Civiel recht overig
Gelet op uitdrukkelijke referte geen ruimte voor het bepalen van een comparitie louter ten behoeve van een…
Rechtbank Arnhem, 10 augustus 2011
ECLI:NL:RBARN:2011:BR5562 · Rechtbank Arnhem · 10 augustus 2011
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-arnhem/civiel-recht/civiel-recht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbarn-2011-br5562
Zaakgegevens
Op 10 augustus 2011 heeft de Rechtbank Arnhem in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank ArnhemRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 10 augustus 2011
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 215796
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBARN:2011:BR5562
Samenvatting
Gelet op uitdrukkelijke referte geen ruimte voor het bepalen van een comparitie louter ten behoeve van een schikking.
Ook als er een vonnis ligt, kunnen partijen over de nakoming daarvan nog een regeling treffen.
Uitspraak
Vonnis
RECHTBANK ARNHEM
Sector civiel recht
zaaknummer / rolnummer: 215796 / HA ZA 11-745
Vonnis van 10 augustus 2011
in de zaak van
naamloze vennootschap
ABN AMRO BANK N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
eiseres,
advocaat mr. D.K. Greveling te Hilversum,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats],
gedaagde,
advocaat mr. P.J.L.R. van Passel te Nijmegen.
1. De procedure
1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord tot referte.
1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De beoordeling
2.1. Uitdrukkelijk geeft gedaagde bij antwoord aan zich om proceseconomische redenen te refereren en geen inhoudelijk verweer te voeren. Dit betekent dat de vordering thans voor toewijzing gereed ligt, ook al voert gedaagde bij antwoord ook aan waarom hij zich door eiseres onheus behandeld voelt. Dit laatste zou nog tot onderhandelingen tussen partijen, mogelijk tot een betalingsregeling kunnen leiden. Nu echter nadrukkelijk geen inhoudelijk verweer wordt gevoerd, is er geen ruimte om een comparitie van partijen louter ten behoeve van een schikking te bepalen. Dit zou onnodige kosten meebrengen. Ook als er een vonnis ligt, overweegt de rechtbank ten overvloede, kunnen partijen over de nakoming daarvan nog een regeling treffen.
2.2. Eiseres vordert gedaagde te veroordelen tot betaling van de beslagkosten. Deze vordering is gelet op het bepaalde in art. 706 Rv toewijsbaar. De beslagkosten worden begroot op € 316,00 voor verschotten en € 894,00 voor salaris advocaat.
2.3. Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van eiseres worden begroot op:
- dagvaarding € 90,81
- griffierecht 613,00
- salaris advocaat 894,00 (1,0 punt × tarief € 894,00)
Totaal € 1.597,81
3. De beslissing
De rechtbank
3.1. veroordeelt gedaagde om aan eiseres te betalen een bedrag van € 51.935,82 (éénenvijftig duizendnegenhonderdvijfendertig euro en tweeëntachtig eurocent), vermeerderd met de contractuele rente van 11,05% per jaar over het toegewezen bedrag vanaf 1 januari 2011 tot de dag van volledige betaling,
3.2. veroordeelt gedaagde in de beslagkosten, tot op heden begroot op € 1.210,00,
3.3. veroordeelt gedaagde in de proceskosten, aan de zijde van eiseres tot op heden begroot op € 1.597,81,
3.4. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.D.A. den Tonkelaar en in het openbaar uitgesproken op 10 augustus 2011.