echter is na onderzoek geconcludeerd dat Iftin Express niet langer meer verdacht wordt. Als bijlage stuur ik u de brief die Iftin Express heeft ontvangen van de Keniaanse Centrale Bank waarin bevestigd wordt dat de schorsing van de licentie is opgeheven.
Volledigheidshalve wil u ik erop wijzen dat Nedsom hiervan op de hoogte was. Nadat deze informatie tot onze aandacht is gekomen destijds, hebben wij Iftin Express verzocht om meer informatie hierover. Wij monitoren onze correspondenten.
(…)
Het Openbaar Ministerie (OM) heeft op enig moment een strafrechtelijk onderzoek ingesteld naar Nedsom en naar [naam 1] , bestuurder van Nedsom, in persoon, wegens een verdenking inzake artikel 420 bis / ter / quater van het Wetboek van Strafrecht (Sr) en een overtreding van artikel 16 van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft). Voor wat betreft de verdenking inzake artikel 420 bis / ter / quater Sr heeft het OM Nedsom meegedeeld dat zij voor zowel Nedsom als [naam 1] besluit geen verdere vervolging in te stellen, omdat zij ten onrechte als verdachten zijn aangemerkt. Voor wat betreft de verdenking inzake artikel 16 lid 1 Wwft heeft het OM ook besloten geen vervolging in te stellen, omdat een niet-strafrechtelijk ingrijpen de voorkeur verdient.
Bij besluit van 8 januari 2018 is DNB overgegaan tot het opleggen van een bestuurlijke boete aan Nedsom van € 9.500 voor overtreding van artikel 8 lid 4 en 5 Wwft en een bestuurlijke boete van € 10.000 voor overtreding van artikel 16 lid 1 Wwft. Nedsom heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit. DNB heeft dit bezwaar op 19 september 2019 gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete voor overtreding van artikel 16 lid 1 Wwft gematigd tot € 8.000.
Per e-mail van 23 mei 2019 heeft ABN AMRO een verslag van een gesprek met Nedsom van een week daarvoor aan haar gestuurd. Daarin staat (voor zover van belang) het volgende:
(…)
Cash/Card verhouding
Je vader geeft aan dat de cash/card verhouding rond 50/50 zou zitten. Graag ontvang ik hier documentatie over die dit onderbouwt. Tevens hebben wij jullie erop gewezen dat het percentage cash maximaal 40% mag bedragen van het totaal aantal transacties. Zoals ook al eerder per brief aangegeven, had de verhouding cash/card eind december 2017 al 40/60 moeten bedragen. Het is dus van belang dat jullie aanvullende acties ondernemen om op korte termijn aan dit vereiste te gaan voldoen.
(…)
Per e-mail van 2 juli 2019 heeft ABN AMRO (voor zover van belang) het volgende aan Nedsom geschreven:
Op 24 juni jl. zien we een bedrag binnenkomen op jullie rekening van EUR 18.686,- van opdrachtgever Stichting SOS. Voor deze opdrachtgever is adverse media bekend.
Ik heb de volgende vragen omtrent de betaling:
- hoe gaan jullie om met partijen waar adverse media voor is?
- wat is dit voor betaling?
- wat is herkomst en bestemming van het bedrag?
- graag de onderliggende stukken van de betaling via mail bij mij aanleveren
- is de betaling door jullie gemeld bij FIU [Finance Intelligence Unit-Nederland, rb]?
(…)
Per e-mail van 2 juli 2019 heeft Nedsom (voor zover van belang) als volgt gereageerd:
(…) Partijen waarvan adverse media aanwezig is vallen bij ons in de categorie High Risk. Zoals u ook in ons handboek kunt lezen, betekent dit dat wij enhanced due diligence uitvoeren. Naar aanleiding hiervan bouwen wij een dossier van deze klant op. Als bijlage zal ik u dit dossier opsturen.
(…)
Dit is een betaling voor een transactie die de stichting heeft gedaan.
(…)
Het geld is tijdens de ramadan gedoneerd aan de stichting en wordt naar Somalië gestuurd om levensmiddelen te bekostigen voor hulpbehoevenden tijdens de ramadan maand. Deze kosten zijn voorgeschoten door een andere stichting in Somalië. Deze stichting is de ontvanger van het bedrag.
(…)
Uiteraard is deze betaling gemeld bij de FIU.
Per e-mail van 26 september 2019 heeft ABN AMRO aan Nedsom geschreven:
Naar aanleiding van het bezoek aan jullie kantoor in Amersfoort op 23 juli jl. stuur ik jullie dit bericht. (…)
We hebben mee kunnen kijken met jullie balieproces. We hebben gezien hoe een transactie aan de balie verloopt en mee mogen kijken in jullie backofficesysteem. Jullie hebben uitgelegd dat de transacties via een 4-ogenprincipe verlopen. (…) Verder hebben jullie uitgelegd dat het systeem bepaalde zaken afdwingt, zoals het invoeren van een geldig legitimatiebewijs, en aanvullende informatie zodra bedragen boven de gebruikelijke limieten komen. (…)
Jullie krijgen ook stortingen binnen op jullie rekening. Dit zijn boekingen waarbij jullie klant jullie vervolgens belt om door te geven waar het bedrag naartoe overgeboekt moet worden. (…) Wij hebben onvoldoende comfort bij dit soort transacties, derhalve verzoeken wij jullie dit soort transacties per heden niet meer plaats te laten vinden via de rekening(en) bij ABN AMRO.
(…) Turkije is een hoog risico land op het gebied van witwassen. (…) Wij hebben onvoldoende comfort bij uitbreiding naar hoog risico landen. Derhalve kunnen wij niet goedkeuren dat transacties aangaande een uitbreiding van hoog risico landen, verricht worden via de rekening(en) van ABN AMRO.
