Strafrecht overig

Verdenking snelheidsovertreding op het water. Vrijspraak omdat onvoldoende objectief bewijs voorhanden is…

Rechtbank Amsterdam, 5 augustus 2026

Zaakgegevens

Op 5 augustus 2026 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
5 augustus 2026
Datum publicatie
5 augustus 2026
Zaaknummer
96-336186-25
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2026:7911
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verdenking snelheidsovertreding op het water. Vrijspraak omdat onvoldoende objectief bewijs voorhanden is. Opsomming mogelijke objectieve bewijsmiddelen.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Parketnummer: 96-336186-25

Datum uitspraak 5 augustus 2026

op tegenspraak

VONNIS

van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam in de strafzaak tegen:

[verdachte]

geboren op [geboortedag] 1967 te [geboorteplaats]

wonende te [adres]

De kantonrechter heeft beraadslaagd naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting op 22 juli 2026. Verdachte is op deze terechtzitting verschenen. De officier van justitie heeft betoogd dat het feit bewezen kan worden en hij heeft een boete geëist van € 110,-. Verdachte heeft daartegen verweer gevoerd. De officier van justitie heeft gevraagd schriftelijk vonnis te wijzen.

1 Tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat hij op of omstreeks 20 augustus 2025 te Amsterdam, op de Amstel, een voor het openbaar verkeer met schepen openstaand water in het Rijk gelegen, als schipper van een klein schip, te weten een vaartuig,
geen gevolg heeft gegeven aan een verkeersteken (B.6) als bedoeld in Bijlage 7 van het Binnenvaartpolitiereglement of een bekendmaking als bedoeld in artikel 13 Besluit administratieve bepalingen scheepvaartverkeer, inhoudende de verplichting de vaarsnelheid te beperken tot 7,5 kilometer per uur, door te varen met een snelheid van
ongeveer 12 kilometer per uur.

2 Voorvragen

De kantonrechter heeft vastgesteld dat hij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak en dat de officier ontvankelijk is in zijn vordering.

3 Waardering van het bewijs

Vast staat dat verdachte op 20 augustus 2025 heeft gevaren op de Amstel in Amsterdam. Hij ontkent echter dat hij harder heeft gevaren dan toegestaan. Volgens verdachte moest hij het vaarwater oversteken en vanwege de drukte door Sail heeft hij dat voortvarend gedaan. Hij heeft echter niet te hard gevaren.

In het dossier bevindt zich een proces-verbaal waaruit blijkt dat de verbalisant de snelheid van het schip van verdachte schatte op 12 kilometer per uur, aan de hand van zijn kennis en ervaring op het water, de hek-boeggolfkarakteristiek die niet in overeenstemming was met een snelheid van 7,5 kilometer per uur en zijn bekendheid met de eigenschappen van varende vaartuigen in deze omgeving.
Naar het oordeel van de kantonrechter levert dit voldoende verdenking op van een snelheidsovertreding, maar voor bewijs is het onvoldoende. De bijzondere bewijskracht van een ambtsedig proces-verbaal maakt dit niet anders, het blijft immers een schatting van de verbalisant en geen objectieve waarneming.
Om tot voldoende bewijs te komen is naar het oordeel van de kantonrechter tenminste één meer objectief aanknopingspunt nodig, zoals dat in andere zaken die op deze zitting zijn behandeld wel voorhanden was. Dat kan een meting met een lasergun zijn, informatie afkomstig van AIS-gegevens, een meting met gelijkblijvende tussenafstand aan de hand van de gps-snelheid (al dan niet afgelezen op de kaartplotter) van het schip van de verbalisant of een meting met gelijkblijvende tussenafstand aan de hand van het log van het schip van de verbalisant (waarbij vanwege de onnauwkeurigheid van een log wel voldoende correctie of een kalibratietabel gebruikt moet worden). Het gegeven dat een schip planeert kan ook een objectief aanknopingspunt opleveren, omdat daarmee aan de hand van de lengte van de waterlijn van het schip en de daarbij behorende rompsnelheid kan worden bepaald hoe hard het schip minimaal heeft gevaren. De hiervoor aangehaalde voorbeelden van objectieve aanknopingspunten zijn genoemd in afnemende mate van nauwkeurigheid. Voor de hand ligt dat daarmee rekening wordt gehouden door een correctie toe te passen of marge aan te houden.

Nu de kantonrechter het bewijs in dit geval onvoldoende acht, zal verdachte worden vrijgesproken.

4 Beslissing

De kantonrechter verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.W. Inden, kantonrechter in tegenwoordigheid van de griffier en uitgesproken door voornoemde kantonrechter, ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 5 augustus 2026.