Strafrecht overig

Beklag tegen art. 552a Sv deels gegrond (tablet en telefoon).

Zaakgegevens

Op 16 juli 2026 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
16 juli 2026
Datum publicatie
11 augustus 2026
Zaaknummer
010341-26
Procedure
Beschikking
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2026:8032
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Beklag tegen art. 552a Sv deels gegrond (tablet en telefoon).

Uitspraak

Inhoudsopgave

RECHTBANK AMSTERDAM

Strafrecht

Zittingsplaats Amsterdam

raadkamernummer : 010341-26

datum : 16 juli 2026

beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[klager] ,

geboren op [geboortedag] 1964 te Amsterdam,

woonplaats kiezende op het kantoor van mr. drs. C.J. Nierop,

adres: [adres]

hierna te noemen: klager, tevens beslagene.

Feiten

Uit de kennisgeving van inbeslagname op grond van artikel 94 Sv blijkt dat op 30 september 2025 in het strafvorderlijk onderzoek tegen klager een telefoon (1+ Oneplus Hd 1903) (goednummer: 6716109) en een tablet (Samsung) (goednummer: 6716121) in beslag zijn genomen.

Procedure

Het klaagschrift is op 10 april 2026 ter griffie van deze rechtbank ontvangen.

Het Openbaar Ministerie heeft op voorhand zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt.

De rechtbank heeft op 2 juli 2026 het klaagschrift in openbare raadkamer behandeld.

De rechtbank heeft klager, de advocaat, mr. CJ. Nierop, en de officier van justitie, mr. I.T. Hoekstra, op zitting gehoord.

Beklag

Het beklag strekt tot teruggave van de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten: een telefoon (1+ Oneplus Hd 1903) en een tablet (Samsung).

Door en namens klager is aangevoerd dat in het dossier geen aanwijzingen zijn dat de verdenking is gepleegd met de tablet. Er zijn geen sporen gevonden dat de aangetroffen foto van de aangeefster is verspreid door middel van de tablet. Op de tablet en de telefoon staat belangrijke informatie voor het werk van klager en het verlies van deze informatie is een buitenproportionele reactie op wat klager wordt verweten. De voortzetting van het beslag is in strijd met de proportionaliteit en subsidiariteit.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie verzet zich tegen teruggave van de inbeslaggenomen voorwerpen aan klager en heeft daartoe aangevoerd dat het belang van strafvordering zich daartegen verzet, omdat het Openbaar Ministerie in de strafzaak zal vorderen dat de voorwerpen zullen worden verbeurd verklaard. Uit het dossier blijkt dat zowel de telefoon als de tablet in relatie staan tot de verdenking, waardoor het in dit stadium niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de zittingsrechter, later oordelend, de inbeslaggenomen voorwerpen zal verbeurd verklaren.

Beoordeling

De rechtbank is bevoegd.

Het beklag is schriftelijk gedaan en tijdig ingediend. Klager is daarom ontvankelijk in het beklag.

De rechtbank is aan de hand van de haar ter beschikking staande gegevens nagegaan of een ander dan klager als belanghebbende moet worden aangemerkt. Hiervan is de rechtbank niet gebleken.

Bij de beoordeling stelt de rechtbank voorop dat het onderzoek in raadkamer naar aanleiding van een beklag als bedoeld in artikel 552a Sv een summier karakter draagt. Dat betekent dat van de rechter niet kan worden gevergd ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak of ontnemingsprocedure te treden.

In geval van een beklag tegen een op grond van artikel 94 Sv gelegd beslag dient de rechtbank eerst te beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert. Als het strafvorderlijk belang voortduring van het beslag vordert, wordt geen teruggave gelast.

Als geen strafvorderlijk belang aan teruggave in de weg staat, vindt teruggave plaats aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende ten aanzien van dat voorwerp moet worden beschouwd.

Het belang van strafvordering verzet zich tegen teruggave als het veiligstellen van de belangen waarvoor artikel 94 Sv de inbeslagneming toelaat, het voortduren van het beslag nodig maakt. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer dat voorwerp kan dienen om de waarheid aan de dag te brengen, -ook in een zaak betreffende een ander dan de klager-, wanneer dat voorwerp kan dienen om wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen of als niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring of de onttrekking aan het verkeer van dat voorwerp zal bevelen.

Uit de stukken en hetgeen in raadkamer is besproken, is het volgende gebleken. Tegen klager bestaat onder andere de verdenking dat hij aangever en aangeefster heeft gechanteerd en belaagd, waarbij hij wordt verdacht van het verspreiden van pornografische afbeeldingen. Uit het dossier blijkt dat er aanwijzingen zijn dat de inbeslaggenomen telefoon is gebruikt bij de verdenking, omdat aangever meerdere keren is gebeld door telefoonnummers die aan de telefoon van de klager zijn gekoppeld. Op de tablet is een afbeelding van aangeefster gevonden die zou zijn gebruikt bij het belagen van aangeefster.

Ten aanzien van de telefoon

Op grond van de zich thans in het dossier bevindende stukken en het verhandelde in raadkamer is de rechtbank van oordeel dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de telefoon, zal verbeurd verklaren. De rechtbank is van oordeel dat mede gelet op de weinig concrete onderbouwing van de belangen van klager, voortzetting van het beslag in overeenstemming is met de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit.Het beklag ten aanzien van de telefoon zal daarom ongegrond worden verklaard.

Ten aanzien van de tablet

De rechtbank is van oordeel dat op basis van het dossier onvoldoende aanwijzingen zijn dat de inbeslaggenomen tablet gebruikt is bij het plegen van de verdenking. Het enkele gegeven dat de foto van aangeefster op de tablet is aangetroffen, zonder vaststelling dat deze is verstuurd vanaf de tablet, is hiertoe onvoldoende met name nu aangeefster heeft verklaard dat zij deze foto zelf naar klager heeft gestuurd. Op grond van voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, het inbeslaggenomen voorwerp zal verbeurd verklaren of zal onttrekken aan het verkeer.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat bij het ontbreken van strafvorderlijk belang het beslag dient te worden opgeheven.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beklag ongegrond ten aanzien de telefoon (goednummer: 6716109).

De rechtbank verklaart het beklag gegrond ten aanzien van de tablet (goednummer: 6716121) en gelast de teruggave hiervan aan de klager.

Deze beslissing is gegeven door

mr. B.C. Langendoen, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. F.E. Leopold, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op 16 juli 2026.

Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor de klager beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank, binnen veertien (14) dagen na betekening van deze beslissing.