Per e-mail van 1 oktober 2019 heeft Nedsom als volgt gereageerd:
Graag verzoek ik u ons een uitgebreidere motivering toe te zenden, aangezien de huidige motivering zeer beperkt en discutabel is. Het aantal klanten dat via hun eigen bankrekening geld overmaakt naar ons is zeer beperkt. In overleg met DNB hebben wij dit proces opgesteld. Ik wil u eraan herinneren dat dit klanten zijn die fysiek bij ons op kantoor zijn verschenen, gescreend en geïdentificeerd zijn. (…) Tevens het verzoek om nadere toelicht[ing] betreffende Turkije als hoog risico land, aangezien dit land al in 2014 is verwijderd uit de lijst hoog-risico-landen van de FATF [Financial Action Task Force, rb].
Per e-mail van 18 februari 2020 heeft ABN AMRO aan Nedsom (onder meer) gevraagd waarom in het handboek van Nedsom als objectieve indicator voor een melding aan FIU van een cash transactie een bedrag van € 15.000 staat vermeld, terwijl FIU als objectieve indicator voor een melding van een cash transactie een bedrag van € 10.000 hanteert. Per e-mail van 25 februari 2020 heeft Nedsom geantwoord dat het correcte bedrag € 10.000 moet zijn en dat dit inmiddels is aangepast.
Per e-mail van 31 maart 2020 heeft Nedsom (voor zover van belang) het volgende aan ABN AMRO geschreven:
Hieronder vindt u de antwoorden op uw vragen.
(…)
Een toelichting waarom niet gemeld is, via de mail of de gesprekken die we bij u en ons op kantoor gehad hebben, dat er een strafrechtelijk onderzoek geweest is naar [naam 1]
Ten tijde van het onderzoek heeft dit ons zo erg aangegrepen dat wij al onze energie hebben gestoken in het aanvechten van de aantijgingen. Gelukkig heeft het OM al snel ingezien dat [naam 1] onterecht als verdachte is aangemerkt. Omdat deze uitkomst geen effect heeft op onze relatie met ABN-AMRO hebben wij er niet aan gedacht om dit te melden. Mocht het een andere uitkomst hebben gehad, waarvan wij overigens overtuigd zijn dat het onmogelijk is, hadden we dit gemeld bij ABN-AMRO.
(…)
Per e-mail van 16 juni 2020 heeft Nedsom (voor zover van belang) het volgende aan ABN AMRO geschreven:
Hieronder de antwoorden op uw vragen.
(…)
Hebben jullie naast Iftin Express en Dirham Express nog meer leveranciers waar jullie mee samenwerken? Zo ja, wat zijn de namen van de leveranciers?
Iftin Express
Dirham Express
Amal Express
UPT
WARI
(…)
In een rapport uit september 2020 van het ‘Global initiative against transnational organized crime’ (hierna: het GI-TOC rapport) staan de resultaten beschreven van een onderzoek naar het gebruik van MTO’s (money transfer operators) door wapenhandelaren in Yemen en Somalië: onder meer door het gebrek aan controle en toezicht op regelgeving en het ontbreken van een nationaal systeem voor persoonsidentificatie in Somalië kunnen zij gemakkelijk misbruik maken van de diensten van MTO’s. Het onderzoek is gedaan op basis van data analyses van honderden transacties tussen 2014 en 2020.
Bij brief van 17 december 2020 aan Nedsom heeft ABN AMRO een aantal zorgen geuit over (kort gezegd) de activiteiten van Nedsom en de wijze waarop zij ABN AMRO informeert. ABN AMRO heeft in de brief vervolgens acht informatieverzoeken geformuleerd, onder meer over het GI-TOC rapport en een transactie in opdracht van Stichting S.O.S. (zie ook 2.10). Bij brief van 8 januari 2021 heeft Nedsom onder meer het volgende geschreven:
1. Het rapport van 18 september jl. inzake onze leveranciers, heeft ons direct na dat weekend, op maandag 21 september jl. bereikt. Op diezelfde dag hebben wij als bestuur een vergadering gepland voor dinsdag 22 september jl. om actiepunten op te stellen. Op diezelfde dag hebben wij bericht van ABN AMRO ontvangen met de vraag of wij bekend zijn met dit rapport. Onze correspondenten betwisten de inhoud van dit rapport. Aan ons hebben ze medegedeeld dat de Centrale Bank van Somalië een audit bij hen heeft uitgevoerd. De resultaten daarvan zullen omstreeks februari dit jaar beschikbaar komen.
De risico’s gerelateerd aan witwassen en terrorisme financiering staan beschreven in onze SIRA. Hoe wij omgaan met de risico’s staat beschreven in hoofdstuk 3 van ons handboek. De lijst hieronder is onderhevig aan veranderingen over tijd en kan dus niet uitputtend zijn.
Hieronder de lijst voor witwassen:
(…)
Lijst voor financiering terrorisme:
(…)
2. Zie bijlagen: Iftin CDD, Amal CDD en Amal CDD 2018. (…)
3. Nedsom heeft onderzoek gedaan naar de ontvanger: [naam 2] . Hij is gescreend op de volgende sanctielijsten: EU, VS, VN en de Nederlandse sanctielijst. Ook is hij gecheckt of het een PEP betreft. Beide uitslagen zijn negatief. In het systeem van Nedsom wordt bij elke transactie, zowel de verzender als de ontvanger hierop gecheckt. Indien er een hit is, wordt de transactie geblokkeerd en een alert gegenereerd. Tevens hebben wij de ID gegevens van de ontvanger opgevraagd en gecontroleerd. Dat staat ook beschreven in het Alert Report die wij u hebben toegestuurd op 2 juli 2019. Ook hebben wij onze correspondent telefonisch benaderd inzake de ontvanger. Hieruit zijn geen negatieve berichtgeving naar voren gekomen. Dit alles overwegend heeft mede geleid tot het uitvoeren van de transactie.
Bij brief van 11 februari 2021 aan Nedsom heeft ABN AMRO gereageerd op de brief van Nedsom van 8 januari 2021 en aanvullende informatieverzoeken geformuleerd. Bij brief van 8 maart 2021 heeft Nedsom, voor zover relevant, als volgt gereageerd:
“Telefonische overboekingen”
(…) Om verdere miscommunicatie te voorkomen en om tegemoet te komen aan uw zorgen, heeft Nedsom besloten om deze overboekingen per direct te stoppen. (…)
Risico dat Nedsom faciliteert dat gelden bij ongewenste begunstigde komen
Nedsom controleert alle verzenders en ontvangers op de nationale en internationale sanctielijsten en PEP lijsten.
