Verbintenissenrecht
Rechtbank Amsterdam · Eerste aanleg - enkelvoudig · Verbintenissenrecht
Rechtbank Amsterdam, 4 april 2024
ECLI:NL:RBAMS:2024:2144 · Rechtbank Amsterdam · 4 april 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/civiel-recht/verbintenissenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbams-2024-2144
Zaakgegevens
Op 4 april 2024 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 4 april 2024
- Datum publicatie
- 15 april 2024
- Zaaknummer
- 10082938 EL 22-98
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2024:2144
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Effectenleasezaken
Uitspraak
vonnis
RECHTBANK Amsterdam
Afdeling Privaatrecht
zaak- en rolnummer: 10082938 EL 22-98
vonnis van: 4 april 2024
Vonnis van de kantonrechter:
i n z a k e
[eiser] ,
wonende te [woonplaats] (Frankrijk),
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
gemachtigde: mr. G. van Dijk (Leaseproces),
t e g e n
de besloten vennootschap Dexia Nederland B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
gemachtigde: USG Legal Professionals B.V.
Partijen worden hierna [eiser] en Dexia genoemd.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-
Het tussenvonnis in deze zaak van 2 november 2023 met de daarin genoemde stukken;
-
De akte van [eiser] van 30 november 2023 met producties;
-
De rolmededeling van 21 december 2023.
In de voornoemde rolmededeling is Dexia in de gelegenheid gesteld op de akte en producties van [eiser] te reageren. Zij is hier niet toe overgegaan. Hierna heeft de kantonrechter vonnis bepaald.
2 De verdere beoordeling
In conventie en reconventie
In het voornoemde tussenvonnis is [eiser] in de gelegenheid gesteld te bewijzen dat [eiser] gehuwd was met [naam] ten tijde van het aangaan van overeenkomst I.
Bij akte van 30 november 2023 heeft [eiser] een afschrift uit de Basisregistratie Niet-Ingezetenen, zijn testament en zijn trouwakte overgelegd. Hieruit volgt, aldus [eiser] , dat hij gehuwd was op het moment dat overeenkomst I. werd afgesloten.
Dexia is in de gelegenheid gesteld op de akte van [eiser] te reageren, maar heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt.
De kantonrechter overweegt dat uit het uittreksel uit de Basisregistratie Niet-Ingezetenen volgt dat [eiser] en [naam] zijn getrouwd op 2 oktober 1969. Uit het testament volgt dat [eiser] en [naam] nog getrouwd waren op 29 maart 1999, tien dagen na het afsluiten van overeenkomst I. Uit de trouwakte volgt vervolgens dat er geen wijzigingen in de burgerlijke staat van [eiser] en [naam] is geweest. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft [eiser] dan ook voldoende bewijs geleverd dat hij ten tijde van het afsluiten van overeenkomst I. gehuwd was met [naam] . Het voorgaande betekent dat de vorderingen van partijen worden toegewezen en afgewezen zoals in het tussenvonnis van 2 november 2023 is overwogen.
Dexia zal worden veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten (inclusief nakosten) aan de zijde van [eiser] in conventie gevallen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- dagvaarding € 125,03
- griffierecht € 86,00
- salaris gemachtigde € 813,00 (3,0 x tarief € 271,00)
- nakosten € 135,00
Totaal € 1.159,03.
Gelet op de uitkomst van de procedure in reconventie bestaat aanleiding voor compensatie van de proceskosten.
3 De beslissing
In conventie en reconventie
De kantonrechter
ten aanzien van de vorderingen van [eiser]:
verklaart voor recht dat overeenkomst I. is vernietigd,
veroordeelt Dexia om aan [eiser] ter zake overeenkomst I. te betalen hetgeen Dexia op grond van de in rov. 4.18. van het tussenvonnis van 2 november 2023 bedoelde berekening verschuldigd is,
veroordeelt Dexia om aan [eiser] te betalen de wettelijke rente die Dexia verschuldigd is ter zake de hiervoor genoemde overeenkomst op grond van hetgeen is overwogen in rov. 4.19. en 4.20. van het tussenvonnis van 2 november 2023,
veroordeelt Dexia in de proceskosten van € 1.159,03, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als Dexia niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet Dexia ook de kosten van betekening betalen,
ten aanzien van de vorderingen van Dexia:
verklaart voor recht dat Dexia met betrekking tot de overeenkomst met contractnummer [nummer] aan al haar verplichtingen met betrekking tot deze overeenkomst heeft voldaan en niets meer aan [eiser] verschuldigd is,
compenseert de proceskosten, zodanig dat iedere partij met de eigen kosten belast blijft,
ten aanzien van alle vorderingen:
verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.L.J.M. de Waal, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 4 april 2024 in tegenwoordigheid van de griffier.
typ: BF