Materieel strafrecht

Vrijspraak. Beschieting van een coffeeshop in Amsterdam en bezit van een vuurwapen.

Rechtbank Amsterdam, 24 oktober 2023

Zaakgegevens

Op 24 oktober 2023 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over materieel strafrecht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
24 oktober 2023
Datum publicatie
23 oktober 2023
Zaaknummer
13/091045-23
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2023:6600
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Vrijspraak. Beschieting van een coffeeshop in Amsterdam en bezit van een vuurwapen.

Uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar]vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht

Teams Strafrecht

Parketnummer: 13/091045-23

Datum uitspraak: 24 oktober 2023

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2002,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:

[adres 1] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 10 oktober 2023.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. M.A. van der Vlugt, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. J.T.H.M. Mühren, naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat hij:

Feit 1:

op of omstreeks 14 maart 2023 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [aangever] en/of de bewoners/huurders/gebruikers van een (bedrijfs)pand/woning, gelegen aan de [adres 2] en/of de bewoners van omliggende woningen en/of een of meer (onbekend gebleven) andere personen heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door meermalen, althans eenmaal, met een vuurwapen op voornoemd(e) (bedrijfs)pand/woning te schieten;

Feit 2:

op of omstreeks 14 maart 2023 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk een gebouw aan/nabij de [adres 2] , geheel of ten dele toebehorende aan [aangever] , althans aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt door met een vuurwapen projectielen af te vuren op dat gebouw;

Feit 3:

op of omstreeks 14 maart 2023 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een geladen pistool, van het merk Zoraki, model M906, kaliber 7.65mm Browning, zijnde een (vuur)wapen in de vorm van een pistool voorhanden heeft gehad en/of munitie van categorie III van de Wet Wapens en munitie, te weten 1 patroon van het merk Sellier & Bellot en/of 3 patronen van het merk Geco voorhanden heeft gehad.

3 Inleiding

Op 14 maart 2023 om 03:38 uur is coffeeshop [coffeeshop] aan de [adres 2] in Amsterdam beschoten. De vermoedelijke schutter zou volgens een melder in donkere kleding en met een capuchon op zijn weggefietst. Bij de coffeeshop zijn meerdere kogelhulzen gevonden. Daarop is DNA-materiaal van verdachte aangetroffen. Later is gebleken dat deze hulzen kunnen worden gelinkt aan een vuurwapen dat op 16 april 2023 in het bezit was van verdachte. De vraag die nu voorligt is of bewezen kan worden dat het verdachte is geweest die met dit vuurwapen op 14 maart 2023 de coffeeshop heeft beschoten.

