Internationaal strafrecht

Executie-EAB uit Italië. De opgeëiste persoon was in persoon aanwezig bij de zitting die tot de veroordeling…

Rechtbank Amsterdam, 2 april 2026

Zaakgegevens

Op 2 april 2026 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over internationaal strafrecht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
2 april 2026
Datum publicatie
2 april 2026
Zaaknummer
13-064352-26
Procedure
Eerste en enige aanleg
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2026:3307
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Executie-EAB uit Italië. De opgeëiste persoon was in persoon aanwezig bij de zitting die tot de veroordeling heeft geleid. Het samenvoegingsbesluit hoeft niet aan artikel 12 OLW getoetst te worden omdat hierin sprake is van een optelling van de opgelegde straffen zonder dat sprake was van een beoordelingsmarge. Dit besluit valt hierom niet onder de reikwijdte van artikel 12 OLW. Overlevering toestaan

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-064352-26 (EAB VI)

Datum uitspraak: 2 april 2026

UITSPRAAK


op de vordering van 17 maart 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 20 februari 2026 door the Attorney General’s Office at the Court of Appeal of Turin, Italië,(hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[de opgeëiste persoon] ,

geboren op [geboortedag] 1986 in Roemenië (geboorteplaats onbekend ),

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

nu (uit anderen hoofde) gedetineerd in de [detentieplaats] ,

hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1 Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 19 maart 2026, in aanwezigheid van mr. E.M. Meppelink, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. M.A.C. de Bruijn, advocaat in Amsterdam en door een tolk in de Roemeense taal. De opgeëiste persoon heeft kort na de aanvang van de zitting aangegeven niet langer aanwezig te willen zijn en terug te willen naar de gevangenis. Hij heeft hierop de zittingszaal verlaten. Zijn gemachtigde raadsman, mr. M.A.C. de Bruijn, heeft hem de rest van de zitting vertegenwoordigd.

De rechtbank heeft voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenneming bevolen.

2 Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Roemeense nationaliteit heeft.

3 Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een judgment no. 1094/2013, no. 2147/2013 RG Court issued on 25.9.2013 by the Court of Novara, irrevocable on 04.12.2013.

De overlevering wordt verzocht voor van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van zes maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat en een geldboete van € 100,-. Daarvan resteren volgens het EAB nog de gehele vrijheidsstraf en de geldboete van € 100,-. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.

Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB.

The Attorney General's Office at the Court of Appeal of Turin heeft op 18 februari 2026 een zogenaamde cumulatiebeslissing genomen (referentienummer: 478/2020 SIEP). De hiervoor vermelde vrijheidsstraf van zes maanden en de geldboete van € 100,- maken deel uit van die cumulatiebeslissing. De rechtbank overweegt dat naar Italiaans recht ter nakoming van het beginsel van samenvallende straffen één straf moet worden vastgesteld die daadwerkelijk door de veroordeelde moet worden uitgezeten. De cumulatiebeslissing bepaalt dat de totale resterende vrijheidsstraf vijf jaar, drie maanden en negentien dagen bedraagt en ten uitvoer moet worden gelegd. Daarnaast resteert een totale geldboete van € 2.480,-.

4 Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW

Standpunt van de raadsman en de officier van justitie

De raadsman en de officier van justitie hebben zich op het standpunt gesteld dat artikel 12 OLW niet van toepassing is, omdat de opgeëiste persoon in persoon aanwezig is geweest bij de zitting die tot de veroordeling heeft geleid.

Oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van the judgment no. 1094/2013, no. 2147/2013 RG Court issued on 25.9.2013 by the Court of Novara, irrevocable on 04.12.2013

Uit het EAB volgt dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen op de zitting die tot de beslissing heeft geleid. Dat betekent dat artikel 12 OLW niet van toepassing is op dit vonnis.

Ten aanzien van het samenvoegingsbesluit no. 478/2020 SIEP issued by the Attorney General's Office at the Court of Appeal of Turin on February 18, 2026.

De rechtbank is van oordeel dat het samenvoegingsbesluit niet aan artikel 12 OLW getoetst dient te worden omdat hierin sprake is van een optelling van de opgelegde straffen zonder dat sprake was van een beoordelingsmarge. Dit besluit valt hierom niet onder de reikwijdte van artikel 12 OLW.

5 Strafbaarheid

De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW zijn neergelegd.

De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.

De feiten leveren naar Nederlands recht op:

poging tot diefstal gevolgd van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren;


opzettelijk gebruik maken van het valse of vervalste geschrift, zoals bedoeld in artikel 225 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst.

6 Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

7 Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 45, 225 en 312 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 5 en 7 OLW.

8 Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [de opgeëiste persoon] aan the Attorney General’s Office at the Court of Appeal of Turin, Italië voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.

Deze uitspraak is gedaan door

mr. A.R.P.J. Davids, voorzitter,

mrs. D.L.S. Ceulen en L. Sanders, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. D. Kloos, griffier.

en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 2 april 2026.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Zie artikel 23 OLW. ÁG113125426568DÈ G113125426568 Zie onderdeel e) van het EAB. Zie ook rechtbank Amsterdam, 29 januari 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:1328.