Informatieverzoeken
1 (a) Onze interpretatie is dat de aantijgingen in het rapport zeer ernstig zijn. Hierbij wordt niet alleen de naam van onze correspondenten, maar ook die van Nedsom en haar stakeholders in een kwaad daglicht gesteld. Behalve reputatieschade, is hier ook sprake van aantijgingen met betrekking tot het niet houden aan wet- en regelgeving inzake witwassen en terrorisme financiering.
(b) Additionele risico’s die wij zien;
? De correspondent betaalt uit aan personen die op de sanctielijst staan.
? De correspondent zoekt de grenzen op van de regels ter voorkoming van witwassen en terrorisme financiering.
? Correspondenten worden misbruikt door personen met slechte intenties, zoals illegale handel in wapens.
(c) Genomen additionele maatregelen;
? Nedsom heeft navraag bij de correspondenten gedaan na kennisneming van het artikel;
? Correspondenten hebben de aantijgingen ontken[d];
? Nedsom heeft aangedrongen om een onafhankelijk onderzoek/audit naar de aantijgingen in het rapport.
Mitigerende maatregelen
? Correspondent heeft licenties van centrale organen o[m] actief te zijn;
? De Somalische Centrale Bank heeft onderzoek ingesteld om de waarheid boven water te krijgen inzake datgene waar de correspondenten in het betreffende rapport van worden verweten. Resultaten zullen wij met u delen;
? Nedsom heeft navraag bij de correspondenten gedaan direct na kennisneming van het artikel;
? Correspondenten zijn internationaal erkende financiële instellingen. Net zoals ABN AMRO. Miljoenen mensen maken gebruik van hun service en producten.
Wij hebben vraag a, b en c inzake onze correspondenten aan hen gesteld. Zij hebben ons verwezen naar hun persverklaring die wij ook per mail met u hebben gedeeld. Voor gespreksverslagen zie bijlage.
2 De door Nedsom aangeleverde documenten zijn inzichtelijk genoeg om te laten zien dat Nedsom de stappen die zijn genoemd in het document “Proces leveranciers” zijn gevolgd. Desondanks zal Nedsom aan uw nieuwe verzoek voldoen om deze documenten ongecensureerd te leveren. Onze correspondenten hebben aangegeven dat de documenten niet met derden gedeeld mogen worden. Zie gespreksverslagen. Dit neemt niet weg dat Nedsom al haar onderzoeksverplichtingen is nagekomen. Om eventuele miscommunicatie te voorkomen verzoeken wij u voor vragen aan onze correspondenten, rechtstreeks met hen contact op te nemen.
3 (…) Zie bijlage: Alert Report. (…)
Op 24 maart 2021 heeft Nedsom aan ABN AMRO een rapport toegezonden van de Centrale Bank van Somalië. In het rapport zijn de resultaten beschreven van een onderzoek door de Centrale Bank van Somalië naar achttien transacties en twee opdrachtbonnen uit het GI-TOC rapport. Volgens het rapport hebben de onderzoekers geen bewijs gevonden van schendingen van de VN sanctielijst.
Bij brief van 8 april 2021 heeft ABN AMRO (voor zover van belang) het volgende aan Nedsom geschreven:
Op grond van de geldende wettelijke bepalingen, waaronder de Wet op het financieel toezicht en de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme, is de bank verplicht om voortdurend een klantenonderzoek te doen. In dit kader heeft de bank u meerdere malen, namelijk op 17 december 2020 en 11 februari 2021 gevraagd opheldering te geven over uw perceptie ten aanzien van een rapport Following The Money (…) [zie 2.18, rb], het proces van samenwerking met leveranciers (Iftin Express Money Transfer Limited, hierna: Iftin en Al Amal Express Exchange, hierna: Amal), onderzoek voorafgaand aan uitvoering van een transactie in opdracht van Stichting S.O.S. , screening van PEPs, transacties ten behoeve van hiervoor genoemde leveranciers en de Somal Shop te Parijs.
Uw antwoorden en documentatie opgenomen in brieven gedateerd 8 januari 2021, 8 maart 2021 en 24 maart 2021, hebben de zorgen van de bank ten aanzien van de onderneming onvoldoende weggenomen:
(…)
Tevens concludeert de bank dat de houding van de onderneming omtrent risico’s ten aanzien van witwassen en terrorismefinanciering onverenigbaar is met de belangen van de bank. De relatie met de onderneming brengt hierdoor niet in te schatten risico’s met zich mee voor de bank. Hierdoor kan de bank niet aan de op haar rustende wettelijke verplichtingen voldoen. Dit soort risico’s kan en mag de bank niet aanvaarden. Om deze redenen wordt de bancaire relatie met de onderneming beëindigd.
(…)
In verband met aanhoudende zorgen over risico’s ten aanzien van witwassen en terrorismefinanciering en een houding van de onderneming hieromtrent die onverenigbaar is met de belangen van de bank en de beëindiging van de relatie, zal de bank de gegevens van Stichting Nedsom Financial Services opnemen in haar interne waarschuwingslijst met betrekking tot witwassen en financiering van terrorisme.
(…)
Bij brief van 27 mei 2021 heeft ABN AMRO nogmaals aangezegd dat de bancaire relatie per 9 juli 2021 zal worden opgezegd.
Bij e-mail van 28 mei 2021 heeft Nedsom bezwaar aangekondigd tegen het beëindigen van de relatie en ABN AMRO aansprakelijk gesteld voor het geval ABN AMRO enig gevolg zou verbinden aan de voorgenomen beëindiging, voor schade die daarvan het gevolg is of zal zijn. Bij brief van 8 juni 2021 heeft Nedsom inhoudelijk bezwaar gemaakt tegen de opzegging door ABN AMRO.
Bij brief van 18 juni 2021 heeft ABN AMRO meegedeeld dat zij de door haar aangekondigde maatregelen voorlopig opschort. Bij brief van 29 juli 2021 heeft ABN AMRO aan Nedsom meegedeeld dat zij bij haar besluit tot beëindiging van de bancaire relatie met Nedsom blijft. Aan Nedsom is drie maanden de tijd gegeven om haar producten en/of diensten bij een andere bank onder te brengen.
Bij vonnis van 7 december 2021 (ECLI:NL:RBAMS:2021:7274) heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank ABN AMRO geboden de bankrelatie voort te zetten totdat in een bodemprocedure over de rechtmatigheid van de opzegging is geoordeeld.
3 Het geschil
Nedsom vordert, na wijziging van eis, enigszins samengevat, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
Primair:
-
een verklaring voor recht dat ABN AMRO de bancaire relatie met Nedsom onrechtmatig heeft opgezegd;
-
een verklaring voor recht dat ABN AMRO thans niet gerechtigd is tot beëindiging van (een of meerdere van) de faciliteiten die Nedsom bij haar afneemt;
-
een verklaring voor recht dat ABN AMRO in geval zij overgaat tot beëindiging van (een of meerdere van) de faciliteiten die Nedsom bij haar afneemt, jegens Nedsom aansprakelijk is voor de daaruit voortvloeiende schade;
-
ABN AMRO te veroordelen om haar dienstverlening aan Nedsom voort te zetten en Nedsom de bestaande faciliteiten onder de overeengekomen voorwaarden te blijven verlenen, zolang er geen sprake is van aantoonbaar nieuwe, op de datum van het wijzen van vonnis niet reeds bestaande, omstandigheden die een voldoende zwaarwegend belang bij opzegging van de relatie opleveren, met inachtneming van het bepaalde in art. 5:88a Wet op het financieel toezicht (Wft), op straffe van een dwangsom van € 50.000 per dag dat ABN AMRO ter zake in gebreke blijft, met een maximum van in totaal € 1.000.000, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen dwangsom, een en ander vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het verbeuren van iedere dwangsom. Meer in het bijzonder dient ABN onder meer:
(i) de vier BestuurRekeningen en de Zakelijk Flexibel Sparen rekening ongewijzigd
in stand te houden;
(ii) de betaalpas geactiveerd te houden en de toegang tot internetbankieren en
mobiel bankieren ongewijzigd in stand te houden;
(iii) de faciliteit om contante gelden te storten bij een sealbagautomaat ongewijzigd
in stand te houden;
(iv) de zakelijke Vreemde Valuta Rekeningen ongewijzigd in stand te houden;
(v) de creditcard geactiveerd te houden;
(vi) de iDeal-faciliteit via PSP en de PIN-transactiefaciliteit ongewijzigd in stand te
houden;
(vii) de bankgarantie ten gunste van DNB ongewijzigd in stand te houden.
een verklaring voor recht dat ABN AMRO er thans niet toe gerechtigd is om Nedsom in het IVR althans interne waarschuwingslijsten van ABN AMRO op te nemen;
ABN AMRO te veroordelen om Nedsom uit haar IVR althans interne waarschuwingslijsten te (laten) verwijderen en Nedsom uit het IVR althans interne waarschuwingslijsten verwijderd te houden;
(een) in goede justitie te bepalen veroordeling(en) van ABN AMRO die recht doet/doen aan de belangen van Nedsom;
h.-j. ABN AMRO te veroordelen de buitengerechtelijke kosten, de proceskosten en de nakosten aan Nedsom te voldoen, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf de per
categorie toepasselijke vervaldata.
Subsidiair vordert Nedsom dat ABN AMRO wordt veroordeeld om haar dienstverlening aan Nedsom voort te zetten en Nedsom de bestaande faciliteiten onder de overeengekomen voorwaarden te blijven verlenen, totdat sprake is van een uitspraak met kracht van gewijsde, op straffe van een dwangsom van € 50.000 per dag dat ABN AMRO ter zake in gebreke
blijft, met een maximum van in totaal € 1.000.000, althans een door de rechtbank in
goede justitie te bepalen dwangsom, een en ander vermeerderd met de wettelijke
rente vanaf het verbeuren van iedere dwangsom. Meer in het bijzonder dient de rechtbank ABN AMRO ook subsidiair te veroordelen als hierboven onder d. bedoeld.
Nedsom heeft aan haar vorderingen – kort gezegd – het volgende ten grondslag gelegd. ABN AMRO wil geen MSB’s meer in haar portefeuille vanwege de risico’s die daaraan zijn verbonden en de reden voor opzegging is categoraal van aard. Categorale opzeggingen zijn echter niet toegestaan. De opzegging van de bankrelatie is om die reden ook in strijd met de artikelen 5:88 Wft en 5:88a Wft. Er doen zich bovendien geen onacceptabele risico’s op witwassen of terrorismefinanciering voor die noopten tot opzegging op de voet van artikel 5:3 Wwft. De opzegging is ten slotte naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar omdat onacceptabele risico’s ontbreken en Nedsom en haar klanten afhankelijk zijn van de bankrelatie met ABN AMRO.
ABN AMRO concludeert tot afwijzing van de vordering. De opzegging is volgens ABN AMRO niet categoraal van aard. ABN AMRO was, vanwege specifiek aan Nedsom gerelateerde omstandigheden, verplicht op grond van artikel 5:3 Wwft de bankrelatie te beëindigen, althans bevoegd tot opzegging op grond van artikel 35 ABV.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4 De beoordeling
In geschil is of ABN AMRO de bancaire relatie met Nedsom onrechtmatig heeft opgezegd. Daarbij komt het aan op de vraag of ABN AMRO de bankrelatie met Nedsom moest opzeggen op grond van artikel 5:3 Wwft, althans kon opzeggen op grond van artikel 35 ABV.
Categorale beslissing?
Nedsom heeft allereerst aangevoerd dat het besluit van ABN AMRO om de bankrelatie met Nedsom op te zeggen het gevolg is van een categorale beslissing. ABN AMRO wil besparen op compliance kosten en daarom niet langer zaken doen met MSB’s. Ter onderbouwing van haar standpunt wijst Nedsom op correspondentie uit 2016 en 2017, waaruit volgens Nedsom volgt dat ABN AMRO de kosten voor monitoring te hoog vindt in verhouding tot de baten van de bankrelatie. Daarnaast wijst Nedsom erop dat ABN AMRO ook de relatie heeft opgezegd met twee andere MSB’s en inmiddels van alle transacties aanvullende informatie van Nedsom verlangt, hetgeen wijst op ongeoorloofde de-risking.
