Omgevingsrecht
Vovo tegen verleende omgevingsvergunning voor de bouw van een multifunctionele accommodatie (MFA) afgewezen…
Rechtbank Den Haag, 15 december 2025
ECLI:NL:RBDHA:2025:28022 · Rechtbank Den Haag · 15 december 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/omgevingsrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2025-28022
Zaakgegevens
Op 15 december 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over omgevingsrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 15 december 2025
- Datum publicatie
- 6 juli 2026
- Zaaknummer
- SGR 25/7520
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Omgevingsrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2025:28022
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Vovo tegen verleende omgevingsvergunning voor de bouw van een multifunctionele accommodatie (MFA) afgewezen wegens ontbreken spoedeisend belang. Aangezien de bouw van de MFA nog geruime tijd in beslag zal nemen, kunnen verzoekers aan een eventueel toekomstig tekort aan parkeerplaatsen na ingebruikname van de MFA nu geen spoedeisend belang ontlenen, tenzij op voorhand duidelijk is dat het aantal parkeerplaatsen dat wordt gerealiseerd volstrekt onvoldoende is. Daarvan is de voorzieningenrechter niet gebleken.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 25/7520
uitspraak van de voorzieningenrechter van 15 december 2025 in de zaak tussen
[verzoeker] en 15 anderen, te [woonplaats] , verzoekers
(gemachtigde: F. van der Tempel),
en
het college van burgemeester en wethouders van Alphen aan den Rijn, het college
(gemachtigden: F.M. Jansen en F. de Prez).
Samenvatting
1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over de verleende omgevingsvergunning voor de bouw van een multifunctionele accommodatie (MFA) aan de [adres] . Verzoekers zijn het hier niet mee eens. Zij verzoeken de voorzieningenrechter om de omgevingsvergunning te schorsen.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. De voorzieningenrechter is van oordeel dat geen sprake is van een spoedeisend belang bij het treffen van de verzochte voorlopige voorziening. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Op 4 december 2023 heeft de gemeente Alphen aan den Rijn een omgevingsvergunning aangevraagd voor het hiervoor onder 1. vermelde bouwplan.
Met het besluit van 29 november 2024 heeft het college de gevraagde omgevingsvergunning verleend. De verleende omgevingsvergunning ziet op de activiteiten bouwen en het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Het college is afgeweken van het bestemmingsplan met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 1° en 2°, van de Wabo.
Verzoekers hebben hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
Met het bestreden besluit van 24 november 2025 op het bezwaar van verzoekers is het college bij dit besluit gebleven. Verzoekers hebben hiertegen beroep ingesteld (zaak SGR 25/8364), zodat het verzoek om een voorlopige voorziening geldt als een verzoek gedaan hangende het beroep bij de rechtbank.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 1 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker [verzoeker] , de gemachtigde van verzoekers en de gemachtigden van het college.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
3. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) alleen een voorlopige voorziening als onverwijlde spoed dat vereist.
Spoedeisend belang
4. Uit de e-mail van het college van 24 oktober 2025 en hetgeen ter zitting is besproken is gebleken dat de bouw inmiddels is gestart en vergunninghoudster de werkzaamheden niet (tijdelijk) wenst stil te leggen.
5. De bezwaren van verzoekers zien (hoofdzakelijk) op het aantal parkeerplaatsen dat gedurende de bouwfase en na ingebruikname van de MFA beschikbaar is en het aantal verkeersbewegingen dat daarmee gepaard gaat. Verzoekers voeren aan dat zij op dit moment met een tekort aan parkeergelegenheid te maken hebben door het buiten gebruik stellen van het grootste deel van het parkeerterrein aan de Spoorlaan - dat de afgelopen jaren zowel door bezoekers van de voetbalvelden als door bewoners van de ds. Benninck Boltstraat gebruikt werden - als gevolg van de bouw van de MFA. Voor bezoekers van de voetbalvelden is op wedstrijddagen en op avonden dat getraind wordt op dit moment te weinig parkeergelegenheid beschikbaar. Verzoekers willen daarom dat deze buiten-gebruik-stelling ongedaan wordt gemaakt. Verder vrezen verzoekers dat er na ingebruikname van de MFA minder parkeerplaatsen beschikbaar zijn dan de feitelijke parkeerbehoefte zal zijn.
