Verbintenissenrecht
Kort Geding. Verstekvonnis. Toewijzing geldvordering (uitbetaling door notaris).
Rechtbank Amsterdam, 5 juni 2026
ECLI:NL:RBAMS:2026:7151 · Rechtbank Amsterdam · 5 juni 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/civiel-recht/verbintenissenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbams-2026-7151
Zaakgegevens
Op 5 juni 2026 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 5 juni 2026
- Datum publicatie
- 14 juli 2026
- Zaaknummer
- C/13/787664 / KG ZA 26-387 NB/EV
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. A. Hashem Jawaheri
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2026:7151
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Kort Geding. Verstekvonnis. Toewijzing geldvordering (uitbetaling door notaris).
Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
Civiel recht, voorzieningenrechter
Zaaknummer: C/13/787664 / KG ZA 26-387 NB/EV
Vonnis in kort geding van 5 juni 2026
in de zaak van
[eiseres] ,
te [woonplaats],
eisende partij bij dagvaarding van 13 mei 2026,
advocaat: mr. A. Hashem Jawaheri,
tegen
[gedaagde] ,
te [woonplaats],
gedaagde partij,
niet verschenen.
1 De procedure
Op de mondelinge behandeling van 21 mei 2026 is namens eiseres verschenen mr. Hashem Jawaheri. Gedaagde is niet verschenen. De advocaat van eiseres heeft de in kopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding en de bijbehorende producties toegelicht en verzocht vonnis te wijzen. De voorzieningenrechter achtte na de mondelinge behandeling verduidelijking van de vordering nodig. De advocaat van eiseres is in dat verband in de gelegenheid gesteld een akte te nemen, die op 29 mei 2026 is ontvangen. De voorzieningenrechter heeft daarna bepaald om vandaag vonnis te wijzen.
2 De beoordeling
Bij de dagvaarding zijn de bij de wet voorgeschreven formaliteiten in acht genomen.
Het gevraagde verstek tegen gedaagde zal daarom worden verleend.
Het gevorderde komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing is vermeld.
De advocaat van eiseres heeft voorafgaand aan deze procedure overleg gevoerd met gedaagde (de notaris), waarbij gedaagde heeft gezegd alleen over te gaan tot uitbetaling van de gelden als daaraan een vonnis van de rechtbank ten grondslag ligt. Gedaagde heeft in deze constructie bewust verstek laten gaan. Eiseres heeft in dat verband geen kostenveroordeling gevorderd en draagt haar eigen kosten. Concluderend is eiseres in het gelijk gesteld, maar haar proceskosten worden begroot op nihil.
3 De beslissing
De voorzieningenrechter
verleent verstek tegen de niet verschenen gedaagde,
veroordeelt gedaagde om uiterlijk binnen twee werkdagen na het wijzen van dit vonnis over te gaan tot betaling aan eiseres van € 242.650,00,
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
veroordeelt gedaagde in de proceskosten aan de zijde van eiseres, begroot op nihil,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. N.C.H. Blankevoort, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. E.P.M. Vos, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 5 juni 2026.