Strafprocesrecht
Verschoningsverzoek toegewezen.
Rechtbank Amsterdam, 30 april 2026
ECLI:NL:RBAMS:2026:4307 · Rechtbank Amsterdam · 30 april 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/strafrecht/strafprocesrecht/eerste-en-enige-aanleg/ecli-nl-rbams-2026-4307
Zaakgegevens
Op 30 april 2026 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over strafprocesrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 30 april 2026
- Datum publicatie
- 1 mei 2026
- Zaaknummer
- C/13/787133 / HA RK 26-159
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafprocesrecht
- Procedure
- Eerste en enige aanlegEerste en enige aanlegEr is maar één rechter die over de zaak beslist; hoger beroep is niet mogelijk.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2026:4307
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verschoningsverzoek toegewezen.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Wrakingskamer
Beslissing op het onder rekestnummer C/13/787133 HA RK 26-159 ingeschreven verzoek van:
mr. B. van Galen, strafrechter bij de rechtbank Amsterdam, hierna: de rechter.
1 Verloop van de procedure
Bij de afdeling Publiekrecht, team strafrecht van de rechtbank te Amsterdam is onder parketnummer 96-285468-24 een zaak aanhangig tegen [verdachte] als verdachte, bijgestaan door mr. D. Duijvelshoff als raadsman.
2 Het verzoek
Aan het verzoek is ten grondslag gelegd dat een procesdeelnemer onderdeel uitmaakt van de persoonlijke kenniskring van de rechter, nu de raadsman van de verdachte een kantoorgenoot is van de partner van de rechter.
3 De beoordeling
Op grond van het bepaalde in artikel in artikel 518 van het Wetboek van Strafvordering (hierna Sv) dient in een verschoningsprocedure te worden beslist of er sprake is van de in artikel 512 Sv genoemde feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Uit voormelde bepaling valt af te leiden dat de behandeling van een verschoningsverzoek, anders dan de behandeling van een wrakingsverzoek, niet ter terechtzitting behoeft plaats te vinden. De rechtbank zal daarom zonder mondelinge behandeling een beslissing nemen op het verzoek.
Verschoning is een middel ter verzekering van (het vertrouwen in) de rechterlijke onpartijdigheid.
Gelet op hetgeen de rechter heeft aangevoerd, te weten dat de raadsman van verdachte een kantoorgenoot is van de partner van de rechter, is de Wrakingskamer van oordeel dat sprake is van zodanige omstandigheden dat de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Het verzoek zal daarom worden toegewezen.
4. Op grond van het vorenstaande wordt beslist als volgt.
De rechtbank:
- wijst het verzoek tot verschoning toe;
- beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 518, tweede lid Sv wordt toegezonden aan:
de raadsman van verdachte, mr. D. Duijvelshoff;
de rechter;
de officier van justitie, mr. S.H. van Zuuk.
Aldus gegeven door mrs. P.B. Martens, voorzitter, N.C.H. Blankevoort en K.A. Brunner, leden, op 30 april 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.