Strafrecht overig

Beklag tegen art. 168, achtste lid, van de Wegenverkeerswet niet ontvankelijk, omdat rijbewijs al is teruggegeven.

Rechtbank Amsterdam, 2 juli 2026

Zaakgegevens

Op 2 juli 2026 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
2 juli 2026
Datum publicatie
11 augustus 2026
Zaaknummer
016816-26
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2026:8029
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Beklag tegen art. 168, achtste lid, van de Wegenverkeerswet niet ontvankelijk, omdat rijbewijs al is teruggegeven.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Strafrecht

Zittingsplaats Amsterdam

raadkamernummer : 016816-26

parketnummer : 96-152908-26

datum : 2 juli 2026

beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 164, achtste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW1994) van:

[klager],

geboren op [geboortedag] 1994 te [geboorteplaats],

wonende op het adres [adres],

hierna te noemen: klager.

Procedure

Het klaagschrift is op 11 juni 2026 ter griffie van deze rechtbank ontvangen.

Het Openbaar Ministerie heeft op voorhand zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt.

De rechtbank heeft op 2 juli 2026 het beklag in openbare raadkamer behandeld en de officier van justitie gehoord.

De klager is, hoewel daartoe goed opgeroepen, niet in raadkamer verschenen.

Beklag

Het beklag strekt tot teruggave van het rijbewijs van klager dat is ingevorderd en dat de officier van justitie onder zich houdt.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat klager niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het beklag. Uit het schriftelijk standpunt van de officier van justitie blijkt dat de officier van justitie zich verzet tot inhouding van het rijbewijs tot 26 juni 2026 en die datum is inmiddels verstreken.

Beoordeling

De beslissing tot teruggave van het rijbewijs is al genomen met ingang van 26 juni 2026. De klager zal, nu hij geen belang meer heeft bij het beklag, hierin niet-ontvankelijk worden verklaard.

Beslissing

De rechtbank verklaart de klager niet-ontvankelijk in het beklag.

Deze beslissing is gegeven door

mr. B.C. Langendoen, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. F.E. Leopold, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op 2 juli 2026.

Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor de klager beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank, binnen veertien (14) dagen na betekening van deze beslissing.