Strafrecht overig
klaagschrift ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, gegrondverklaring
Rechtbank Amsterdam, 12 februari 2020
ECLI:NL:RBAMS:2020:1504 · Rechtbank Amsterdam · 12 februari 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/beschikking/ecli-nl-rbams-2020-1504
Zaakgegevens
Op 12 februari 2020 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 12 februari 2020
- Datum publicatie
- 5 maart 2020
- Zaaknummer
- RK 19/5494
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- BeschikkingBeschikkingEen beslissing van de rechter in een zaak die met een verzoekschrift is begonnen, zoals een echtscheiding of faillissement.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2020:1504
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
klaagschrift ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, gegrondverklaring
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar]beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
RK: 19/5494
Beschikking op het klaagschrift ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering van:
[klaagster],
geboren op [geboortedag] 1993 te [geboorteplaats],
wonende op het adres [adres],
woonplaats kiezend op het kantooradres van haar raadsvrouw,
mr. C.W. Dirkzwager,
[adres advocaat],
klaagster, niet zijnde de beslagene.
1 Procesgang
Het klaagschrift is op 27 september 2019 ter griffie van deze rechtbank ontvangen.
De rechtbank heeft op 12 februari 2020 de officier van justitie, mr. P. van Laere, in openbare raadkamer gehoord.
Klaagster en beslagene [persoon] zijn, hoewel daartoe geldig opgeroepen, niet in raadkamer verschenen.
De raadsvrouw van klaagster heeft bij e-mail van 5 februari 2020 aangegeven dat klaagster en zij niet in openbare raadkamer zullen verschijnen, omdat, gelet op de eerdere beslissing van de officier van justitie tot teruggave van de auto, het klaagschrift zijn belang heeft verloren.
2 Inhoud klaagschrift
Het klaagschrift strekt tot teruggave aan klaagster van de bij [persoon] in beslag genomen auto, Volkswagen, type Polo, met het kenteken [kenteken] (goednummer: 5801827).
Klaagster is eigenaresse van de auto. Klaagster heeft haar auto nodig voor haar werk in [plaats]. Ook verhuurt klaagster haar auto via [verhuurbedrijf] en loopt ze door de inbeslagname inkomsten mis. Er is geen strafvorderlijk belang meer dat voortduring van het beslag rechtvaardigt.
3 Beoordeling
Uit de stukken en het verhandelde in raadkamer is het volgende gebleken.
Op 24 september 2019 is op de voet van artikel 94 Sv voornoemde auto bij [persoon] in beslag genomen.
De officier van justitie heeft verklaard zich niet te verzetten tegen teruggave van de in beslag genomen auto. In september 2019 is besloten dat de auto teruggeven wordt aan klaagster.
De rechtbank overweegt dat het onduidelijk is of de auto daadwerkelijk geretourneerd is aan klaagster. Het beklag dient dan ook gegrond te worden verklaard.
4 Beslissing
De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
De rechtbank verklaart het beklag gegrond en gelast de teruggave van de auto Volkswagen, type Polo, met het kenteken [kenteken] (goednummer: 5801827), aan klaagster [klaagster].
Deze beslissing is gegeven door
mr. M.E. Leijten, rechter,
in tegenwoordigheid van mr. C.T. St Rose griffier
en in het openbaar uitgesproken op 12 februari 2020.