Socialezekerheidsrecht
Tegemoetgekomen aan bezwaar van eiseres. Beroep ter zitting ingetrokken. Proceskostenveroordeling.
Rechtbank Den Haag, 1 juni 2021
ECLI:NL:RBDHA:2021:5550 · Rechtbank Den Haag · 1 juni 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2021-5550
Zaakgegevens
Op 1 juni 2021 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 1 juni 2021
- Datum publicatie
- 1 juni 2021
- Zaaknummer
- SGR 20/4505
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2021:5550
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Tegemoetgekomen aan bezwaar van eiseres. Beroep ter zitting ingetrokken. Proceskostenveroordeling.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 20/4505
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 juni 2021 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. R. Verspaandonk),
en
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank, verweerder
(gemachtigde: drs. W. van den Berg).
Procesverloop
Bij besluit van 5 maart 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder vanaf het vierde kwartaal van 2019 kinderbijslag ingevolge de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) aan eiseres toegekend.
Bij besluit van 28 mei 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft via Skype plaatsgevonden op 20 april 2021. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Tijdens de zitting heeft verweerder besloten tegemoet te komen aan het beroep van eiseres door haar ook voor het derde kwartaal van 2019 kinderbijslag in het vooruitzicht te stellen. Eiseres heeft haar beroep vervolgens ingetrokken en verzocht om een vergoeding van de proceskosten. Verweerder heeft te kennen gegeven geen bezwaar te hebben tegen een veroordeling in de proceskosten en een vergoeding van het griffierecht.
Overwegingen
1. Ingevolge artikel 8:75a, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan, in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten worden veroordeeld.
2. Het staat vast dat verweerder aan eiseres tegemoet is gekomen als bedoeld in artikel 8:75a van de Awb door haar alsnog kinderbijslag voor het derde kwartaal van 2019 in het vooruitzicht te stellen. Het verzoek om een proceskostenveroordeling wordt daarom toegewezen.
3. De rechtbank veroordeelt verweerder in de kosten die eiseres in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht komt de door een derde beroepsmatig verleende bijstand voor vergoeding in aanmerking. In dit geval worden de kosten die daarvoor door eiseres zijn gemaakt vastgesteld op € 1.068.- (één punt voor het indienen van een beroepschrift en één punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde van € 534,- per punt en een wegingsfactor 1).
4. De rechtbank wijst erop dat het in deze zaak betaalde griffierecht van € 48,- op de voet van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb tevens door verweerder aan eiseres moet worden vergoed.
Beslissing
De rechtbank:
-
draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 48,- aan eiseres te vergoeden;
-
veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.068,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Pereth, rechter, in aanwezigheid van mr. M. Klaus, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 1 juni 2021.
|
griffier |
rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.