Strafprocesrecht

klaagschrift 552a Wetboek van Strafvordering tegen inbeslagname personenauto niet-ontvankelijk, wegens…

Zaakgegevens

Op 23 juli 2021 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over strafprocesrecht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
23 juli 2021
Datum publicatie
28 juli 2021
Zaaknummer
21-007533
Procedure
Beschikking
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2021:3923
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

klaagschrift 552a Wetboek van Strafvordering tegen inbeslagname personenauto niet-ontvankelijk, wegens onttrekking in het verkeer in de strafzaak.

Uitspraak

Inhoudsopgave

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht

Teams Strafrecht

Parketnummer: 13-096434-21

raadkamernummer: 21-007533

Uitspraakdatum: 23 juli 2021

Beschikking op het klaagschrift ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[klager] ,

[geboortedag 1] 1990,

woonplaats kiezende aan de [adres]

klager, vertegenwoordigd door mr. R.A. van der Horst, advocaat te Amsterdam.

1 De procesgang

Het klaagschrift is op 21 mei 2021 ter griffie van deze rechtbank ontvangen.

Het Openbaar Ministerie heeft op 28 mei 2021 schriftelijk zijn standpunt kenbaar gemaakt.

De rechtbank heeft op 9 juli 2021 mr. R.A. van der Horst en de officier van justitie in openbare raadkamer gehoord.

2 De inhoud van het klaagschrift

Het klaagschrift strekt tot teruggave van de in de strafzaak tegen de heer [persoon] ( [geboortedag 2]1986) met parketnummer 13-096434-21 inbeslaggenomen personenauto merk Opel Insignia met (Belgisch) kenteken [kenteken] (goednummer 6044947).

Deze auto staat op naam van en is eigendom van klager. Klager had de auto aan zijn (stief)vader [persoon] geleend en was op geen enkele manier op de hoogte van of betrokken bij daarmee te plegen strafbare feiten.

3 Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De reden voor inbeslagname van het voertuig is gelegen in de omstandigheid dat in het voertuig een verborgen ruimte is aangetroffen. Deze verborgen ruimte werd afgeschermd door afdichting van de middenconsole. Het een en ander werd op zijn plaats gehouden door een aangebrachte sluiting. Deze afgeschermde ruimte is geen voorziening die standaard in deze voertuigen aanwezig is of door de betreffende fabrieken wordt geleverd. Deze ruimte is dus achteraf aangepast. De wijze van aanpassing doet daarom vermoeden dat deze ruimte geen ander doel dient dan het onttrekken aan het ambtelijk toezicht van voorwerpen die zich in de afgeschermde ruimte bevinden. Immers, de afwerking is van dusdanige kwaliteit dat deze ruimte niet te ontdekken is zonder onderzoek. Het is een feit van algemene bekendheid dat voertuigen voorzien van dergelijke verborgen ruimtes doorgaans voor criminele doeleinden worden gebruikt. Het ongecontroleerde bezit van auto’s met verborgen ruimtes doet afbreuk aan een effectieve bestrijding van die criminele doeleinden. Dit is ook in strijd met zowel de wet als het algemeen belang. Het gaat om een voorwerp dat is vervaardigd of bestemd tot het begaan van een strafbaar feit.

4 De beoordeling

De rechtbank komt niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van het klaagschrift, nu reeds in de zaak van de heer [persoon] ( [geboortedag 2]1986) met parketnummer 13-096434-21 is beslist over dit inbeslaggenomen voertuig. In die zaak heeft de rechtbank de onttrekking aan het verkeer van het voertuig bevolen. Daarom heeft klager geen belang meer bij het klaagschrift en zal het klaagschrift niet-ontvankelijk worden verklaard.

5 De beslissing

De rechtbank komt tot de volgende beslissing.

De rechtbank verklaart het beklag niet-ontvankelijk.

Deze beslissing is gegeven door:

mr. G.H. Marcus, voorzitter,

mrs. B. Vogel en M. Vaandrager, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. J.G.R. Becker, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 23 juli 2021.