Personen- en familierecht
Absolute bevoegdheid. Ondanks verblijf van enkele maanden in Roemenië wordt gewone verblijfplaats…
Rechtbank Arnhem, 13 maart 2009
ECLI:NL:RBARN:2009:BH7066 · Rechtbank Arnhem · 13 maart 2009
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-arnhem/civiel-recht/personen-en-familierecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbarn-2009-bh7066
Zaakgegevens
Op 13 maart 2009 heeft de Rechtbank Arnhem in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Rechtbank ArnhemRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 13 maart 2009
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 174329
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBARN:2009:BH7066
Samenvatting
Absolute bevoegdheid. Ondanks verblijf van enkele maanden in Roemenië wordt gewone verblijfplaats minderjarigen niet geacht te zijn gewijzigd.
Uitspraak
beschikking
RECHTBANK ARNHEM
Sector Familie en Jeugd
Zaakgegevens: [nummer]
Datum uitspraak:
tussenbeschikking gezag en hoofdverblijfplaats
in de zaak van
[naam] (nader te noemen: de vader),
wonende te [woonplaats],
advocaat mr. A.H.J. Raaijmakers te Culemborg
tegen
[naam] (nader te noemen: de moeder),
wonende te [woonplaats],
advocaat mr. M.J.S. Linssen te Waardenburg.
Het verloop van de procedure
Gezien de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift ingekomen ter griffie op 29 augustus 2008;
- de brieven van mr. A.H.J. Raaijmakers van 8 september 2008 en 11 september 2008;
- de brief van de moeder, gedateerd 26 november 2008;
- het verweerschrift ingekomen ter griffier op 3 december 2008;
- de brief van mr. A.H.J. Raaijmakers, gedateerd 13 januari 2009;
- de brief van mr. M.J.S. Linssen, ingekomen op 13 januari 2009.
Gehoord ter terechtzitting van 12 december 2008:
- de vader, bijgestaan door mr. A.H.J. Raaijmakers;
- de moeder, bijgestaan door mr. M.J.S. Linssen;
- mevrouw [naam], als zittingsvertegenwoordiger van de Raad voor de Kinderbescherming (nader te noemen: de Raad).
De feiten
Uit de affectieve relatie tussen partijen zijn geboren de minderjarigen:
- [kind 1], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats];
- [kind 2], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats].
De vader heeft de minderjarigen erkend. De moeder is éénhoofdig belast met het ouderlijk gezag over de minderjarigen.
De moeder is in juni 2008 met de minderjarigen vertrokken naar Roemenië. De vader heeft sindsdien geen contact meer met de minderjarigen gehad.
Het verzoek
De vader verzoekt het eenhoofdig gezag van de moeder te wijzigen in die zin dat partijen gezamenlijk worden belast met het ouderlijk gezag over de minderjarigen. Voorts verzoekt de vader te bepalen dat de minderjarigen hun hoofdverblijfplaats bij de vader hebben.
Het verweer
De moeder verzoekt de verzoeken van de vader af te wijzen.
Het verloop van de procedure
De bevoegdheid
Naar aanleiding van het verhandelde ter zitting heeft de rechtbank partijen in de gelegenheid gesteld zich schriftelijk uit te laten omtrent de bevoegdheid van deze rechtbank.
De moeder heeft ter terechtzitting verklaard dat zij voornemens is terug te keren naar Nederland zodra zij woonruimte heeft gevonden en zich vervolgens definitief in Nederland te willen vestigen. Blijkens het schrijven van mr. M.J.S. Linssen heeft de moeder zich inmiddels weer in Nederland gevestigd. De rechtbank leidt hieruit af dat de moeder en de kinderen hun gewone woonplaatst in Nederland niet hebben verloren door het verblijf van enkele maanden in Roemenië. Voorts is gebleken dat zij gedurende hun verblijf in Roemenië ingeschreven zijn gebleven op een adres in [woonplaats Nederland]. Gelet op het voorgaande is onvoldoende gebleken dat de intentie bestond de gewone verblijfplaats definitief in Roemenië te hebben. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft en deze rechtbank bevoegd is van het verzoek van de vader kennis te nemen.
Het gezag en de hoofdverblijfplaats
Mr. Linssen heeft de rechtbank bericht dat partijen in onderling overleg een omgangsregeling zijn overeengekomen van één zaterdag in de veertien dagen van 10.00 uur tot en met 18.00 uur gedurende de periode dat de vader niet over eigen woonruimte beschikt. Mr. A.H.J. Raaijmakers heeft de rechtbank bericht dat zowel de communicatie tussen partijen alsmede de omgangscontacten tussen de vader en de minderjarigen moeizaam verlopen en de rechtbank verzocht een nieuwe mondelinge behandeling te plannen.
De beoordeling
De rechtbank acht het gelet op het vorenstaande van belang de partijen in de gelegenheid te stellen hun standpunten met betrekking tot het verzoek mondeling toe te lichten. De rechtbank houdt hiertoe de beslissing aan tot de terechtzitting van [datum].
De beslissing
houdt de beslissing aan tot de zitting van [datum], zoals hiervoor is overwogen.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.E. Snijders, kinderrechter, in tegenwoordigheid van I.W.H.M. Verheijen als griffier en in het openbaar uitgesproken op