De rechtbank volgt Nedsom niet in dit standpunt. De opzeggingsbrief van 8 april 2021 is uitvoerig gemotiveerd met feiten en omstandigheden die specifiek Nedsom betreffen. Daaruit blijkt afdoende dat ABN AMRO de relatie heeft beëindigd na het uitvoeren van een individuele toetsing. ABN AMRO heeft bovendien voldoende gemotiveerd weersproken dat de hoge monitoringskosten van MSB’s en de-risking redenen zijn geweest voor de opzegging van de bankrelatie met Nedsom en twee andere MSB’s. Zij heeft er in dat verband op gewezen dat zij nog zes andere MSB’s in haar portefeuille heeft waarmee de bankrelatie niet is opgezegd en dat dit ook bekend is bij Nedsom omdat alle betrokkenen gezamenlijk overleg hebben over de uitleg van de Verordening (EU) 2015/847 (WTR II). Ten slotte heeft ABN AMRO voldoende toegelicht dat zij thans van alle transacties aanvullende informatie van Nedsom verlangt omdat de (steeds strenger wordende) wet- en regelgeving op het gebied van witwassen en terrorismefinanciering daartoe noopt.
Opzegging in strijd met artikelen 5:88 Wft en 5:88a Wft?
Het beroep van Nedsom op artikelen 5:88 Wft en 5:88a Wft slaagt evenmin. Deze bepalingen zien op de toegang van betaalinstellingen tot betaalrekeningsdiensten. De opzegging van een bankrelatie, zoals hier aan de orde is, valt buiten de reikwijdte van genoemde bepalingen. Daarbij komt dat niet is gebleken dat ABN AMRO de toegang afhankelijk heeft gemaakt van andere regels dan regels die objectief, niet discriminerend en evenredig zijn en noodzakelijk zijn voor de bescherming van het betalingssysteem tegen specifieke risico’s en voor de bescherming van de financiële en operationele stabiliteit van het betalingssysteem (zie ook hiervoor onder 4.3). Bovendien bevat artikel 5:88a Wft, anders dan Nedsom stelt, geen verplichting voor banken om toegang tot betaalrekeningen te verlenen.
Verplichtte artikel 5 lid 3 Wwft tot opzegging?
Het primaire standpunt van ABN AMRO houdt in dat zij de bankrelatie moest
opzeggen. Banken zijn poortwachter van het stelsel van bestrijding van witwassen en
terrorismefinanciering. Zij moeten zoveel mogelijk voorkomen dat het financiële systeem
voor witwassen of terrorismefinanciering wordt gebruikt. ABN AMRO is op grond van
artikel 3 Wwft verplicht een cliëntenonderzoek te doen. Het cliëntenonderzoek houdt onder
meer in dat ABN AMRO een voortdurende controle behoort uit te oefenen op de zakelijke
relatie en op de transacties die tijdens de duur van de relatie worden verricht. Als ABN
AMRO haar cliëntenonderzoek niet kan voltooien, moet zij de relatie met die klant
beëindigen (artikel 5:3 Wwft), omdat zij in dat geval het risico van misbruik van de door
haar aangeboden producten en diensten niet kan overzien. Dan doet zich een onacceptabel
risico op witwassen of terrorismefinanciering voor. ABN AMRO heeft uiteengezet dat haar
verplichting om de bankrelatie op de voet van artikel 5:3 Wwft op te zeggen is gegrond op
de navolgende feiten en omstandigheden die zich (volgens ABN AMRO) voordeden ten
tijde van de opzegging:
a. Nedsom heeft een transactie van ruim € 18.000 door Stichting S.O.S. - een stichting die jihadisme in Syrië blijkt te financieren - aan Somalië gefaciliteerd. Het is ABN AMRO onvoldoende gebleken dat Nedsom een zorgvuldig cliëntenonderzoek heeft uitgevoerd voorafgaand aan het uitvoeren van de transactie;
b. Nedsom doet enkel zaken met ofwel hoog-risico landen, ofwel landen met een verhoogd risico. Inherent daaraan is dat een hoog risico op witwassen en terrorismefinanciering bestaat. Nedsom breidt haar diensten ook steeds uit naar meer hoog-risico of verhoogd-risico landen, terwijl ABN AMRO nadrukkelijk heeft aangegeven dit niet goed te keuren;
c. DNB heeft geconcludeerd dat Nedsom in strijd heeft gehandeld met artikelen 8 en 16 Wwft, omdat zij niet aan de gestelde eisen op het gebied van cliëntenonderzoek voldeed en zij ongebruikelijke transacties niet onverwijld bij FIU heeft gemeld. Een en ander heeft geleid tot het opleggen van boetes, hetgeen bevestigt dat Nedsom onvoldoende in het werk stelt om aan haar Wwft-verplichtingen te voldoen;
d. Het OM heeft een strafrechtelijk onderzoek ingesteld naar de bestuurder van Nedsom, [naam 1] . Het OM heeft voor vervolging op grond van artikel 16 Wwft enkel afgezien, omdat DNB reeds een bestuursrechtelijke sanctie had opgelegd;
e. Nedsom heeft het boetebesluit van DNB en het strafrechtelijk onderzoek niet uit zichzelf aan ABN AMRO gemeld, terwijl er een cliëntonderzoek van ABN AMRO naar Nedsom liep en de betreffende informatie van belang is voor dit onderzoek;
f. ABN AMRO heeft onvoldoende zicht op de herkomst van het geld op de bankrekening die Nedsom bij ABN AMRO aanhoudt. Er wordt veel cash geld gebruikt door klanten van Nedsom, waaronder coupures van € 500. De verhouding cash/giraal blijft onverminderd hoog, terwijl het ABN AMRO onvoldoende is gebleken dat Nedsom zich inspant om ervoor te zorgen dat het gebruik van cash geld wordt ontmoedigd, ondanks dat ABN AMRO vier jaar geleden al heeft bericht dat zij eind 2017 een cash/giraal verhouding van 40/60 wenste te zien. Daar voldoet Nedsom ten tijde van de opzegging niet aan, terwijl ABN AMRO het in de huidige tijdsgeest vindt passen dat er zelfs meer dan 60% van de transacties giraal plaatsvindt;
g. Er bestaat over de money transfer operators waarmee Nedsom werkt zeer verontrustende adverse media. Verschillende agenten worden in verband gebracht met financiering van terrorisme. Nedsom heeft geen informatie willen verschaffen over de wijze waarop deze agenten zicht hebben op wie de begunstigde van de gelden is, waardoor ABN AMRO geen zicht heeft op de wijze waarop Nedsom vaststelt wie de begunstigden van de transacties via de bankrekening bij ABN AMRO. Gelet op de adverse media brengt een en ander een hoog risico op terrorismefinanciering met zich;
h. Nedsom heeft opdrachtgevers en begunstigden van bepaalde transacties niet als hoog risico aangemerkt terwijl het geografische en grensoverschrijdende karakter daartoe wel aanleiding geven. Doordat Nedsom risico’s niet onderkent, neemt het risico op witwassen en terrorismefinanciering toe.
