Strafrecht overig
Afwijzing verzoek tot verlenen zorgmachtiging, in strafzaak TBS met dwangverpleging opgelegd
Rechtbank Amsterdam, 11 november 2021
ECLI:NL:RBAMS:2021:6607 · Rechtbank Amsterdam · 11 november 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/beschikking/ecli-nl-rbams-2021-6607
Zaakgegevens
Op 11 november 2021 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 11 november 2021
- Datum publicatie
- 18 november 2021
- Zaaknummer
- 703770 / 21/3984
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- BeschikkingBeschikkingEen beslissing van de rechter in een zaak die met een verzoekschrift is begonnen, zoals een echtscheiding of faillissement.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2021:6607
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Afwijzing verzoek tot verlenen zorgmachtiging, in strafzaak TBS met dwangverpleging opgelegd
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar]beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling Strafrecht
Locatie: Amsterdam
Verzoekschrift tot zorgmachtiging (artikel 2.3, eerste lid, Wet forensische zorg (Wfz) jo. art. 6:5, aanhef en onderdeel a, Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz))
Zaaknummer/rekestnummer: 703770 / 21/3984
Beschikking van de rechtbank op het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 Wvggz, ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1970,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [adres] , gedetineerd in het [detentieadres] ,
bijgestaan door zijn raadsman mr. P.H.L.M. Souren, advocaat te Amsterdam,
hierna te noemen: betrokkene.
1 Procesverloop
De officier van justitie heeft verzocht een zorgmachtiging ten behoeve van betrokkene te verlenen. Dit verzoekschrift is op 22 juni 2021 bij de rechtbank binnengekomen. Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
-
de medische verklaring van 31 mei 2021;
-
het zorgplan inclusief de bijlagen van 21 mei 2021;
-
de bevindingen van de geneesheer-directeur van 8 juni 2021;
-
de zelfbindingsverklaring van 12 augustus 2020;
-
de politiegegevens en de strafvorderlijke en justitiële gegevens van betrokkene die relevant kunnen zijn voor de beoordeling van het ernstig nadeel;
-
een consult rechtspleging van psycholoog M. Breij van 29 maart 2021;
-
het reclasseringsadvies van 29 maart 2021;
-
de Pro Justitia rapportage van psycholoog R.S. Turk van 13 juli 2021;
-
de Pro Justitia rapportage van psychiater T. Jambroes van 31 mei 2021.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 28 oktober 2021 in het gebouw van de rechtbank Amsterdam.
Ter zitting zijn aanwezig en worden gehoord:
-
betrokkene;
-
de raadsman van betrokkene;
-
de officier van justitie;
-
de deskundige [persoon] , geneesheer-directeur GGZ-inGeest (telefonisch).
2 Standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie heeft de rechtbank ter terechtzitting op 28 oktober 2021 verzocht om het verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging af te wijzen. Bij betrokkene is sprake van een dusdanige ernstige stoornis die bovendien lastig te behandelen is dat de gevaarzetting die daaruit voortvloeit niet doelmatig afgewend kan worden door een zorgmachtiging. Het is op voorhand duidelijk dat een periode van zes maanden te kort zal zijn om betrokkene met succes te behandelen. Daarnaast is de Wvggz niet bedoeld voor personen die strafbare feiten plegen waarmee ze een groot gevaar vormen voor de maatschappij. Ten slotte is het vereiste niveau van beveiliging in reguliere GGZ-instellingen niet berekend op dit soort gevaarlijke personen. De gedachte achter het verzoekschrift voor een zorgmachtiging was vooral gefocust op de behandeling van de stoornis en niet op het afwenden van het recidiverisico. Ook was toen niet bekend dat dit risico als hoog werd ingeschat en evenmin was duidelijk dat de NIFP-rapporteur R.S. Turk een hoog beveiligingsniveau adviseert.
3 Standpunt van betrokkene
De advocaat van betrokkene heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
4 Toelichting geneesheer-directeur [persoon]
Geneesheer-directeur [persoon] heeft ter terechtzitting toegelicht dat het verzoek voor een zorgmachtiging niet langer wordt onderschreven. Naar aanleiding van de psychologische Pro Justitia-rapportage en de inschatting van het recidiverisico die daarin wordt gemaakt, wordt geadviseerd tot een behandeling in een forensisch kader. Een klinische opname in het kader van een zorgmachtiging is niet gericht op preventie en een langdurige behandeling in een beschermde omgeving.
5 Beoordeling
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van schizofrenie van het paranoïde type.
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in
-
Levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel voor een ander, ernstige materiële, immateriële of financiële schade, ernstige verwaarlozing of maatschappelijke teloorgang voor betrokkene;
-
de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept;
Om
-
ernstig nadeel af te wenden;
-
de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren;
-
de geestelijke gezondheid van betrokkene dusdanig te herstellen dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint;
-
e fysieke gezondheid van betrokkene (in het geval diens gedrag als gevolg van zijn psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel daarvoor) te stabiliseren of te herstellen;
heeft betrokkene verplichte zorg nodig.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig. De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op het zorgplan en de medische verklaring en het advies van de geneesheer-directeur.
De volgende vormen van zorg worden voor na te noemen duur verzocht:
|
Vorm van zorg |
Duur |
|
toedienen van medicatie |
6 maanden |
|
het verrichten van medische controles |
6 maanden |
|
beperken van de bewegingsvrijheid |
6 maanden |
|
uitoefenen van toezicht op betrokkene |
6 maanden |
|
onderzoek aan kleding of lichaam |
6 maanden |
|
onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen |
6 maanden |
|
controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen |
6 maanden |
|
aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen |
6 maanden |
|
opnemen in een accommodatie |
6 maanden |
Gelet op de Pro Justitia rapportages van psychiater R.S. Turk en psycholoog T. Jambroes acht de rechtbank een opname in een civiele setting, op grond van een zorgmachtiging, niet aangewezen. Gezien de chronische problematiek en het hoge recidiverisico wordt een langdurige forensische behandeling noodzakelijk geacht. Een zorgmachtiging tot verplichte zorg biedt naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende waarborgen dat betrokkene een passende behandeling zal krijgen waarbij de veiligheid voor anderen voldoende gewaarborgd wordt en er veel aandacht is voor risicomanagement en recidivebeperking. Het kader van een zorgmachtiging is onvoldoende om bedoeld beveiligingsniveau en risicomanagement te realiseren. Forensische zorg in een strafrechtelijk kader is noodzakelijk, zodat er, naast het behandelen van de stoornis zelf, ook genoeg aandacht in de behandeling is voor het voorkomen van recidive. Dit is ter zitting onderschreven door de geneesheer-directeur [persoon] .
De rechtbank heeft daarom betrokkene in de strafzaak veroordeeld tot een ongemaximeerde terbeschikkingstelling met dwangverpleging. Het verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging zal worden afgewezen.
6 Beslissing
De rechtbank:
Wijst af het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging.
Deze beslissing is op 11 november 2021 gegeven door
mr. R.A. Overbosch, voorzitter,
mrs. W.M.C. van den Berg en A.A. Spoel, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. R. Stockmann, griffier.
Tegen de beschikking van deze rechtbank staat voor betrokkene en officier van justitie beroep in cassatie bij de Hoge Raad open,
in te stellen door een advocaat middels het indienen van een verzoekschrift bij de griffie van de Hoge Raad,
binnen drie maanden na de dag van de uitspraak van deze beschikking.