Internationaal strafrecht

Vervolgings-EAB Duitsland, overlevering toegestaan

Rechtbank Amsterdam, 7 maart 2024

Zaakgegevens

Op 7 maart 2024 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over internationaal strafrecht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
7 maart 2024
Datum publicatie
6 maart 2024
Zaaknummer
13/339016-23
Procedure
Eerste en enige aanleg
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2024:1247
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Vervolgings-EAB Duitsland, overlevering toegestaan

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/339016-23

Datum uitspraak: 7 maart 2024

UITSPRAAK

op de vordering van 28 december 2023 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 12 juli 2023 door het Amtsgericht Nürnberg (Duitsland, hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 1979,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

gedetineerd in de [detentieplaats] ,

hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1 Procesgang

De behandeling van het EAB was eerst gepland op 7 februari 2024. De behandeling is toen niet doorgegaan, omdat de opgeëiste persoon van advocaat was gewisseld. De rechtbank heeft de zaak – op verzoek van de nieuwe advocaat en met instemming van de officier van justitie – aangehouden tot 22 februari 2024.

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 22 februari 2024, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. F.T.C. Dölle, advocaat te Amsterdam.

De raadsvrouw heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank en de officier van justitie heeft geconcludeerd dat de verzochte overlevering moet worden toegestaan.

De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.

2 Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Nederlandse en Turkse nationaliteit heeft.

3 Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een aanhoudingsbevel van het Amtsgericht Nürnberg van 19 mei 2023 (dossiernummer: 58 Gs 5972/23).

De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Duits recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB.

4 Strafbaarheid; feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW

De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als zogenoemde lijstfeiten, die in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staan vermeld. De feiten vallen op deze lijst onder nummer 27, te weten:

verkrachting.


Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Duitsland een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.

Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.

5 De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW

De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit.

De rechtbank stelt vast dat de opgeëiste persoon daarnaast zodanige banden heeft met Nederland, dat de tenuitvoerlegging van een eventueel na overlevering opgelegde straf, uit het oogpunt van sociale re-integratie beter in Nederland kan plaatsvinden dan in de uitvaardigende lidstaat. Daarbij acht de rechtbank de volgende omstandigheden relevant, die uit de stukken en de verklaring van de opgeëiste persoon ter zitting blijken. De opgeëiste persoon heeft vanaf zijn jeugd (1989) in Nederland gewoond en spreekt ook de Nederlandse taal. Hij heeft een WGA uitkering van het UWV. Weliswaar heeft hij de afgelopen tien jaar in Duitsland verbleven, maar hij heeft aannemelijk gemaakt dat hij zijn leven in Nederland zal voortzetten. Zo heeft hij verklaard dat de relatie met zijn ex-vrouw, die de Duitse nationaliteit heeft en in Duitsland woont, is verbroken. Zij is ook degene die aangifte tegen hem gedaan heeft van het feit waarop dit EAB ziet. Na een kort verblijf bij zijn ouders in Turkije, is hij nu van plan bij zijn neef in [plaats] te gaan wonen. Ook vanuit Nederland kan hij het contact met zijn (al volwassen) kinderen in Duitsland onderhouden. De komende tijd zal hij gebruiken om te onderzoeken of hij ook zijn jongste kind van 3 jaar oud, dat nu bij zijn ex-vrouw in Duitsland woont, kan blijven zien.

Zijn overlevering kan daarom worden toegestaan, wanneer is gewaarborgd dat de opgeëiste persoon, in geval van veroordeling in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf na overlevering, deze straf in Nederland mag ondergaan.

Die Leitende Oberstaatsanwältin in Nürnberg-Fürth heeft bij brief van 22 december 2023 ten aanzien van de opgeëiste persoon de volgende garantie gegeven:

“Wanneer de veroordeelde ermee instemt om na zijn definitieve veroordeling

door een Duitse rechtbank voor het uitzitten van zijn straf naar Nederland te

worden overgebracht, wordt overeengekomen dat

1. hij de straf daar kan uitzitten”

Naar het oordeel van de rechtbank is deze garantie voldoende.

6 Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

7 Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 2, 5, 6 en 7 van de OLW.

8 Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan het Amtsgericht Nürnberg (Duitsland) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.

Deze uitspraak is gedaan door

mr. O.P.M. Fruytier, voorzitter,

mrs. W.M.C. van den Berg en B.M. Vroom-Cramer, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. R.R. Eijsten, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 7 maart 2024.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Zie artikel 23 Overleveringswet. Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.) Zie onderdeel e) van het EAB.