i. Nedsom voldoet steeds niet of onvoldoende aan de op haar rustende Wwft-verplichtingen en is zich onvoldoende bewust van de risico’s die haar dienstverlening met zich brengen op het gebied van witwassen en financiering van terrorisme. Van Nedsom mag een proactieve houding worden verwacht, maar zij past pas na een instructie van ABN AMRO of DNB reactief haar processen (gedeeltelijk) aan. Er is onvoldoende ‘risk awareness’ bij Nedsom, ondanks dat ABN AMRO hierover al vanaf 2016 in gesprek is met Nedsom.
De rechtbank merkt op dat tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat tussen partijen inmiddels ook een verschil van inzicht is ontstaan over de reikwijdte van het ‘know your customer’ beginsel van artikel 5:3 Wwft en artikel 4 WTR II. De opzegging moet worden getoetst op basis van de stand van zaken ten tijde van de opzegging. Omstandigheden die dateren van na de opzegging blijven daarom buiten beschouwing.
De rechtbank is van oordeel dat de door ABN AMRO aangevoerde gronden niet de
conclusie rechtvaardigen dat zij haar cliëntonderzoek niet kon voltooien en zich
onacceptabele risico’s op witwassen of terrorismefinanciering voordoen. De rechtbank licht
dat als volgt toe.
a. Transactie Stichting S.O.S.
Blijkens de hiervoor onder 2.11, 2.18. en 2.19. weergegeven correspondentie heeft Nedsom schriftelijk vragen van ABN AMRO over de transactie van Stichting S.O.S. beantwoord en daarbij een Alert Report overgelegd over deze transactie. Uit een en ander volgt dat Nedsom voorafgaand aan de transactie: (i) een advanced due diligence heeft uitgevoerd omdat Stichting S.O.S. in de categorie high risk viel, (ii) een gesprek heeft gevoerd met de bestuurder van Stichting S.O.S. naar aanleiding van adverse media over Stichting S.O.S., (iii) verschillende gegevens, waaronder de legitimatie van de bestuurder van Stichting S.O.S. en de ontvanger van de transactie, heeft opgevraagd en onderzocht, (iv) een sanctielijstencheck heeft uitgevoerd en (v) vanwege de risicocategorie als eis heeft gesteld dat de transactie giraal moest plaatsvinden. Ook heeft Nedsom de transactie bij de FIU gemeld. Hieruit blijkt dat Nedsom, anders dan ABN AMRO stelt, voorafgaand aan de transactie voor Stichting S.O.S. een zorgvuldig cliëntenonderzoek heeft uitgevoerd en ook nadien voldoende zorgvuldig heeft opgetreden.
b. Zaken met hoog-risicolanden en landen met een verhoogd risico
De omstandigheid dat Nedsom alleen met hoog-risicolanden en landen met een verhoogd risico zaken doet, betekent dat zowel Nedsom als ABN AMRO verscherpt cliëntenonderzoek moet doen (art. 8 lid 1 sub a Wwft). Het zakendoen met hoog-risicolanden en landen met een verhoogd risico brengt op zichzelf echter niet mee dat zich onacceptabele risico’s met betrekking tot witwassen of terrorismefinanciering voordoen. Dat geldt ook voor de dienstverlening van Nedsom in Turkije. Nedsom heeft aangevoerd dat Turkije sinds 2014 niet meer op de lijst van hoog-risicolanden van FATF staat. Dat heeft ABN AMRO niet betwist en wordt ook bevestigd door de lijst ‘Jurisdictions under Increased Monitoring’ van FATF die ABN AMRO zelf in het geding heeft gebracht. Uit deze lijst blijkt dat dit de zogenaamde grijze lijst betreft en dat de desbetreffende landen, waaronder Turkije, actief samenwerken met de FATF om tekortkomingen te adresseren op het gebied van witwassen en terrorismefinanciering.
c. - e. Boete DNB, verdenking OM en niet-melden daarvan
Uit hetgeen hiervoor in 2.7. en 2.8. is vastgesteld, volgt dat er uiteindelijk nog één strafrechtelijke verdenking resteerde, dat het OM het aan DNB heeft overgelaten om hiervoor in te grijpen, dat DNB ten aanzien van de geconstateerde overtredingen heeft volstaan met het opleggen van twee boetes en dat DNB de vergunning van Nedsom in stand heeft gelaten. Onder die omstandigheden volgt de rechtbank ABN AMRO niet in haar standpunt dat de geconstateerde overtredingen onacceptabele risico’s op witwassen of terrorismefinanciering opleveren, omdat in de rede ligt dat het OM dan wel strafrechtelijk had ingegrepen en/of DNB dan wel de vergunning had ingetrokken. Tussen partijen is verder niet in geschil dat Nedsom in haar jaarrekening, die zij aan ABN AMRO heeft toegezonden, melding heeft gemaakt van de boetes. Zij heeft dus geen informatie achtergehouden. Dat Nedsom de geconstateerde overtredingen niet separaat heeft gemeld, brengt dus evenmin een onacceptabel risico op witwassen of terrorismefinanciering mee. Overigens heeft Nedsom onweersproken gesteld dat zij nadat de overtredingen waren geconstateerd verschillende AML/CFT verbeteringen heeft doorgevoerd, dat DNB zich daar positief over heeft uitgelaten en sindsdien geen verbeterpunten voor Nedsom heeft opgemerkt.
