Verbintenissenrecht
Vordering tot betaling van energiekosten zonder contract. De rechtbank wijst de vordering af, omdat gedaagde…
Rechtbank Amsterdam, 27 maart 2026
ECLI:NL:RBAMS:2026:3313 · Rechtbank Amsterdam · 27 maart 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/civiel-recht/verbintenissenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbams-2026-3313
Zaakgegevens
Op 27 maart 2026 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 27 maart 2026
- Datum publicatie
- 3 april 2026
- Zaaknummer
- 11797020 / CV EXPL 25-9618
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2026:3313
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Vordering tot betaling van energiekosten zonder contract. De rechtbank wijst de vordering af, omdat gedaagde geen eigenaar is van het pand en dus niet ongerechtvaardigd is verrijkt door energieleveranties.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11797020 \ CV EXPL 25-9618
Vonnis van 27 maart 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
STEDIN NETBEHEER B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: Stedin,
gemachtigde: drs. [gemachtigde] ,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
REBO VASTGOED MANAGEMENT WEST B.V. (H.O.D.N. REBO VASTGOED MANAGEMENT WEST B.V. EN REBO VASTGOED GROEP),
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Rebo Vastgoed,
gemachtigde: mr. M.C. Willenborg.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 8 juli 2025, met producties,
- de conclusie van antwoord, met producties,
- het tussenvonnis van 20 januari 2026, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald,
- de mondelinge behandeling van 23 februari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt die zich in het dossier bevinden.
2 De beoordeling
Stedin vordert uit hoofde van geleverde energie aan het adres [adres] een bedrag van € 19.673,77 met wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten, in totaal € 22.564,27 met daarover wettelijke rente en proceskosten.
Stedin legt aan deze vordering ten grondslag dat de energie is geleverd zonder een contract en dat Rebo Vastgoed daardoor ongerechtvaardigd is verrijkt.
Rebo Vastgoed betwist dat zij aansprakelijk is voor de genoemde leveranties. Zij stelt dat niet zij, maar Stichting Pensioenfonds Rabobankorganisatie eigenaar is van [adres] . Zij heeft dit onderbouwd met een uittreksel van het Kadaster. Rebo Vastgoed verricht slechts bemiddelingshandelingen.
De kantonrechter wijst de vordering van Stedin af omdat Rebo Vastgoed geen eigenaar is van [adres] en dus niet ongerechtvaardigd verrijkt is door energieleveranties op dit adres.
Proceskosten
Stedin is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Rebo Vastgoed worden begroot op:
|
- salaris gemachtigde |
€ |
1.154,00 |
(2 punten × € 577,00) |
|
- nakosten |
€ |
144,00 |
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) |
|
Totaal |
€ |
1.298,00 |
3 De beslissing
De kantonrechter
wijst de vorderingen van Stedin af,
veroordeelt Stedin in de proceskosten van € 1.298,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als Stedin niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet zij ook de kosten van betekening betalen,
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. mr. R.H.C. Jongeneel, kantonrechter, bijgestaan door mr. V.W. de Leeuw, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 27 maart 2026.