Bestuursprocesrecht
Beroep NTB niet-ontvankelijk omdat inmiddels een besluit is genomen en eiseres zich niet tegen het…
Rechtbank Den Haag, 15 maart 2023
ECLI:NL:RBDHA:2023:3568 · Rechtbank Den Haag · 15 maart 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/bestuursprocesrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2023-3568
Zaakgegevens
Op 15 maart 2023 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursprocesrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 15 maart 2023
- Datum publicatie
- 20 maart 2023
- Zaaknummer
- SGR 21/6043
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursprocesrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2023:3568
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Beroep NTB niet-ontvankelijk omdat inmiddels een besluit is genomen en eiseres zich niet tegen het dwangsombesluit heeft gekeerd. Beroep van rechtswege tegen alsnog genomen besluit niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van gronden.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 21/6043
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 maart 2023 in de zaak tussen
[eiseres], uit [woonplaats], eiseres
(gemachtigde: F. Elidrissi),
en
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder
(gemachtigde: mr. E.H. Buizert).
Inleiding
Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingesteld omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar bezwaar van 13 april 2021 tegen het besluit van 22 maart 2021.
In het besluit van 11 oktober 2021 heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen het besluit van 22 maart 2021 ongegrond verklaard.
Overwegingen
1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in deze zaak niet nodig is.
2. Op 13 september 2021 heeft eiseres beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op haar bezwaarschrift van 13 april 2021 tegen het besluit van 22 maart 2021. Op 11 oktober 2021 heeft verweerder alsnog een beslissing op het bezwaar van eiseres genomen. Daarnaast heeft verweerder op 28 juli 2021 een dwangsombesluit genomen. Eiseres heeft zich niet tegen dit dwangsombesluit gekeerd. Dit betekent dat het procesbelang bij het beroep gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit is komen te ontvallen. De rechtbank zal daarom het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk verklaren.
3. Verder stelt de rechtbank vast dat verweerder met het besluit van 11 oktober 2021 niet aan het bezwaar van eiseres is tegemoetgekomen. Gelet op het bepaalde in artikel 6:20, derde lid, van de Awb wordt het beroep tegen het niet tijdig beslissen daarom geacht mede gericht te zijn tegen het besluit van 11 oktober 2021. De rechtbank heeft eiseres in de brief van 29 oktober 2021 gevraagd of zij het eens is met het besluit van 11 oktober 2021 en zo niet, om binnen twee weken haar gronden tegen dit besluit in te dienen. Hierop zijn gevolgd de (aangetekende) brieven van 31 december 2021, 21 maart 2022 en 20 april 2022 met het herhaalde verzoek om gronden. Eiseres heeft op geen van deze brieven gereageerd. De rechtbank zal daarom het beroep, voor zover dit mede betrekking heeft op het alsnog genomen besluit van 11 oktober 2021, op grond van artikel 6:5 van de Awb niet-ontvankelijk verklaren.
4. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep van rechtswege tegen het besluit van 11 oktober 2021 niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.J. Waterbolk, rechter, in aanwezigheid van mr. D.W.A. van Weert, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 15 maart 2023.
|
griffier |
rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.