Insolventierecht
Beslag kan niet vervallen worden verklaard indien het goed aan de andere echtgenoot behoort met wie saniet…
Rechtbank Assen, 30 mei 2000
ECLI:NL:RBASS:2000:AF0142 · Rechtbank Assen · 30 mei 2000
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-assen/civiel-recht/insolventierecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbass-2000-af0142
Zaakgegevens
Op 30 mei 2000 heeft de Rechtbank Assen in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.
- Instantie
- Rechtbank AssenRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 30 mei 2000
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- 00/144 R
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Insolventierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBASS:2000:AF0142
Samenvatting
Beslag kan niet vervallen worden verklaard indien het goed aan de andere echtgenoot behoort met wie saniet met uitsluiting van iedere gemeenschap is gehuwd.
Uitspraak
Arrondissementsrechtbank te Assen
Beschikking van de Eerste enkelvoudige kamer in de zaak van:
X. ,
wonende te P.,
verzoeker.
Overwegingen
1. Het procesverloop
1.1 Verzoeker heeft de rechtbank bij verzoekschrift d.d. 12 mei verzocht het door de belastingdienst ten laste van hem gelegde bodembeslag op te heffen. Het verzoek is behandeld ter terechtzitting van 30 mei 2000.
2. De relevante feiten
2.1 Bij vonnis van heden heeft de rechtbank de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling ten aanzien van verzoeker uitgesproken.
2.2 Verzoeker is met uitsluiting van iedere gemeenschap gehuwd met Y. Blijkens de akte van huwelijkse voorwaarden van 27 januari 1997 behoort de echtelijke woning en de inboedel toe aan mevrouw X. Op mevrouw X. is de schuldsaneringsregeling niet van toepassing.
2.3 De belastingdienst heeft op 10 mei 2000 bodembeslag gelegd op de inboedelgoederen die zich bevinden in de woning van verzoeker.
3. Beoordeling
3.1 Ingevolge artikel 301, derde lid, van de Faillissementswet kan de rechtbank, voordat de vastelling van het saneringsplan in kracht van gewijsde is gegaan, op verzoek van de schuldenaar een datum bepalen waarop de gelegde beslagen vervallen.
3.2 Uit het systeem van de wet vloeit voort dat deze bepaling alleen ziet op beslagen die gelegd zijn op tot de boedel behorende goederen, gelijk ook in faillissement het geval is (vgl ondermeer HR 10 april 1987, NJ 1987, 829).
Het gelegde bodembeslag betreft niet tot de boedel behorende oederen, namelijk goederen die toebehoren aan mevrouw X.
3.3 Uit het voorenstaande volgt dat het verzoek tot opheffing van het bodembeslag niet voor toewijzing in aanmerking komt.
Beslissingen
De rechtbank:
Wijst het verzoek af.
Gegeven door mr. J.H. Kuiper, bijgestaan door H. Takens als griffier, en uitgesproken ter terechtzitting van dinsdag 30 mei 2000 en door de rechter en de griffier voornoemd ondertekend.