f. Onvoldoende zicht op transacties vanwege cashgebruik, cash/cardverhouding
De rechtbank is van oordeel dat het gebruik van cash weliswaar een verhoogd risico op witwassen of terrorismefinanciering oplevert, maar dat dit op zichzelf geen onacceptabel risico daarop meebrengt. Tussen partijen is niet in geschil dat Nedsom haar handboek (al voor de opzegging) had aangepast voor wat betreft contante stortingen en daarmee voldoet aan de wet- en regelgeving hierover. Voor zover het door ABN AMRO geuite streven naar een cash/cardverhouding van 40% / 60% in het kader van artikel 5 lid 3 Wwft al een rol speelt, overweegt de rechtbank dat ABN AMRO die cash/cardverhouding niet als absoluut vereiste voor het voortzetten van de bankrelatie heeft geformuleerd. Bovendien heeft ABN AMRO niet betwist dat Nedsom, om het gebruik van cash te ontmoedigen, heeft verzocht om extra pinautomaten, maar dat ABN AMRO dit verzoek heeft geweigerd.
g. Adverse media agenten
Uit de hiervoor onder 2.18. en 2.19. weergegeven correspondentie blijkt dat Nedsom na het verschijnen van het GI-TOC rapport: (i) binnen vier dagen een vergadering heeft gepland om actiepunten vast te stellen, (ii) contact heeft gehad met haar in het GI-TOC rapport genoemde correspondenten en onderzoek heeft verricht naar hun visie en werkwijze; (iii) zich bewust is van de risico’s die voortvloeien uit de bevindingen uit het GI-TOC rapport, (iv) verschillende aanvullende en mitigerende maatregelen heeft getroffen en (v) documentatie waaruit het voorgaande blijkt aan ABM AMRO heeft overgelegd. Weliswaar heeft Nedsom de bijlagen bij de customer due diligence rapporten van haar in het GI-TOC rapport genoemde correspondenten niet overgelegd aan ABN AMRO, omdat de correspondenten daarmee niet akkoord waren, maar zij heeft onweersproken gesteld dat zij die bijlagen zelf wel heeft ontvangen en heeft onderzocht. Verder heeft Nedsom ABN AMRO geschreven dat zij voor vragen rechtstreeks met haar correspondenten contact mocht opnemen. Daarbij komt dat de bevindingen uit het GI-TOC rapport deels worden weersproken door het rapport van de Centrale Bank van Somalië. Onvoldoende is dan ook komen vast te staan dat de in het GI-TOC rapport genoemde correspondenten verwijten kunnen worden gemaakt.
h. onjuiste risico inschatting
Dat Nedsom risico’s niet onderkent, zoals ABN AMRO heeft gesteld, is niet gebleken. ABN AMRO heeft nagelaten om uiteen te zetten welke transacties volgens haar door Nedsom onjuist zijn ingeschat. Bovendien heeft Nedsom onweersproken aangevoerd dat op de door haar aan ABN AMRO aangeleverde lijst alleen zichtbaar of zich wel of geen hoog risico voordoet en niet of het risico medium is, alsmede dat deze lijst slechts een gedeelte van de transacties van Nedsom bevat.
i. onvoldoende risk awareness
Gelet op de hiervoor onder 2.5., 2.6., 2.10.-2.16. en 2.18.-2.19. weergegeven correspondentie heeft Nedsom terecht aangevoerd dat zij steeds medewerking heeft verleend aan klantonderzoek door ABN AMRO en dat zij verbeterpunten die ABN AMRO heeft geconstateerd zoveel mogelijk heeft doorgevoerd - ook zonder dat daartoe een verplichting bestaat, zoals bij de VIS scanners. Onweersproken is verder dat Nedsom verschillende AML/CFT verbeteringen naar tevredenheid van DNB heeft doorgevoerd (zie ook hiervoor onder 4.11.). Uit hetgeen hiervoor onder 2.6. is vastgesteld en onder 4.9. en 4.13. is overwogen, blijkt bovendien dat Nedsom, anders dan ABN AMRO stelt, niet louter reactief handelt na instructie van ABN AMRO en DNB. Dat er onvoldoende risk awareness is bij Nedsom, is kortom niet gebleken.
Conclusie: geen verplichting tot opzegging
Uit het voorgaande volgt dat de door ABN AMRO aangevoerde omstandigheden noch afzonderlijk, noch in onderlinge samenhang bezien, een verplichting meebrachten om de bankrelatie op grond van artikel 5:3 Wwft op te zeggen.
Mocht ABN AMRO opzeggen o.g.v. artikel 35 ABV?
Tussen partijen is niet in geschil dat ABN AMRO op grond van artikel 35 ABV een opzeggingsbevoegdheid heeft. De opzeggingsbevoegdheid van een bank en haar contractuele vrijheid zijn echter niet onbegrensd. De omstandigheden van het geval kunnen meebrengen dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat een bank van haar contractuele opzeggingsbevoegdheid gebruik maakt (HR 10 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:2929). Of dat het geval is, dient te worden beoordeeld naar de stand van zaken ten tijde van de opzegging.
Bij de beoordeling van de vraag of het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat een bank van haar contractuele opzeggingsbevoegdheid gebruik maakt, is (onder meer) van belang dat het zonder betaalrekening vrijwel onmogelijk is om deel te nemen aan het maatschappelijk verkeer en om een bedrijf te exploiteren, maar ook dat banken een gerechtvaardigd belang kunnen hebben om cliënten te weigeren vanwege toezichtrechtelijke eisen of integriteitsrisico’s (HR 5 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1652). Verder moet ABN AMRO ingevolge artikel 2 ABV zorgvuldig zijn bij haar dienstverlening en zo goed mogelijk rekening houden met de belangen van de client. ABN AMRO moet zich ook bij opzegging aan die zorgplicht houden. Tegen deze achtergrond overweegt de rechtbank als volgt.
