Ambtenarenrecht

hersteluitspraak bij uitspraak 16 januari 2023

Rechtbank Den Haag, 17 februari 2023

Zaakgegevens

Op 17 februari 2023 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over ambtenarenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
17 februari 2023
Datum publicatie
15 februari 2023
Zaaknummer
22/5932 herstel
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2023:1697
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

hersteluitspraak bij uitspraak 16 januari 2023

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: SGR 22/5932


hersteluitspraak ter verbetering van de uitspraak van de rechtbank in de zaak tussen


[eiser] , uit Verenigde Staten van Amerika, eiser

(gemachtigde: mr. D. van Zoelen),

en

de waarnemend Commandant DienstenCentrum Internationale Ondersteuning Defensie, verweerder.

Overwegingen

1.1

Op 16 januari 2023 heeft de rechtbank uitspraak gedaan in bovengenoemde zaak. In die uitspraak staat: “(gemachtigde: mr. [gemachtigde] )” en “Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, mevrouw [A] en [B] .”.

1.2

Bij mail van 19 januari 2023 heeft mr. [gemachtigde] om herstel van de uitspraak verzocht nu niet hij maar zijn collega majoor mr. [B] de gemachtigde was in die zaak.

1.3

De rechtbank is van oordeel dat sprake is van een kennelijke verschrijving die zich leent voor herstel en gaat daartoe over.

Beslissing

De rechtbank wijzigt de in 1.1 vermelde passages in: “(gemachtigde majoor mr. [B] )” en “Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, mevrouw [A] en mr. [gemachtigde] .” en laat voormelde uitspraak voor het overige ongewijzigd.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.M.H. van der Poort-Schoenmakers, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Badermann, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 17 februari 2023.

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.