Strafrecht overig

klaagschrift ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, snorfiets, N-O nu snorfiets al is geretourneerd

Rechtbank Amsterdam, 7 juli 2020

Zaakgegevens

Op 7 juli 2020 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
7 juli 2020
Datum publicatie
23 juli 2020
Zaaknummer
RK 20/409
Procedure
Beschikking
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2020:3646
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

klaagschrift ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, snorfiets, N-O nu snorfiets al is geretourneerd

Uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar]beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht

Teams Strafrecht

RK: 20/409

Beschikking op het klaagschrift ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering van:

[naam klager] ,

geboren op [geboortedatum] 1998 te [geboorteplaats] ,

woonplaats kiezend op het adres van zijn raadsvrouw, mr. W.P.A. Vos,

[kantooradres] ,

klager, tevens beslagene.

1 Procesgang

Het klaagschrift is op 24 januari 2020 ter griffie van deze rechtbank ontvangen.

In verband met de coronacrisis heeft de geplande zitting op 4 juni 2020 niet plaatsgevonden. Met instemming van de officier van justitie en de verdediging is op 7 juli 2020 –buiten raadkamer– op het verzoekschrift besloten. Dit na een (korte) extra schriftelijke ronde, waarbij de officier van justitie in de gelegenheid is gesteld om te reageren op de aanvulling van de raadsvrouw, maar van die mogelijkheid geen gebruik heeft gemaakt.

2 Inhoud klaagschrift

Het klaagschrift strekt tot teruggave aan klager van de bij hem in beslag genomen snorfiets Piaggio Vespa Sprint, met kenteken [kentekennummer] (goednummer: 5571602).

In het klaagschrift heeft de raadsvrouw naar voren gebracht dat klager eigenaar is van de snorfiets. De snorfiets was eerder in beslag genomen en klager had net zijn snorfiets teruggekregen en opgehaald van het politiebureau. Omdat de snorfiets schade beek te hebben had hij hem naar een vriend gebracht om hem samen op te knappen en net toen klager even weg was om een contactslot te halen werd die vriend aangehouden door de politie. De politie heeft de snorfiets van klager vervolgens in beslag genomen. Klager heeft zijn snorfiets nodig voor zijn werkzaamheden en wordt door de voortduring van het beslag onredelijk in zijn belangen geschaad. Klager meent verder dat er geen strafvorderlijk belang bestaat welke de voortzetting van de inbeslagneming rechtvaardigt.

De raadsvrouw heeft per e-mail van 18 juni 2020 laten weten dat zij geen contact meer met klager heeft gehad om te kunnen verifiëren of hij de snorfiets heeft teruggekregen. De verdediging refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.

3 Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft per e-mail van 28 mei 2020 laten weten dat zij vanuit de mailwisseling met de politie opmaakt dat in januari het rekest naar genoegen van partijen werd afgedaan. De snorfiets is destijds geretourneerd aan klager. Dat er in maart een WOK (wachten op keuring) is geweest doet aan onderhavig rekest niet af.

Volgens de beslagadministratie is er ook geen snorfiets met het kenteken [kentekennummer] onder beslag op dit moment.

4 Beoordeling

Uit de stukken en uitgewisselde standpunten via de mail is het volgende gebleken.

Op 13 januari 2020 is voornoemde snorfiets van klager, een Piaggio Vespa Sprint met kenteken [kentekennummer] , in beslag genomen. Het klaagschrift ziet op deze inbeslagname.

Uit de stukken blijkt dat na bedoelde inbeslagname de snorfiets geretourneerd is aan klager. Daarmee was er geen sprake meer van beslag.

Op 11 maart 2020 is de snorfiets buiten gebruik gesteld, nadat klager hier rijdend op werd aangetroffen terwijl hij openstaande boetes/buitengebruikstelling had. Dit staat volledig los van de eerdere inbeslagname.

Nu klager na de inbeslagname van 13 januari 2020 de snorfiets al geretourneerd heeft gekregen, dient hij niet-ontvankelijk in zijn beklag te worden verklaard.

5 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

De rechtbank verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn beklag.

Deze beslissing is gegeven op 7 juli 2020 door

mr. M.A.E. Somsen, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. C.T. St Rose, griffier.