4 Vrijspraak

4.1

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie vindt dat bewezen kan worden dat verdachte de schutter was. Met het vuurwapen dat op 16 april 2023 bij verdachte is aangetroffen, is op 14 maart 2023 geschoten op de coffeeshop. Ook is DNA van verdachte aangetroffen op één van de in de coffeeshop aangetroffen kogelhulzen. Daarnaast blijkt zijn betrokkenheid uit het onderzoek dat is verricht aan de telefoon van verdachte. Daaruit is gebleken dat verdachte kort na de beschieting, om 04:10 uur, het bericht ‘Ee ben je nog wakker’ heeft gestuurd. Ook heeft hij die nacht meerdere malen op internet gezocht naar nieuwsberichten over de schietpartij bij de coffeeshop. De avond voor de schietpartij heeft hij gezocht op ‘Amsterdam Oost Streetview’, wat goed past bij een plan om de coffeeshop te beschieten. Verder is gebleken dat de telefoon op 14 maart 2023 tussen 00:08 uur en 03:24 uur een zendmast aan de [adres 3] in Amsterdam heeft aangestraald. Deze zendmast bevindt zich op 750 meter afstand van de coffeeshop. Verdachte woont niet in Amsterdam, maar in [woonplaats verdachte] . Al deze omstandigheden wijzen erop dat verdachte de schutter is geweest. Onder deze omstandigheden mag van verdachte een (verifieerbare) verklaring worden verwacht, maar die heeft hij niet gegeven. Zijn verklaring dat hij het vuurwapen en de kogelhulzen voorafgaand aan de schietpartij één keer in handen heeft gehad en dat zijn DNA daardoor daarop terecht is gekomen, is onvoldoende concreet, niet verifieerbaar, en niet aannemelijk.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft de rechtbank verzocht verdachte integraal vrij te spreken en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Niet kan worden vastgesteld dat verdachte degene is geweest die op 14 maart 2023 de coffeeshop heeft beschoten. Om te beginnen zijn de camerabeelden van onvoldoende kwaliteit om op basis daarvan tot een betrouwbare herkenning te komen. Verdachte is in de buurt van de plaats delict ook niet gesignaleerd of herkend. Verder heeft verdachte van meet af aan ontkend dat hij de schutter is geweest. Hij heeft verklaard dat het wapen dat hij in april 2023 bij zich had, een wapen is dat hij had geleend en dat door meerdere personen werd gebruikt. Dat zijn DNA ook op één van de kogelhulzen is aangetroffen, komt omdat hij voorafgaand aan het incident zowel het wapen als de huls heeft aangeraakt. Dit wordt ondersteund door het feit dat niet alleen het DNA van verdachte, maar ook dat van andere personen (waaronder een vrouw) is aangetroffen. Omdat niet kan worden bepaald hoe oud het aangetroffen DNA is, kan de lezing van verdachte niet worden uitgesloten. Verder wordt de verklaring van verdachte ondersteund door het feit dat op zijn telefoon een WhatsApp-gesprek is gevonden van 9 maart 2023, waarin een ander hem het bericht ‘Ik heb die P nodig’ heeft gestuurd. Ervan uitgaande dat dit om een pistool gaat, duidt dit bericht erop dat het vuurwapen inderdaad door verschillende personen werd gebruikt. Ook blijkt uit de WhatsApp-gesprekken dat verdachte vaker rond dat tijdstip wakker is. Uit de historische verkeersgegevens van de telefoon blijkt slechts dat de telefoon aan het begin van de nacht van 14 maart 2023 een zendmast aan de [adres 3] in Amsterdam heeft aangestraald. Een zendmast bepaalt niet de exacte locatie van de gebruiker. Bovendien kan niet het exacte tijdstip worden bepaald waarop de telefoon deze zendmast heeft aangestraald. Op basis daarvan kan dus niet worden vastgesteld dat verdachte bij de coffeeshop is geweest ten tijde van de beschieting. Met betrekking tot de zoekopdrachten op de telefoon van verdachte, heeft verdachte verklaard dat hij van een ander had gehoord dat een bekende van hem de coffeeshop zou beschieten. Uit nieuwsgierigheid heeft hij naar nieuwsberichten daarover gezocht. Gelet op het voorgaande is er onvoldoende bewijs dat verdachte de schutter was.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank vindt de ten laste gelegde feiten niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. Hiertoe wordt het volgende overwogen.

Op basis van het dossier kan niet worden vastgesteld dat verdachte de schutter was, omdat er onvoldoende bewijs is waaruit blijkt dat hij op 14 maart 2023 rond 03:38 uur bij de coffeeshop is geweest. Op de camerabeelden zijn – behalve een witte of licht getinte hand – geen persoonskenmerken te zien waaraan de daarop afgebeelde persoon herkend kan worden. Dat de telefoon van verdachte die nacht een zendmast in de buurt van de coffeeshop heeft aangestraald, roept weliswaar vragen op, maar is op zichzelf en in onderlinge samenhang met de overige onderzoeksbevindingen, niet voldoende om te concluderen dat verdachte ook daadwerkelijk ten tijde van het schietincident bij de coffeeshop was. Uit het dossier blijkt namelijk alleen dat de telefoon ergens tussen 00:08 en 03:24 uur die zendmast heeft aangestraald, maar niet exact wanneer. Dat de bij de coffeeshop aangetroffen kogelhulzen zijn afgeschoten met het vuurwapen dat verdachte op 16 april 2023 in bezit had, vindt de rechtbank – gelet op de hierna te noemen omstandigheden – onvoldoende om tot een andere conclusie te komen. De periode tussen de schietpartij en de aanhouding van verdachte met het wapen op Schiphol is namelijk dusdanig lang dat het wapen tussen verschillende personen uitgewisseld kan zijn, zoals verdachte heeft verklaard. De verklaring van verdachte, dat het een geleend wapen betrof dat hij voor de schietpartij heeft aangeraakt, wordt ook ondersteund door het feit dat er DNA-materiaal van minimaal drie tot vier andere personen is aangetroffen op het wapen. Ook het op de telefoon aangetroffen bericht ‘Ik heb die P nodig’ dat verdachte op 9 maart 2023 heeft ontvangen, laat ruimte voor de mogelijkheid dat het wapen op een andere persoon is overgegaan. Kortom, op basis van de onderzoeksbevindingen kan niet buiten redelijke twijfel worden geconcludeerd dat verdachte op 14 maart 2023 omstreeks 03:38 uur de schutter is geweest. Nu niet is komen vast te staan dat verdachte de schutter is geweest (feit 1), zal hij ook worden vrijgesproken van de ten laste gelegde vernieling (feit 2) en het wapenbezit (feit 3).

5 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart het ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door

mr. M. Smit, voorzitter,

mr. E.G.M.M. van Gessel en mr. N.G.H. Verschaeren, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. Ç.H. Dede, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 24 oktober 2023.