Omgevingsrecht
Vovo’s tegen opgelegde lasten onder dwangsom om binnen 4 maanden de kamergewijze bewoning in de…
Rechtbank Den Haag, 21 oktober 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:30938 · Rechtbank Den Haag · 21 oktober 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/omgevingsrecht/mondelinge-uitspraak/ecli-nl-rbdha-2026-30938
Zaakgegevens
Op 21 oktober 2026 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak over omgevingsrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 21 oktober 2026
- Datum publicatie
- 21 oktober 2026
- Zaaknummer
- SGR 26/8010
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Omgevingsrecht
- Procedure
- Mondelinge uitspraakMondelinge uitspraakDe rechter doet direct aan het eind van de zitting uitspraak; die wordt vastgelegd in een proces-verbaal.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:30938
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Vovo’s tegen opgelegde lasten onder dwangsom om binnen 4 maanden de kamergewijze bewoning in de bedrijfswoningen op 11 verschillende locaties te staken en gestaakt te houden afgewezen wegens ontbreken spoedeisend belang. Aannemelijk is dat zich na het verstrijken van de begunstigingstermijn geen overtredingen (meer) zullen voordoen, zodat geen dwangsommen kunnen verbeuren.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummers: SGR 26/8010, 26/8011, 26/8012, 26/8013, 26/8014, 26/8015, 26/8016, 26/8017, 26/8018, 26/8019 en 26/8020
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 21 oktober 2026 op de verzoeken om een voorlopige voorziening in de zaken tussen
[verzoeker] , te [plaats] , verzoeker
en
het college van burgemeester en wethouders van Westland
(gemachtigde: mr. T. Bender).
Inleiding
1. Deze uitspraak op de verzoeken om een voorlopige voorziening gaat over elf lasten onder dwangsom die het college verzoeker heeft opgelegd. Verzoeker is het hier niet mee eens.
Met de bestreden besluiten van 2 juli 2026 heeft het college verzoeker onder oplegging van dwangsommen gelast om binnen 4 maanden de kamergewijze bewoning in de bedrijfswoningen op 11 verschillende locaties te staken en gestaakt te houden. Verzoeker heeft tegen deze besluiten bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om voorlopige voorzieningen te treffen. De verzoeken zijn nadien aangevuld.
Het college heeft op de verzoeken gereageerd met een verweerschrift.
Verzoeker heeft nadere stukken overgelegd.
De voorzieningenrechter heeft de verzoeken op 21 oktober 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker en de gemachtigde van het college, vergezeld door [naam 1] , [naam 2] en [naam 3] .
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) alleen een voorlopige voorziening als onverwijlde spoed dat vereist.
Het college heeft op de zitting toegezegd dat alle Oekraïners die kunnen worden getroffen door de opgelegde lasten onder dwangsom - dat zijn Oekraïners die nu in de bedrijfswoningen wonen - uiterlijk 1 november 2026 zullen worden opgevangen in een gemeentelijke opvanglocatie.
Volgens verzoeker wonen er dan nog twee personen in de bedrijfswoningen die de Oekraïense nationaliteit niet hebben. Niet is gebleken dat deze personen daar niet binnen de regels van het geldende bestemmingsplan en de Huisvestingsverordening kunnen blijven wonen.
Dit betekent dat aannemelijk is dat zich na het verstrijken van de begunstigingstermijn op 3 november 2026 geen overtredingen (meer) zullen voordoen, zodat geen dwangsommen kunnen verbeuren.
Onder die omstandigheden is geen sprake van een voldoende spoedeisend belang om thans een voorlopige voorziening te treffen. De verzoeken moeten daarom worden afgewezen.
3. Voor vergoeding van de griffierechten of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorzieningen af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.H. van den Ende, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van drs. A.C.P. Witsiers, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 21 oktober 2026.
|
griffier |
voorzieningenrechter |
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op: