Civiel recht overig
Opschortingsrecht en mededelingsplicht. Nog daargelaten de vraag of het betreffende artikel 6 van de algemene…
Rechtbank Assen, 11 maart 2008
ECLI:NL:RBASS:2008:BC6348 · Rechtbank Assen · 11 maart 2008
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-assen/civiel-recht/civiel-recht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbass-2008-bc6348
Zaakgegevens
Op 11 maart 2008 heeft de Rechtbank Assen in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank AssenRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Assen
- Datum uitspraak
- 11 maart 2008
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 218073 - CV EXPL 07-4668
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBASS:2008:BC6348
Samenvatting
Opschortingsrecht en mededelingsplicht. Nog daargelaten de vraag of het betreffende artikel 6 van de algemene voorwaarden van eiseres middels ambtshalve toetsing dient te worden aangemerkt als onredelijk bezwarend, is niet gesteld of gebleken dat eiseres alvorens feitelijk de levering op te schorten aan gedaagde heeft medegedeeld dat en op welke grond opschorting zal gaan plaatsvinden. De redelijkheid en billijkheid (artikel 6:248 BW) brengt naar het oordeel van de kantonrechter in het onderhavige geval met zich mee dat eiseres pas had mogen opschorten nadat zij haar wederpartij had medegedeeld dat en op welke grond de opschorting zou plaatsvinden, zodat gedaagde alsnog de gelegenheid had zijn/haar betalingsverplichting na te komen. Nu eiseres niet heeft gesteld dat zij aan deze mededelingsplicht heeft voldaan, is haar beroep op het opschortingrecht naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid ongegrond.
Uitspraak
RECHTBANK ASSEN
Sector kanton
Locatie Assen
zaak-/rolnummer: 218073 \ CV EXPL 07-4668
vonnis van de kantonrechter d.d. 11 maart 2008
in de zaak van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid LEESPORTEFEUILLE DE MAP B.V., h.o.d.n. Leesland,
gevestigd te Schoonebeek,
eisende partij,
gemachtigde: Deurwaarders- en Incassobureau Enschede B.V.,
tegen
[Gedaagde],
hierna te noemen: [gedaagde],
wonende te [adres],
gedaagde partij,
procederende in persoon.
De procedure
1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 5 december 2007;
- de conclusie van antwoord;
- de nadere toelichtingen van partijen.
De vaststaande feiten
2. De kantonrechter gaat uit van de volgende feiten, die vaststaan omdat ze niet of niet voldoende zijn betwist en/of blijken uit de in zoverre onweersproken gelaten inhoud van de overgelegde producties.
Leesland heeft op 9 december 2005 met [gedaagde] een abonnementsovereenkomst gesloten, houdende het zeswekelijks leveren van leesmappen. Leesland heeft de levering van de leesmappen in week 24 van 2007 opgeschort wegens een betalingsachterstand van [gedaagde] ten bedrage van € 71,80.
De vordering en het verweer
3.1 Leesland vordert de betaling van een bedrag ad € 286,20 uit hoofde van voornoemde overeenkomst. Tevens vordert zij de betaling van een bedrag van € 75,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, de wettelijke rente vanaf 5 september 2007 tot 4 oktober 2007 berekend op € 1,36, de rente vanaf 4 oktober 2007 en kosten rechtens.
Naar aanleiding van het verweer van [gedaagde] betwist Leesland dat partijen een betalingsovereenkomst zijn overeengekomen. [gedaagde] heeft volgens Leesland nimmer gereageerd op de (sommatie)brieven van (de gemachtigde van) Leesland.
3.2 [gedaagde] geeft aan dat hij/zij het niet eens is met de verlenging, maar dat hij/zij toch akkoord is gegaan. Volgens [gedaagde] zijn partijen een betalingsregeling van € 20,00 per week overeengekomen.
De beoordeling
4.1 [gedaagde] heeft zijn/haar - door Leesland betwiste - stelling dat hij/zij een betalingsregeling heeft getroffen met Leesland voor € 20,00 per week niet nader onderbouwd. [gedaagde] heeft ter zake ook overigens geen bewijs aangeboden en er bestaat naar het oordeel van de kantonrechter geen aanleiding ambtshalve bewijs op te dragen. Dat een betalingsregeling is overeengekomen is dan ook niet komen vast te staan.
4.2 Nu [gedaagde] blijkens zijn/haar stellingen (uiteindelijk) heeft ingestemd met verlenging van de overeenkomst, zal de vordering tot aan de datum van opschorting ten bedrage van € 71,80 worden toegewezen.
4.3 Met betrekking tot de door Leesland opgeschorte levering van de leesmappen halverwege juni 2007 (week 24) en de daarmee samenhangende restantvordering ad € 214,40, overweegt de kantonrechter als volgt. Nog daargelaten de vraag of het betreffende artikel 6 van de algemene voorwaarden van Leesland middels ambtshalve toetsing dient te worden aangemerkt als onredelijk bezwarend, is niet gesteld of gebleken dat Leesland alvorens feitelijk de levering op te schorten aan [gedaagde] heeft medegedeeld dat en op welke grond opschorting zal gaan plaatsvinden. Pas enkele weken na de daadwerkelijke opschorting heeft Leesland bij brief d.d. 3 juli 2007 aan [gedaagde] de gronden voor de opschorting medegedeeld, zo blijkt uit de stukken. De redelijkheid en billijkheid (artikel 6:248 BW) brengt naar het oordeel van de kantonrechter in het onderhavige geval met zich mee dat Leesland pas had mogen opschorten nadat zij haar wederpartij had medegedeeld dat en op welke grond de opschorting zou plaatsvinden, zodat [gedaagde] alsnog de gelegenheid had zijn betalingsverplichting na te komen. Nu Leesland niet heeft gesteld dat zij aan deze mededelingsplicht heeft voldaan, is haar beroep op het opschortingrecht naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid ongegrond. Nu uit de stukken is gebleken dat de levering sinds de opschorting niet is hervat, kan [gedaagde] naar het oordeel van de kantonrechter niet worden gehouden tot betaling van deze niet geleverde leesmappen. Het restant van de vordering ad € 214,40 zal dan ook worden afgewezen.
4.4 Gelet op het verweer van [gedaagde] en de nadere toelichting van Leesland zullen de buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen, nu uit de stukken is gebleken dat de verrichtingen van de incassogemachtigde niet meer hebben omvat dan (herhaalde) aanmaningen.
4.5 Nu beide partijen deels in het ongelijk zijn gesteld, ziet de kantonrechter aanleiding de proceskosten te compenseren, zodat iedere partij de eigen kosten draagt.
De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt [gedaagde] om aan Leesland te betalen € 71,80, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 september 2007 tot aan de dag van volledige betaling;
compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. A. van der Meer en in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2008.
typ/conc: 167/SJSK
coll: