Strafprocesrecht

Verschoningsverzoek toegewezen.

Rechtbank Amsterdam, 30 april 2026

Zaakgegevens

Op 30 april 2026 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over strafprocesrecht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
30 april 2026
Datum publicatie
1 mei 2026
Zaaknummer
C/13/787094 / HA RK 26-153
Procedure
Eerste en enige aanleg
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2026:4305
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verschoningsverzoek toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Wrakingskamer

Beslissing op het onder rekestnummer C/13/787094 HA RK 26-153 ingeschreven verzoek van:

mr. M. Vaandrager, strafrechter bij de rechtbank Amsterdam, hierna: de rechter.

1 Verloop van de procedure

1.1.

Bij de afdeling Publiekrecht, team strafrecht van de rechtbank te Amsterdam is onder parketnummer 81-299988-22 een zaak aanhangig tegen verdachte [verdachte] .

2 Het verzoek

2.1.

Aan het verzoek is ten grondslag gelegd dat de rechter eerder als politierechter (mondeling) uitspraak heeft gedaan in - met de onderhavige zaak samenhangende - zaken van medeverdachten. Volgens de rechter heeft zij daarmee reeds een oordeel gegeven over de vermeende betrokkenheid van verdachte bij precies hetzelfde feitencomplex dat thans voorligt, omdat zij zich reeds heeft uitgelaten over de betrokkenheid van de verdachte bij de bewezen strafbare feiten.

3 De beoordeling

3.1.

Op grond van het bepaalde in artikel in artikel 518 van het Wetboek van Strafvordering (hierna Sv) dient in een verschoningsprocedure te worden beslist of er sprake is van de in artikel 512 Sv genoemde feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Uit voormelde bepaling valt af te leiden dat de behandeling van een verschoningsverzoek, anders dan de behandeling van een wrakingsverzoek, niet ter terechtzitting behoeft plaats te vinden. De rechtbank zal daarom zonder mondelinge behandeling een beslissing nemen op het verzoek.

3.2.

Verschoning is een middel ter verzekering van (het vertrouwen in) de rechterlijke onpartijdigheid.

3.3.

Gelet op hetgeen de rechter heeft aangevoerd is de Wrakingskamer van oordeel dat sprake is van zodanige omstandigheden dat de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Het verzoek zal daarom worden toegewezen.

4. Op grond van het vorenstaande wordt beslist als volgt.

De rechtbank:

- wijst het verzoek tot verschoning toe;

- beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 518, tweede lid Sv wordt toegezonden aan:

de raadslieden van verdachte, mrs. L. Klaver en J. Dekkers;

de rechter;

de officier van justitie, mr. M. Paardekoper.

Aldus gegeven door mrs. P.B. Martens, voorzitter, N.C.H. Blankevoort en K.A. Brunner, leden, op 30 april 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.