Hiervoor onder 4.9 tot en met 4.16. is uiteengezet dat de door ABN AMRO aangevoerde omstandigheden geen verplichting op grond van de Wwft meebrengen om de bankrelatie te beëindigen. Dat zich onaanvaardbare risico’s voordoen en/of een vertrouwensbreuk gerechtvaardigd is, is niet gebleken. Het belang van ABN AMRO bij opzegging moet daarom worden gerelativeerd.
Uit de door Nedsom overgelegde afwijzingen maakt de rechtbank op dat Nedsom bij een andere bankinstelling geen toegang tot een betaalrekening heeft kunnen verkrijgen. Dat Nedsom ook twee bankrekeningen bij ING aanhoudt, doet hier niet aan af. Nedsom heeft onweersproken aangevoerd dat ING inmiddels ook de bankrelatie met Nedsom heeft opgezegd. Nedsom en haar klanten zijn daarom in belangrijke mate afhankelijk van de voortzetting van de bankrelatie tussen ABN AMRO en Nedsom, omdat Nedsom naar verwachting haar vergunning van DNB zal verliezen als zij geen bankrekeningen meer heeft. De diensten die Nedsom aanbiedt, hebben bovendien een maatschappelijke functie, omdat zij het haar klanten mogelijk maakt betalingen te verrichten aan begunstigden in Somalië. Een en ander brengt mee dat het belang van Nedsom bij behoud van de bankrelatie met ABN AMRO zwaarwegend is.
Bij deze stand van zaken moet worden geoordeeld dat de opzegging naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. De rechtbank neemt daarbij ook in aanmerking dat Nedsom steeds medewerking heeft verleend aan klantonderzoek door ABN AMRO, door ABN AMRO en DNB geconstateerde verbeterpunten zoveel mogelijk heeft doorgevoerd en zich niet slechts reactief heeft opgesteld (zie hiervoor onder 4.15).
Slotsom is dat de opzegging door ABN AMRO van de bankrelatie op 8 april 2021 geen standhoudt en dat ABN AMRO Nedsom ten onrechte in haar interne waarschuwingslijst(en) heeft opgenomen. De primaire vorderingen onder a., d. en f. zullen daarom worden toegewezen. Wel zal de reikwijdte van de veroordeling ter zake de vordering onder f. worden beperkt tot de feiten en omstandigheden die ABN AMRO aan haar opzegging van 8 april 2021 ten grondslag heeft gelegd. ABN AMRO heeft terecht aangevoerd dat feiten en omstandigheden van na die datum in deze procedure niet aan de orde zijn. Om diezelfde reden laat de (gedeeltelijke) toewijzing van de vordering onder d. onverlet dat ABN AMRO de bancaire relatie(s) op elk moment kan opzeggen als daar gegronde redenen voor zijn. De gevorderde dwangsommen zullen worden afgewezen, omdat ABN AMRO ter zitting heeft meegedeeld dat zij aan een eventuele veroordeling zal voldoen. De vorderingen onder b., c. en e. zullen worden afgewezen, omdat Nedsom daarbij onvoldoende belang heeft in het licht van de (gedeeltelijke) toewijzing van de vorderingen onder a., d. en f. en de hiervoor genoemde mededeling van ABN AMRO ter zitting. De primaire vordering g. is (te) onbepaald en is daarom evenmin toewijsbaar. Aangezien de primaire vorderingen deels worden toegewezen, wordt ten slotte niet toegekomen aan de subsidiaire vordering.
Nedsom heeft voldoende toegelicht dat zij in verband met het maken van bezwaar tegen de opzegging en het voorkomen dat de opzegging zou worden geëffectueerd, kosten heeft gemaakt. Anders dan ABN AMRO stelt, zijn dit geen kosten waarvoor artikel 237 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering een vergoeding inhoudt, terwijl een vergoeding voor buitengerechtelijke kosten ingevolge artikel 6:96 lid 2 onder c BW ook kan worden gevorderd voor andere vorderingen dan vorderingen tot betaling van een geldsom. Tegen de omvang van de gevorderde buitengerechtelijke kosten en de gevorderde wettelijke rente daarover is geen verweer gevoerd, zodat het door Nedsom gevorderde bedrag zal worden toegewezen, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf de dag dat de dagvaarding is betekend.
ABN AMRO is de partij die ongelijk krijgt en zij zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. Tot aan dit vonnis worden de proceskosten aan de zijde van Nedsom als volgt vastgesteld:
|
- kosten van de dagvaarding |
€ |
103,33 |
|
|
- griffierecht |
€ |
2.837,00 |
|
|
- salaris advocaat |
€ |
1.196,00 |
(twee punten × € 598,00) |
|
Totaal |
€ |
4.136,33 |
De gevorderde veroordeling in de nakosten is toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment kunnen worden begroot. De nakosten zullen dan ook worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.
5 De beslissing
De rechtbank
verklaart voor recht dat ABN AMRO de bancaire relatie met Nedsom onrechtmatig heeft opgezegd;
veroordeelt ABN AMRO haar dienstverlening aan Nedsom voort te zetten en de hiervoor onder 3.1 sub d. genoemde faciliteiten onder de overeengekomen voorwaarden aan Nedsom te blijven verlenen;
veroordeelt ABN AMRO om Nedsom uit haar interne waarschuwingslijst(en) te (laten) verwijderen en verwijderd te houden voor zover de opname in haar interne waarschuwingslijst(en) verband houdt met de feiten en omstandigheden die zij aan haar opzegging van 8 april 2021 ten grondslag heeft gelegd;
veroordeelt ABN AMRO tot betaling van de buitengerechtelijke kosten ten bedrage van € 7.352,50, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag met ingang van 10 januari 2022;
veroordeelt ABN AMRO in de proceskosten, aan de zijde van Nedsom tot dit vonnis vastgesteld op € 4.136,33, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de achtste dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;
veroordeelt ABN AMRO in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:
? € 173,00 aan salaris advocaat;
? te vermeerderen met € 90,00 aan salaris advocaat en met de explootkosten als ABN AMRO niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden;
? en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de nakosten met ingang van de achtste dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;
verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.E. van der Werff en in het openbaar uitgesproken op
8 februari 2023.