Verbintenissenrecht
Verstek. Ambtshalve toetsing consumentenrecht. Geen stellingen ingenomen en stukken overgelegd in het kader…
Rechtbank Amsterdam, 13 mei 2025
ECLI:NL:RBAMS:2025:3512 · Rechtbank Amsterdam · 13 mei 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/civiel-recht/verbintenissenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbams-2025-3512
Zaakgegevens
Op 13 mei 2025 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 13 mei 2025
- Datum publicatie
- 28 mei 2025
- Zaaknummer
- 10534269 \ CV EXPL 23-7991
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2025:3512
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verstek. Ambtshalve toetsing consumentenrecht. Geen stellingen ingenomen en stukken overgelegd in het kader van informatieplichten, waardoor deze niet kunnen worden getoetst. Ook (een bevestiging van) de overeenkomst is niet overgelegd en niet duidelijk is of algemene voorwaarden worden gehanteerd. Vordering afgewezen op de stelplicht.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 10534269 \ CV EXPL 23-7991
Vonnis van 13 mei 2025
in de zaak van
[eiser] , handelend onder de naam [handelsnaam],
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
eisende partij,
gemachtigde: Juristu Incassodiensten B.V. (rolgemachtigde: [rolgemachtigde] ),
tegen
[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
niet verschenen.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 16 mei 2023, met producties,
- het tegen gedaagde partij verleende verstek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De beoordeling
Eisende partij stelt in de dagvaarding dat partijen een overeenkomst hebben gesloten uit hoofde waarvan eisende partij rijlessen aan gedaagde partij heeft gegeven. Gedaagde partij heeft volgens eisende partij niet voor alle rijlessen betaald. Een bedrag van € 435,00 wordt aan hoofdsom gevorderd, vermeerderd met rente, buitengerechtelijke kosten en proceskosten.
De overeenkomst die aan de vordering ten grondslag is gelegd is gesloten tussen eisende partij als handelaar en gedaagde partij als consument, althans daarvan moet bij gebrek aan nadere duiding vanuit worden gegaan. In dat geval moet ambtshalve worden getoetst aan het consumentenrecht. De kantonrechter moet onder meer onderzoeken of eisende partij de op haar rustende informatieverplichtingen heeft nageleefd. Ook moet de overeenkomst en de daarop van toepassing verklaarde algemene voorwaarden worden getoetst aan de Richtlijn 93/13/EG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten.
De dagvaarding moet voldoende informatie en stukken bevatten om vorenbedoeld ambtshalve onderzoek te kunnen uitvoeren. Dat is vast beleid sinds 2019. In dit verband wordt ook verwezen naar het Arvato-arrest van 12 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1677) en de naar aanleiding van dat arrest tot stand gekomen Richtlijn Sanctiemodel essentiële informatieplichten, die op rechtspraak.nl te vinden is.
De dagvaarding voldoet niet aan de daaraan te stellen eisen, waardoor de kantonrechter niet ambtshalve kan toetsen. Eisende partij heeft niets gesteld over de wijze waarop de overeenkomst tot stand is gekomen en welke informatieplichten van toepassing zijn. Evenmin is gemotiveerd gesteld dat daaraan is voldaan.
Ook is de overeenkomst of een bevestiging daarvan niet in het geding gebracht en is niet duidelijk gemaakt of eisende partij algemene voorwaarden hanteert. Bij de dagvaarding zijn enkel WhatsApp-gesprekken tussen partijen en aanmaningen overgelegd, zonder nadere toelichting. Dat volstaat niet.
De gemachtigde van eisende partij wordt als zogenoemde repeatplayer geacht bekend te zijn met de informatie en stukken die bij dagvaarding moeten worden verstrekt als de gedaagde partij een consument is. Door de voor de beoordeling van belang zijnde informatie en stukken niet volledig aan te voeren, heeft eisende partij niet voldaan aan haar stelplicht. Sinds 1 oktober 2019 worden geen tussenvonnissen meer gewezen om ontbrekende informatie en stukken op te vragen.
Het voorgaande leidt tot afwijzing van de vordering.
Eisende partij is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van gedaagde partij worden begroot op nihil.