Internationaal strafrecht

Tsjechisch vervolgings-EAB. Overlevering toestaan.

Rechtbank Amsterdam, 17 mei 2023

Zaakgegevens

Op 17 mei 2023 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over internationaal strafrecht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
17 mei 2023
Datum publicatie
1 juni 2023
Zaaknummer
13/062745-23
Procedure
Eerste en enige aanleg
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2023:3478
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Tsjechisch vervolgings-EAB. Overlevering toestaan.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/062745-23

Datum uitspraak: 17 mei 2023

UITSPRAAK

op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 14 maart 2023 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 15 februari 2023 door de Rechtbank in Praag 9 (Tsjechië) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon] ,

geboren in [geboorteplaats] (Wit-Rusland) op [geboortedag] 1997,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

gedetineerd [detentieplaats] ,

hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1 Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 4 mei 2023. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. N.R. Bakkenes. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. J.E.F.K. Liauw, advocaat in Rotterdam en een tolk in de Russische taal. De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.


Op grond van artikel 22, derde lid, OLW heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van het eerste lid van dit artikel uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.

2 Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Wit-Russische nationaliteit heeft.

3 Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een arrestatiebevel van de Rechtbank in Praag 9 (Tsjechië) van 12 januari 2023 (dossiernummer: 50 T 112/2022).

De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Tsjechisch recht strafbaar feit.

Dit feit is omschreven in onderdeel e) van het EAB.

4 Strafbaarheid: feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist

De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het feit niet aangeduid als feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder a 2°, OLW zijn neergelegd.

De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.

Het feit levert naar Nederlands recht op:

overtreding van artikel 8, tweede lid, onderdeel b van de Wegenverkeerswet 1994

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort,

beschadigen

5 Slotsom

Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW, er ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan en er geen sprake is van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven, dient de overlevering te worden toegestaan.

6 Toepasselijke wetsartikelen

Artikel 350 Wetboek van Strafrecht, de artikelen 7, 8 en 176 Wegenverkeerswet 1994 en de artikelen 2, 5 en 7 OLW.

7 Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan de Rechtbank in Praag 9 (Tsjechië) voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.

Aldus gedaan door

mr. M.M.L.A.T. Doll, voorzitter,

mrs. B. Yesilgöz en L. Sanders, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. V.D. Reinders, griffier,

en uitgesproken ter openbare zitting van 17 mei 2023.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.