Materieel strafrecht

Dagvaarding nietig en door openbaar ministerie medegedeeld dat verdachte niet meer vervolgd zal worden voor…

Rechtbank Amsterdam, 13 mei 2026

Zaakgegevens

Op 13 mei 2026 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over materieel strafrecht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
13 mei 2026
Datum publicatie
19 mei 2026
Zaaknummer
13.112604.26
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2026:4814
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Dagvaarding nietig en door openbaar ministerie medegedeeld dat verdachte niet meer vervolgd zal worden voor dit feit.

Uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar]vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht

Teams Strafrecht

Parketnummer: 13.112604.26

Datum uitspraak: 30 april 2026

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1966,

wonende op het adres:

[adres],

hierna: verdachte.

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 30 april 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. M.T.A. de Ridder, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. H.G. Kersting, naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat

hij, op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 30 december 2025 tot en met 21 januari 2026, te Amsterdam, althans in Nederland,

meermalen, althans eenmaal

(telkens) zonder erkenning, een aantal, althans meerdere, in elk geval één, wapen(s), althans (gas en/of alarm) pistolen, revolvers, munitie, onderdelen en/of hulpstukken, in de zin van artikel 1 lid 1 categorie III, onder I van de Wet wapens en munitie heeft overgedragen, vervaardigd, getransformeerd, beproefd, verhandeld en/of (anderszins) ter beschikking heeft gesteld, althans heeft onderhandeld over de aankoop, verkoop en/of levering van één of meer vuurwapen(s) en daar een gewoonte en/of een beroep van heeft gemaakt, door onder meer:

- Via what’s app berichten te sturen in een what’s app groep genaamd “[groepsnaam]

en/of

- En daar in die what’s app groep onder meer berichten en foto’s te sturen over/van

verschillende wapens en/of

- ( een) bericht(en) te sturen naar “[naam]”, althans naar een persoon, over het

ombouwen van wapens.

3 Geldigheid van de dagvaarding

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de dagvaarding nietig dient te worden verklaard. Uit het dossier blijkt namelijk dat de dagvaarding niet aan de raadsman van verdachte is verstuurd. Ter terechtzitting is dan ook gebleken dat hij geen kennis heeft van de inhoud van de zaak. Daarnaast is de dagvaarding pas op 23 april 2026 aan verdachte uitgereikt, waarmee niet is voldaan aan de wettelijke betekeningstermijn van tien dagen voor de zitting.

Aangezien er nog een andere strafzaak (met parketnummer 13-022399-26) aanhangig is op dezelfde zittingsdag – en het in het belang van verdachte is deze zo snel mogelijk af te doen – heeft de officier van justitie aangegeven dat het openbaar ministerie verdachte niet meer zal vervolgen voor hetgeen in onderhavige zaak ten laste is gelegd (alsook in rubriek 2. weergegeven).

Nu de dagvaarding niet aan de raadsman is verzonden en niet juist aan de verdachte is betekend is de rechtbank van oordeel dat de dagvaarding nietig moet worden verklaard.

4 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart de dagvaarding nietig.

Dit vonnis is gewezen door

mr. R.A. Sipkens, voorzitter,

mrs. P. Sloot en J.V.L. van Well, rechters,

in tegenwoordigheid van L.E. Poel, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 30 april 2026.