6. Het college stelt zich op het standpunt dat het tijdelijke verlies van parkeerplaatsen tijdens de bouwwerkzaamheden niet is te voorkomen en, omdat het slechts om een tijdelijk verlies gaat, niet kan worden gesteld dat de gevolgen onomkeerbaar zijn. De parkeerberekeningen laten verder zien dat in de toekomstige situatie voldoende parkeerplaatsen worden gerealiseerd voor de MFA en de buurtbewoners.
7. Aangezien de bouw van de MFA nog geruime tijd in beslag zal nemen, kunnen verzoekers naar het oordeel van de voorzieningenrechter aan een eventueel toekomstig tekort aan parkeerplaatsen na ingebruikname van de MFA nu geen spoedeisend belang ontlenen, tenzij op voorhand duidelijk is dat het aantal parkeerplaatsen dat wordt gerealiseerd volstrekt onvoldoende is. Daarvan is de voorzieningenrechter niet gebleken. In het bestreden besluit staat immers dat er meer dan voldoende parkeerplaatsen beschikbaar zullen zijn, omdat er 66 parkeerplaatsen worden aangelegd, terwijl er volgens het college op het piekmoment (zaterdagmiddag) slechts 49 plaatsen nodig zijn.
8. De voorzieningenrechter overweegt dat een tekort aan parkeergelegenheid gedurende de bouwfase spoedeisend belang bij een voorlopige voorziening opleveren indien in die periode sprake is van een onaanvaardbare parkeersituatie.
9. Weliswaar staat vast dat de parkeerdruk in de omgeving van het bouwplan is toegenomen, omdat er minder parkeerplaatsen beschikbaar zijn dan in de periode voorafgaand aan de bouwwerkzaamheden, maar uit de door verzoekers overgelegde foto’s van de huidige parkeersituatie ter plaatse blijkt naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet van een onaanvaardbare parkeersituatie die een voorlopige voorziening rechtvaardigt. Hierbij neemt de voorzieningenrechter in aanmerking dat op de door verzoekers overgelegde luchtfoto’s van zaterdagmiddag 21 november 2025 (de voorzieningenrechter begrijpt: 22 november 2025) – wanneer de parkeerdruk het hoogst is – te zien is dat het in de omgeving weliswaar erg druk is en verschillende auto’s foutief geparkeerd staan, maar daarop is op de Spoorlaan en in de Dokter Schreuderstraat ook nog een aantal vrije parkeerplaatsen zichtbaar. Daar kunnen bewoners van de ds. Bennick Boltstraat, waaronder verzoekers, gebruik van maken, omdat die parkeerplaatsen op loopafstand van hun woningen liggen. Ook op de door verzoekers overgelegde foto’s van de parkeersituatie in de nacht zijn nog vrije parkeerplaatsen zichtbaar. Verder acht de voorzieningenrechter nog van belang dat het college ter zitting heeft aangegeven dat de bestaande parkeervakken op de Spoorlaan opnieuw worden gemarkeerd, waardoor mogelijk enige extra parkeerplaatsen worden gecreëerd.
10. Nu niet gebleken is van een onaanvaardbare parkeersituatie ter plaatse, is de voorzieningenrechter van oordeel dat geen sprake is van een spoedeisend belang bij het treffen van de verzochte voorlopige voorziening.
Conclusie en gevolgen
11. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat het bestreden besluit niet wordt geschorst. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.J. van der Ven, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van drs. A.C.P. Witsiers, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 15 december 2025.
|
griffier |
voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: