Bestuursprocesrecht

Verzoek tot proceskostenveroordeling toegewezen.

Rechtbank Den Haag, 28 november 2025

Zaakgegevens

Op 28 november 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursprocesrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
28 november 2025
Datum publicatie
27 november 2025
Zaaknummer
25/3903
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:22365
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verzoek tot proceskostenveroordeling toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: SGR 25/3903


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 november 2025 in de zaak tussen


[verzoeker], uit [woonplaats], verzoeker

(gemachtigde: [naam]),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoeker om een veroordeling van verweerder in de proceskosten. Verzoeker heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn beroep niet tijdig beslissen op zijn Woo-verzoek van 9 april 2025. Hij heeft het beroep ingetrokken omdat verweerder op 12 augustus 2025 heeft beslist op zijn verzoek.

1.1.

De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Verweerder heeft gebruik gemaakt van deze gelegenheid.

1.2.

De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.

Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?

3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.

Is verweerder aan verzoeker tegemoetgekomen?

4. De rechtbank moet dus beoordelen of verweerder geheel of gedeeltelijk aan verzoeker is tegemoetgekomen.

4.1.

Op 30 mei 2025 heeft verzoeker beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag. Verweerder heeft op 12 augustus 2025 beslist op de aanvraag. Hiermee is verweerder tegemoetgekomen aan het beroep van verzoeker.

Welk bedrag aan proceskosten moet verweerder aan verzoeker vergoeden?

5. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Verzoeker krijgt een vergoeding van zijn proceskosten. De gemachtigde van verzoeker heeft een beroepschrift ingediend. In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van € 907,-. Omdat de zaak, volgens recente rechtspraak van de hoogste bestuursrechters, in beginsel een licht gewicht heeft, is op de waarde een wegingsfactor van 0,5 (licht) toegepast. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 453,50. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Krijgt verzoeker een vergoeding van het griffierecht?

6. De rechtbank wijst erop dat verweerder verplicht is het door verzoeker betaalde griffierecht van € 194,- te vergoeden.Verzoeker moet zich hiervoor dan ook tot verweerder wenden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 453,50 aan proceskosten aan verzoeker.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.W. Griffioen, rechter, in aanwezigheid van

S. Kedar, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 28 november 2025.

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.