Internationaal strafrecht

EAB Polen; verweren m.b.t. artikel 12 OLW en detentieomstandigheden verworpen; overlevering toegestaan

Rechtbank Amsterdam, 27 februari 2025

Zaakgegevens

Op 27 februari 2025 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over internationaal strafrecht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
27 februari 2025
Datum publicatie
28 februari 2025
Zaaknummer
13/401886-24
Procedure
Eerste en enige aanleg
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2025:1331
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

EAB Polen; verweren m.b.t. artikel 12 OLW en detentieomstandigheden verworpen; overlevering toegestaan

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/401886-24

Datum uitspraak: 27 februari 2025

UITSPRAAK

op de vordering van 19 december 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 6 augustus 2024 door de Sad Okregowy w Ostrolece II Wydzial Karny [Regional Court in Ostroleka, Second Criminal Division], Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon] ,

geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1992,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

gedetineerd in de [penitentiaire inrichting] ,

hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1 Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 13 februari 2025, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. L.J.H. Kortz, advocaat te Utrecht en door een tolk in de Poolse taal.

De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.

Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.

2 Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

3 Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een final judgement by the District Court [Sad Rejonowy] in Pultusk dated 29 January 2018 (II K 715/17).

De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van vier maanden en 26 dagen, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.

Dit vonnis betreft het feit zoals dat is omschreven in het EAB.

3.1

Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW

De raadsman heeft aangevoerd dat door de Poolse autoriteiten niet is aangegeven op welke manier en waar het vonnis aan de opgeëiste persoon is uitgereikt, of dit per post was of dat het aan hem in persoon is betekend. Nu deze informatie ontbreekt is het onvoldoende om uit te gaan van een omstandigheid als bedoeld in artikel 12, sub c, OLW. De verdedigingsrechten van de opgeëiste persoon zijn dus geschonden.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de weigeringsgrond van artikel 12 OLW zich niet voordoet, omdat zich de omstandigheid van artikel 12, sub c, OLW heeft voorgedaan.

De rechtbank stelt vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een vonnis terwijl de verdachte niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid, en dat zich de omstandigheid van artikel 12, sub c, OLW heeft voorgedaan. In het EAB staat dat aan de opgeëiste persoon op 15 februari 2018 de beslissing is uitgereikt, waarbij hij uitdrukkelijk is geïnformeerd over zijn recht op een herziening of hoger beroep, waarbij hij het recht heeft dit bij te wonen en nieuw bewijs in te brengen en een herbeoordeling van ten gronde, wat mogelijk kan leiden tot het terugdraaien van de oorspronkelijke beslissing. De opgeëiste persoon heeft niet om een herziening gevraagd of hoger beroep ingesteld binnen de gestelde termijn. In de aanvullende informatie van de uitvaardigende justitiële autoriteit van 28 januari 2025 staat dat een kopie van dit vonnis in persoon aan hem is betekend op 15 februari 2025. De weigeringsgrond van artikel 12 OLW is daarom niet van toepassing.

4 Strafbaarheid; feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist

De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het feit niet aangeduid als een feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW zijn neergelegd.

De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.

Het feit levert naar Nederlands recht op:

mishandeling, terwijl de schuldige het misdrijf begaat tegen zijn moeder, meermalen gepleegd;

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd;

een ander door geweld/een feitelijkheid/bedreiging met geweld/bedreiging met een feitelijkheid, gericht tegen die ander, wederrechtelijk dwingen iets te doen, meermalen gepleegd.

5 Artikel 11 OLW; detentieomstandigheden

De raadsman heeft aangevoerd dat nu de rechtbank een algemeen gevaar voor het remand regime in Polen heeft aangenomen, het te algemeen gesteld is dat de opgeëiste persoon geen gevaar loopt in de gevangenis Warsaw-Bialoleka. Als de omstandigheden in het remand regime al slecht zijn dat is het te algemeen gesteld dat hij in een gewone gevangenis, in zijn geval de gevangenis Warsaw-Bialoleka, geen risico loopt op een onmenselijke of vernederende behandeling.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat met de aanvullende informatie van de uitvaardigende justitiële autoriteit van 28 januari 2025 voldoende is komen vast te staan dat de opgeëiste persoon niet terechtkomt in de gevangenis in Barczewo, waar de rechtbank onderzoek naar de detentieomstandigheden heeft laten doen. De opgeëiste persoon komt zeer waarschijnlijk in de gevangenis Warsaw-Bialoleka en zal daarom niet worden blootgesteld aan een onmenselijke of vernederende behandeling.

De rechtbank overweegt dat de raadsman geen objectieve, betrouwbare, nauwkeurige en naar behoren bijgewerkte gegevens heeft overgelegd waaruit een algemeen gevaar voor personen die een gevangenisstraf uitzitten in de gevangenis Warsaw-Bialoleka moet worden vastgesteld, noch beschikt de rechtbank ambtshalve over dergelijke gegevens. De detentieomstandigheden in de gevangenis Warsaw-Bialoleka vormen daarom geen beletsel voor de overlevering. Het verweer wordt verworpen.

6 Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

7 Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 284, 285 en 300 Wetboek van Strafrecht en 2, 5 en 7 OLW.

8 Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan de Sad Okregowy w Ostrolece II Wydzial Karny [Regional Court in Ostroleka, Second Criminal Division], Polen, voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.

Deze uitspraak is gedaan door

mr. A.K. Glerum, voorzitter,

mrs. R.A. Sipkens en A. Pahladsingh, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. C.W. van der Hoek, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 27 februari 2025.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Zie artikel 23 Overleveringswet. Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. Zie onderdeel e) van het EAB.