Internationaal strafrecht

vervolgings-EAB Duitsland, overlevering toegestaan

Rechtbank Amsterdam, 16 november 2023

Zaakgegevens

Op 16 november 2023 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over internationaal strafrecht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
16 november 2023
Datum publicatie
30 november 2023
Zaaknummer
13/242652-23
Procedure
Eerste en enige aanleg
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2023:7582
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

vervolgings-EAB Duitsland, overlevering toegestaan

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/242652-23

Datum uitspraak: 16 november 2023

UITSPRAAK

op de vordering van 28 september 2023 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 18 september 2023 door het Amtsgericht Bamberg (Duitsland; hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon] ,

geboren in [geboorteplaats] (Nederland) op [geboortedag] 1997,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:

[adres] ,

gedetineerd in [detentieplaats] ,

hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1 Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 16 november 2023, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon heeft afstand gedaan van zijn recht op zitting te worden gehoord. Hij is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde raadsvrouw, mr. F.S. Baardman, advocaat in Utrecht.

De raadsvrouw heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank over het verzoek tot overlevering. De officier van justitie heeft geconcludeerd dat de verzochte overlevering kan worden toegestaan.

2 Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Nederlandse en Marokkaanse nationaliteit heeft.

3 Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een aanhoudingsbevel van het Amtsgericht Bamberg (Duitsland) van

11 september 2023 met kenmerk: 3 Gs 492/23 (2110 Js 10822/23).

De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Duits recht strafbaar feit. Dit feit is omschreven in het EAB.

4 Strafbaarheid; feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW

De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst het strafbare feit aan als een zogenoemd lijstfeit, dat in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staat vermeld. Het feit valt op deze lijst onder nummer 18, te weten:

georganiseerde of gewapende diefstal

Uit het EAB volgt dat op dit feit naar het recht van Duitsland een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.

Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.

5 De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW

De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit. De rechtbank stelt vast dat de opgeëiste persoon daarnaast zodanige banden heeft met Nederland dat de tenuitvoerlegging van een eventueel na overlevering opgelegde straf, uit het oogpunt van sociale re-integratie, beter in Nederland kan plaatsvinden dan in de uitvaardigende lidstaat. De overlevering kan daarom worden toegestaan, wanneer is gewaarborgd dat de opgeëiste persoon, in geval van veroordeling in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf na overlevering, deze straf in Nederland mag ondergaan.

De Staatsanwaltschaft Bamberg heeft de volgende garantie gegeven:

“hiermit gebe ich für alle vier inhaftierten Beschuldigten

(…)

- [opgeëiste persoon] , geboren am [geboortedag] .1997

die Garantie, dass im Falle einer Verurteilung diese Strafe in den Niederlanden vollzogen werden darf (gemäß dem Europäischen Rahmenbeschluss 2008/909/JBZ). Dies wird auch den Verteidigern und dem Gericht mitgeteilt werden.”

Deze garantie is als volgt vertaald:

“Hierbij laat ik alle vier de gedetineerde verdachten vrij

(…)

- [opgeëiste persoon] , geboren op [geboortedag] 1997

de garantie dat deze straf in geval van veroordeling in Nederland ten uitvoer kan worden gelegd (conform het Europese Kaderbesluit 2008/909/JBZ). Dit zal ook worden meegedeeld aan de advocaten van de verdediging en de rechtbank.”

De rechtbank heeft geconstateerd dat de zinsnede in de vertaling ‘Hierbij laat ik alle vier de gedetineerde verdachten vrij’ geen juiste vertaling betreft van de zinsnede in de originele tekst ‘hiermit gebe ich für alle vier inhaftierten Beschuldigten’. De rechtbank heeft de vertaling bezien in samenhang met de originele tekst.

Naar het oordeel van de rechtbank is deze garantie voldoende.

6 Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

7 Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 2, 5, 6 en 7 van de OLW.

8 Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan het Amtsgericht Bamberg (Duitsland) voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.

Deze uitspraak is gedaan door

mr. J. van Zijl, voorzitter,

mrs. A.J. Scheijde en M. Westerman, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. R.R. Eijsten, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 16 november 2023.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Zie artikel 23 Overleveringswet. Zie onderdeel e) van het EAB.